PvdA en GroenLinks laten zich nog niet uit elkaar drijven

Linkse samenwerking Sinds de verkiezingen trekken PvdA en GroenLinks meer samen op. „Ze kunnen alleen samen een vuist maken.”

Fractieleiders Jesse Klaver (GroenLinks) en Lilianne Ploumen (PvdA) deze week op weg naar informateur Mariëtte Hamer.
Fractieleiders Jesse Klaver (GroenLinks) en Lilianne Ploumen (PvdA) deze week op weg naar informateur Mariëtte Hamer. Foto Bart Maat/ANP

Afgelopen dinsdag deed Kamerlid Tom van der Lee (GroenLinks) mee aan een Kamerdebat over een wetsvoorstel dat winkeliers meer vrijheid geeft hun openingstijden zelf te regelen. Van der Lee was vóór. „Niet zo’n spannend onderwerp”, zegt hij. Wél opvallend: hij voerde ook namens de PvdA het woord .

Lees ook ons Formatieblog: Hamer heeft meer tijd nodig, maar ziet ‘niet veel inhoudelijke verschillen’

Sinds de Tweede Kamerverkiezingen van maart, toen de PvdA haar negen Kamerzetels behield en GroenLinks zes van de veertien zetels verloor, voeren beide fracties vaker het woord voor elkaar, zegt Van der Lee. „We hebben nu vrij brede portefeuilles, ik kan niet alles zelf doen.” Dat geldt ook voor de PvdA. Collega Gijs van Dijk en hij hadden vantevoren bekeken wat „de lijn” was, en ze bleken het met elkaar eens te zijn – zoals zo vaak. De contacten tussen beide partijen zijn na de verkiezingen echt toegenomen, vertelt Van der Lee. „Er is meer afstemming, ook als het gaat over klimaat of buitenlands beleid, andere onderdelen in mijn portefeuille. We zijn het vaak met elkaar eens. Maar het valt ook meer op, in het licht van de situatie.”

De ‘situatie’ is deze: alleen gezamenlijk willen de PvdA en GroenLinks meedoen aan de formatie van een nieuw kabinet. Die formatie zit, elf weken na de verkiezingen, muurvast. VVD en CDA zeggen niet te willen dat beide linkse partijen aanschuiven. VVD, CDA en D66 hebben, als ze een coalitie vormen, maar één van beide partijen nodig voor een meerderheid in de Tweede Kamer. Waarom dan PvdA en GroenLinks allebei laten meedoen? Overigens is voor een meerderheid in de Eerste Kamer wel een vijfpartijencoalitie nodig. PvdA en GroenLinks zien innige samenwerking als de enige manier om invloed in het formatieproces te kunnen afdwingen. Ze hebben wel het gevoel dat ze uit elkaar worden gespeeld: de druk wordt zo opgevoerd dat de linkse partijen elkaar haast wel moeten loslaten, en er eentje overblijft. Maar, zeggen ze daar, dat gaat niet lukken. „We gaan niet als burgemeester in oorlogstijd in ons eentje in een rechts kabinet zitten”, zegt PvdA’er Henk Nijboer.

Het Gallische dorpje

Landelijk gebeurt nu wat op lokaal niveau al eerder speelde: links raakt in de verdrukking, waarna partijen in elkaars armen gedreven worden. Zoals in Zeewolde, waar PvdA en GroenLinks al jaren één fractie vormen. „Zeewolde is een ontzettend rechts dorp, een beetje als het Gallische dorpje van Asterix: een hek eromheen en niemand mag er aankomen”, zegt fractievoorzitter Yvonne van Bruggen, van huis uit van de PvdA. „Er is hier maar een kleine progressieve gemeenschap, daarom hebben wij elkaar gevonden.” Verschillen tussen beide partijen zijn er zeker. „Ik ben niet zo geitenwollensokkerig. De PvdA zoekt de verbinding, GroenLinks benadrukt meer het idealistische. Maar uiteindelijk gaat het om personen: vertrouw je elkaar?”

