Het gebouw van de Tweede Kamer. Hoe veilig zijn ondergeschikten in het huis van de democratie?

Foto ANP, bewerking NRC

#MeToo op het Binnenhof: jouw woord tegen dat van een Kamerlid

Seksuele intimidatie Kamerleden die hun macht misbruiken tegenover medewerkers zijn vrijwel onaantastbaar. NRC deed onderzoek en sprak met verschillende vrouwen die dit ondervonden.

Donderdagmiddag 18 februari loopt een fractiemedewerkster door de voorzittersgang van de Tweede Kamer. In de plenaire zaal debatteert de Kamer over de avondklok. De vrouw klopt aan bij het voorzitterskantoor. Ze móet Khadija Arib spreken, zegt ze tegen de secretaresse. Het is dringend.

De fractiemedewerkster staat te trillen op de drempel. Ze wil de Kamervoorzitter vertrouwelijk inlichten over nieuw, nog onbekend wangedrag van PVV-Kamerlid Dion Graus. Dat móet ze kwijt, nadat NRC in het weekeinde heeft gepubliceerd hoe Graus zijn ex-vrouw aanzette tot seks met particuliere beveiligers in het PVV-kantoor. Ook zij is seksueel misbruikt.

Khadija Arib is er niet, ze leidt het debat. Maar rond half drie zien Kamerleden de voorzitter op haar mobiel kijken en horen ze haar de vergadering in de plenaire zaal voor tien minuten schorsen. Arib holt de zaal uit en komt rennend aan bij de voorzitterskamer. De fractiemedewerkster kan gelijk terecht. Ook een van de vertrouwenspersonen van de Kamer schuift aan.

Tegenover de Kamervoorzitter en de vertrouwenspersoon vertelt de fractiemedewerkster haar geschiedenis met Dion Graus. Ze horen dat de vrouw – haar naam is bij NRC bekend – het Kamerlid vergezelde op werkbezoeken en tijdens etentjes. Dat hij haar alcohol liet drinken terwijl ze dat niet gewend was, en dat er „heel veel ernstige dingen” tegen haar zin zijn gebeurd. Nadat ze hem had afgewezen, is hij haar gaan stalken. In de Kamer is ze doodsbenauwd dat ze hem tegen het lijf loopt. Thuis zit de voordeur dicht met een slot, een ketting en ook nog een schuif.

Khadija Arib drukt de vrouw op het hart aangifte te doen. Meer kan zij niet doen. Arib is niet de werkgever van Graus. Volgens het reglement van orde heeft ze ook geen bevoegdheid om onderzoek te laten doen naar een lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Een Kamervoorzitter staat in zulke gevallen met de rug tegen de muur, beaamt hoogleraar parlementaire geschiedenis Bert van den Braak. In feite is het parlement niet meer dan een bedrijfsverzamelgebouw met 150 zzp’ers. Het verschil met een ‘gewone’ werknemer is, dat die op een zijspoor kán worden gezet. Bij een volksvertegenwoordiger kan dat niet. „Niemand kan een Kamerlid dwingen zijn kiezersmandaat op te geven, zelfs zijn eigen partij niet.”

Hoe veilig is het Binnenhof?

Seksuele intimidatie en machtsmisbruik op het Binnenhof zijn geen exclusief PVV- probleem. Van D66 tot SP, van GroenLinks tot VVD en Denk – fracties aan alle kanten van het politieke spectrum halen het nieuws met grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer. Medewerkers en stagiairs, en in het geval van 50Plus een Tweede Kamerlid, meldden afgelopen jaren slachtoffer te zijn van seksueel ongewenste omgangsvormen, niet zelden begaan door boven hen geplaatste, gekozen volksvertegenwoordigers.

Het roept de vraag op hoe veilig ondergeschikten zijn in het huis van de democratie. Hoe verweren zij zich vanuit hun afhankelijkheidspositie tegen seksuele intimidatie in een wereld met lange werkdagen, waar werk en privé tijdens etentjes en borrels al gauw overlappen? NRC raadpleegde onderzoekers, fracties en vertrouwenspersonen en sprak verschillende medewerkers van politieke partijen die op de werkvloer een #MeToo-ervaring opdeden. Zit er een rode draad in hun ervaringen?

Voor antwoorden moeten we terug naar begin 2018, een half jaar nadat #MeToo in de Verenigde Staten een begrip is geworden. Kamervoorzitter Arib dringt in februari aan op een onderzoek naar ongewenste omgangsvormen en seksuele intimidatie in de Tweede Kamer nadat D66-Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma het debat erover heeft aangezwengeld. Een maand later, als GroenLinks een fractiemedewerker heeft ontslagen wegens seksuele intimidatie, zegt ze dat het onderzoek er „versneld” moet komen.

