Slak

Amsterdamse beestjes

Stadsecoloog schrijft op gezette tijden over de dieren en vogels van Amsterdam. Deze week: de segrijnslak.

Op een terras zitten, hoe ging dat ook weer. Je gaat aan een tafeltje zitten, je groet de stamgasten, je maakt een praatje met de kroegbazin, je krijgt koffie. Maar dan, wat was hier de lol van. Naar de mensen kijken? Er komen er genoeg langs op het Rapenburgerplein. Vooral toeristen. Jonge Italianen, Duitsers, Spanjaarden, merendeels mannen, ze sjokken voorbij met een vage glimlach op hun gezicht, omhuld door weeddampen. Daar ben je snel op uitgekeken. De natuur dan maar. In de iepen zingt een vink, jonge koolmezen bedelen om voer bij hun ouders. En dan zien we, op een paar armzalige plantjes langs de gevel, nog een beest zitten.

Een slak. Een segrijnslak. Een soort die oorspronkelijk voorkwam in Zuid-Europa. En inmiddels overal. Wij mensen slingeren voortdurend planten, vruchten en aarde de wereld over, daar zitten allerlei beesten in die zo in ons kielzog de wereld veroveren.

Foto Remco Daalder

Segrijnslakken vind je overal in de stad. In tuintjes, op balkons, op dakterrassen, op een paar sprietjes langs de gevel van Café Scharrebier. Ze zijn vooral ’s nachts actief, maar als het net geregend heeft – zoals vandaag – ook overdag. Het zijn trage, koppige beesten. Willen ze ergens heen dan gaan ze, over alle verticale en horizontale hindernissen heen. Onze slak maakt aanstalten om zijn stengel te verlaten. Hij kruipt de stoep op en zet doelgericht koers richting rijweg. Waar wil hij heen? Naar een geveltuintje? De boomspiegels van de iepen? We willen hem best op weg helpen, maar inmiddels weten we weer waarom terrasjes leuk zijn. Het niets hoeven. De loomheid die toeslaat. Het niet meer op willen staan.

Daarnaast weten we niet waar onze slak heen wil. Misschien is hij wel op zoek naar een partner. Slakken zijn hermafrodiet, hebben zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen. Twee slakken paren door bij elkaar hun penis in te brengen. Dat gebeurt na een uitgebreid voorspel, een trage dans om elkaar heen, waarna ze zich oprichten om met hun kruipzolen zoveel mogelijk lichamelijk contact te maken. Vervolgens verankeren ze zich aan elkaar met liefdespijlen, spitse kalknaalden die ze in elkaars lijf schieten. En dan wordt die penis ingebracht. Waarbij ze uiterst zwoel en omhuld door slijm om elkaar heen blijven draaien, de twee lichamen lijken te versmelten tot één, en dat kan zo uren doorgaan. De passerende toeristen kunnen alleen maar dromen van dergelijke intensieve seks. Dat doen ze ook, aan hun wazige lachjes te zien.

Hun schoenen dreigen voortdurend onze slak te verpletteren. Die zet gewoon door, ontsnapt steeds op miraculeuze wijze aan de dood en verdwijnt uit het zicht achter de stoeprand. Wij halen opgelucht adem en bestellen bier om het leven te vieren. Ons leven, en dat van de slak. De zomer kan beginnen.

Stadsecoloog Remco Daalder schrijft op gezette tijden over de dieren en vogels van Amsterdam.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.