Dat vertrouwen is in Den Haag een moeizaam punt. Keer op keer mislukken pogingen tot samenwerking. Soms omdat de ene partij veel groter werd dan de andere, soms door onderlinge irritaties. Bijvoorbeeld toen GroenLinks-leider Jesse Klaver in januari zei dat hij vond dat het kabinet-Rutte III zou moeten aftreden naar aanleiding van de Toeslagenaffaire. Als het kabinet die „politieke verantwoordelijkheid” niet zelf zou nemen, zou de GroenLinks-leider wel een motie van wantrouwen indienen. Zo voerde hij de druk op PvdA-leider Lodewijk Asscher op, die in het vorige kabinet als minister van Sociale Zaken medeverantwoordelijk was geweest voor het rigide fraudebeleid in het toeslagenstelsel. Vier dagen later trad Asscher terug. Het kabinet volgde een dag later.

Bij de PvdA werd Klavers oproep gezien als een dolksteek in de rug. Tijdens de verkiezingscampagne keek men bij de PvdA raar op van de eigenzinnige wijze waarop Klaver intensievere linkse samenwerking bepleitte. Hij kondigde een stembusakkoord aan met D66 en de PvdA, maar ineens zónder de SP. Even later kwam GroenLinks met een verkiezingsposter waarop de voornamen Sigrid (Kaag, D66), Lilianne (Ploumen, PvdA) en Lilian (Marijnissen, SP) prijkten. Zijn gedroomde bondgenoten reageerden afwijzend of afhoudend; Klaver had deze initiatieven niet van tevoren met hen besproken.

We gaan niet als burgemeester in oorlogstijd in ons eentje in een rechts kabinet zitten

Henk Nijboer PvdA-Kamerlid

Ná de verkiezingen zijn de gelederen tussen GroenLinks en PvdA snel gesloten. Klaver en Ploumen dronken veel koffie, stemden hun inbreng voor gesprekken met de informateur(s) af en kwamen eind april met een gezamenlijke motie voor herstel van de rechtsstaat en vertrouwen in de overheid. De plooien, zeggen ze bij beide partijen, zijn gladgestreken.

Het zal niet meevallen om PvdA en GroenLinks uit elkaar te spelen, zegt politicoloog Matthijs Rooduijn, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. „Tot vier maanden geleden was de afstemming slecht. Maar ze realiseren zich dat ze alleen samen een vuist kunnen maken.”

Kosmopolitische middenklasse

Sociaal-democraten en groenen vormen niet per se een natuurlijke coalitie. De PvdA, zegt Rooduijn, verenigt van oudsher een kosmopolitische middenklasse met een meer traditioneel ingestelde arbeidersklasse. „Die coalitie is na de opkomst van Pim Fortuyn uit elkaar gevallen, en de tweede groep is grotendeels verdwenen. Wat overblijft, is een progressieve, maar vergrijsde achterban.”

Lange tijd heeft de PvdA geprobeerd de oude achterban terug te winnen. Maar de laatste paar jaar is de PvdA inhoudelijk in de richting van GroenLinks gaan bewegen, zegt Rooduijn. „Het gaat veel meer over klimaat en identiteit. Al blijft de partij zich vooral op sociaal-economische thema’s richten.” GroenLinks, dat vooral een jonge, progressieve, stedelijke achterban heeft, beweegt óók. De partij presenteert zichzelfsteeds meer als bestuursalternatief. Al zijn er accentverschillen. Zo is voor GroenLinks klimaat met afstand het belangrijkste thema, terwijl het bij de PvdA vooral gaat over werkgelegenheid en de crisis op de woningmarkt.

Strategisch is er wel een groot verschil. Terwijl GroenLinks dolgraag voor het eerst ministers en staatssecretarissen wil leveren, hoeft een nieuwe kabinetsdeelname voor de PvdA niet per se. De sociaal-democraten zijn nog altijd niet opgekrabbeld van de enorme electorale dreun na het meeregeren in Rutte II. Nog een periode in de oppositie, zeggen PvdA’ers, zou niet erg zijn. Zoals Yvonne van Bruggen uit Zeewolde zegt: „Ik zie liever niet dat we weer gaan regeren, dat is de PvdA slecht bevallen. Maar als het toch moet, dan met GroenLinks. Ik hoop dat we elkaar landelijk vasthouden.”

Lees ook over het kiezersonderzoek van Mathijs Rooduijn: Links heeft een structureel probleem