De GroenLinks-zaak belandt op straat omdat de fractie de medewerker via de kantonrechter ontslaat. Hij ging in de fout na een kerstdiner met de fractie. Als een stagiaire ontdekt dat er geen trein meer rijdt, staat in het vonnis, biedt hij haar een slaapplek aan. Op weg naar huis zoent hij haar op de mond en blijft hij tegen haar zin handtastelijk. Als de fractiemedewerker uiteindelijk afdruipt, laat hij de stagiaire alleen op straat achter. Het is twee uur ’s nachts, ze heeft geen geld voor een taxi. Op haar vertwijfelde vraag of hij „echt van plan is haar in de steek te laten”, appt de fractiemedewerker terug: „Ik wil alleen jou, ik wil je nu.”

Geen Kamerbreed onderzoek

Een alomvattend #MeToo-onderzoek, zoals Arib voorstelde, komt er in 2018 niet. De Kamer ziet dat niet zitten. Te veel fracties willen niet meedoen. Vooral VVD, PVV en SP hebben juridische bezwaren. Medewerkers en stagiaires zijn in dienst van de fractie, is het argument, niet van de Kamer. Het is de taak van de werkgever en daarmee van de fractie, om een veilige werksfeer te garanderen. Liever nemen de fracties zelf het initiatief.

Hebben ze dat ook gedaan? Slechts vier fracties gaan ermee aan de slag, zo blijkt uit een rondvraag van de krant. CDA en D66 laten een extern bureau een breed werkbelevingsonderzoek uitvoeren. PvdA en GroenLinks vragen zelf hun fractieleden naar ongewenste omgangsvormen. Meldingen levert dat niet op.


Bij de eigen vertrouwenspersonen van ChristenUnie, PvdD, SP en VVD zijn evenmin signalen binnengekomen, laten deze fracties weten. Ook de SGP-leiding heeft niets geregistreerd. Denk en 50Plus reageren niet op vragen, en FVD weigert hierover iets los te laten. „Als partij doen we over dergelijke interne procedures geen uitspraken”, mailt de woordvoerder.

En de PVV, de partij van Dion Graus? Heeft de op twee na grootste fractie in het parlement klachten binnengekregen over intimidatie en machtsmisbruik op de werkvloer? De PVV reageert niet, ondanks herhaalde verzoeken. Navraag leert dat de fractie niets registreert en geen werkbelevingsonderzoek doet. En er is al enige tijd ook geen vertrouwenspersoon meer, of het moet de directeur bedrijfsvoering zijn.

100 procent ontevreden

Kamerbreed komt er in 2018 wel een klachtencommissie-ongewenste omgangsvormen. Ook gaan er zes vertrouwenspersonen aan de slag waar ambtenaren en fractiemedewerkers terechtkunnen en die de fracties ook voorlichten. In 2020 – ook al werken Kamerleden vooral thuis – tellen ze dertien meldingen van ongewenste omgangsvormen, blijkt uit hun laatste vertrouwelijke jaarverslag. In één zaak gaat het om seksuele intimidatie. In 2019 is over zulke intimidatie geen enkele melding gedaan.

Deze aantallen zijn in lijn met een werkbelevingsonderzoek onder de ambtenaren in dienst van de Tweede Kamer, dat bureau Bezemer in 2018 doet in opdracht van voorzitter Arib. Zeven van de driehonderd ondervraagde ambtenaren hadden het jaar ervoor last van seksuele intimidatie. Vier van hen hebben dit naar eigen zeggen ook gemeld bij een leidinggevende of een vertrouwenspersoon. Van hen is „100 procent ontevreden” over de wijze waarop de klacht door hun leidinggevenden is afgedaan.

Op basis van deze cijfers speelt in de Tweede Kamer nauwelijks een #MeToo-probleem. Maar klopt dat? Om uiteenlopende redenen kunnen slachtoffers besluiten zich niet te melden, oppert een van de vertrouwenspersonen. Bijvoorbeeld omdat ze bang zijn dat de kwestie op straat belandt. Tegenover een beschuldiging staat vaak een ontkennende meerdere en wat begin je dan als getuigen ontbreken? Bovendien: als die meerdere Kamerlid is, kan die niet ontslagen worden en trekt zo’n melder sowieso aan het kortste eind.

Dat de afhandeling van meldingen tekort schiet, strookt met de ervaringen van vier gedupeerde fractiemedewerkers uit drie politieke partijen met wie NRC sprak. Allemaal – twee van hen kwamen eerder in de publiciteit – kregen ze te maken met een Kamerlid dat zijn gezagsrelatie misbruikte en zich seksueel aan hen opdrong. Onafhankelijk van elkaar komen ze tot dezelfde slotsom: medewerkers doen er beter aan om hun mond te houden. Aangifte bij de politie helpt hen niet verder. En op het moment dat de fractie intern onderzoek doet, wordt waarheidsvinding ondergeschikt aan beeldvorming en partijbelang, en staat het slachtoffer buitenspel.

Aanvankelijk willen de vrouwen niet met de krant praten. Ze kampen met schaamte en met schuldgevoel. Ja, een volksvertegenwoordiger maakte misbruik van een ongelijkwaardige werkrelatie, maar hebben ze het niet zelf uitgelokt door het Kamerlid niet meteen af te wijzen? Na bedenktijd willen ze hun ervaringen, ondersteund door sms-gesprekken en mailwisselingen, toch delen om „anderen te waarschuwen”. Maar alsjeblieft niet met hun naam in de krant. Op internet blijf je eeuwig #MeToo-slachtoffer, en ze willen verder, ze moeten dóór.

Een van de gedupeerden was vrijwilligster bij Denk. Via HP/De Tijd komt naar buiten dat zij te maken had met grensoverschrijdend gedrag van Kamerlid Tunahan Kuzu – toen nog fractievoorzitter van Denk. In de zomer van 2019 vertelt ze Kamervoorzitter Arib over ongewenste handtastelijkheden in de buurt van het partijbureau nadat ze een relatie met hem had beëindigd. Ze had in 2018 fractiegenoot Farid Azarkan erover ingelicht – inmiddels partijleider – maar die liet niets meer van zich horen.

Lees ook het eerdere onderzoeksverhaal over Dion Graus De wereld van Dion

De Kamervoorzitter adviseert de vrijwilligster aangifte te doen en slaat met haar vuist op tafel. Maar als de politie zegt dat ze haar heil beter kan zoeken bij hulpverlening, besluit ze de zaak te laten rusten, in een poging haar leven weer op te pakken.

Totdat voorjaar 2020 partijgenoten haar beschuldiging willen gebruiken om van Kuzu af te komen als politiek leider. De vrijwilligster appt de partijleiding: „Ik wil dat u stopt met achter mijn rug om mijn kwestie te misbruiken voor eigen gewin.” Vergeefs, blijkt nog diezelfde week. Kuzu draagt onder druk van de partijtop het fractievoorzitterschap over aan Farid Azarkan en legt het partijleiderschap neer.

De vrijwilligster dringt aan op een onderzoek naar de manier waarop de partijtop van Denk is omgegaan met de #MeToo-kwestie. Dat komt er niet. Farid Azarkan laat een extern bureau alleen uitzoeken wat er in het steegje bij het Rotterdamse partijkantoor tussen Kuzu en de vrouw is gebeurd. Daar komt het bureau niet uit – het is zijn woord tegen haar woord en getuigen zijn er niet. Waarna Kuzu in een persbericht concludeert dat de beschuldiging tegen hem „pertinent onwaar” is. Hij werd in maart herkozen als Kamerlid, zij heeft nooit meer wat van de partij gehoord.

Het loopt slecht af

Alles is erop gericht de partij er met zo min mogelijk kleerscheuren vanaf te laten komen, beaamt een voormalig medewerkster van de VVD. Zij beschuldigde VVD-Kamerlid Han ten Broeke van aanranding op haar fractiekamer, en kaart dat eind 2013 aan bij toenmalig fractievoorzitter Halbe Zijlstra. Als die hem erop aanspreekt, ontkent Ten Broeke. Hij spreekt liever van „een kortstondige ongelijkwaardige relatie met een jongere medewerkster”. Aangifte van aanranding of smaad doen ze geen van beiden. Wel tekenen ze na intern integriteitsonderzoek in aanwezigheid van advocaten een verklaring met de belofte niet meer over de zaak te praten.

Tweede Kamer: De politiek is een wereld met lange werkdagen, waar werk en privé snel overlappen. Foto ANP, bewerking NRC

De zaak haalt vijf jaar later alsnog het nieuws als Zijlstra tegenover HP/De Tijd zijn mond voorbij praat. Han ten Broeke stapt op als Tweede Kamerlid en fractieleider Klaas Dijkhoff vertelt aan de pers dat hij een relatie op de werkvloer niet accepteert. Daarmee wordt de lezing van Ten Broeke alsnog als het officiële VVD-verhaal gepresenteerd. Vooral die eenzijdige voorstelling van zaken kwetst de betrokken vrouw. Zij heeft nooit meer wat van Dijkhoff gehoord.

Met de kennis van nu zouden de vrouwen het incident niet meer melden bij de partijleiding. Alles is politiek op het Binnenhof, ook #MeToo. Je levert je uit aan de partijtop, zeggen ze, en vanaf dat moment gaan anderen met jouw informatie aan de haal. In hun gevallen besloot de fractie tot een intern integriteitsonderzoek, maar bij de vraagstelling werden de gedupeerden niet betrokken, het rapport kregen ze niet. „Het politieke spel telt, niet de gebeurtenis, de waarheidsvinding of de afwikkeling. De beschuldiging van een ondergeschikte staat tegenover de ontkenning van een volksvertegenwoordiger. Die ondergeschikte delft het onderspit.”

Het politieke spel telt, niet de gebeurtenis, de waarheidsvinding of de afwikkeling

Onvrede over de afwikkeling van meldingen over grensoverschrijdend gedrag klinkt ook bij D66. Onderzoeksbureau BING telde deze winter negentien meldingen van D66’ers die zich onveilig voelden binnen de partij. De helft gaat over seksuele intimidatie en machtsmisbruik van jonge, onervaren D66’ers door partijprominenten, vooral tijdens borrels, congressen en bestuurdersweekeinden. Melders die een opdringerige arm om de schouder geslagen krijgen en zich beklagen over seksistische en/of denigrerende opmerkingen. Eén ontving een herhaaldelijk verzoek om seksueel contact.

Vier gedupeerden zijn naar de partijleiding van D66 gestapt, drie van hen waren ontevreden over de afhandeling. Consequenties bleven uit, en hun melding werd afgedaan als een „privékwestie”. Nu is er bij D66 een ‘team verantwoord gedrag’ aan de slag, dat onder leiding van oud-minister Winnie Sorgdrager een nieuwe klachtenregeling moet opstellen.

Zo bekeken is het opvallend dat er voor de fractiemedewerker van GroenLinks die een stagiaire lastig viel, wél consequenties waren. Na een officiële waarschuwing de dag na het kerstdiner moet hij alsnog het veld ruimen vanwege een verstoorde arbeidsrelatie. De stagiaire wordt beschermd, de medewerker is door GroenLinks ontslagen. Maar anders dan bij eerder genoemde #MeToo-zaken, is hij geen onaantastbare volksvertegenwoordiger met een kiezersmandaat, maar een medewerker in dienst van de fractie. Kort erna kan hij aan de slag voor partijgenoot Liesbeth van Tongeren, die uit de Kamerfractie is gestapt en wethouder wordt in Den Haag.

GroenLinks wil onderzoek

Over Dion Graus blijft het na de NRC-publicatie stil op het Binnenhof. Als een van de weinige parlementariërs reageert toenmalig GroenLinks-fractielid Kathalijne Buitenweg eind februari. „We kunnen seksueel geweld alleen effectief bestrijden als we heel duidelijk maken dat het onaanvaardbaar is”, zegt ze tegen deze krant, nadat ze op Facebook een bericht heeft geplaatst. Haar fractievoorzitter Jesse Klaver bepleit kort voor de verkiezingen in televisieprogramma Buitenhof onderzoek door het presidium – de voorzitter en ondervoorzitters van de Tweede Kamer. „Slachtoffers die hun mond opendoen, moeten niet alleen staan.”

Ook dit onderzoek komt er niet. Wat Jesse Klaver daarvan vindt? Hij blijkt nu, drie maanden na de verkiezingen in maart, niet meer ‘in’ voor een gesprek over het onderwerp. Zijn woordvoerder appt: „Het gaat Jesse helaas niet lukken.”

Met de kennis van nu zouden de vrouwen het incident niet meer melden bij de partijleiding. Alles is politiek op het Binnenhof, ook #MeToo

En VVD-minister Tamara van Ark, die als vice-fractievoorzitter betrokken was bij de afhandeling van de zaak-Ten Broeke? „Alles daarover is wat ons betreft gezegd ten tijde van het vertrek van Han uit de Kamer”, zegt haar woordvoerder. Denk-voorman Farid Azarkan, die in een verkiezingsdebat PVV-leider Wilders scherp aanviel op het uitblijven van maatregelen tegen fractielid Graus, wil ook niet met NRC in gesprek.

Zo gaat het met meer politici die de krant benadert. #MeToo is een ongemakkelijk onderwerp, al helemaal ná de verkiezingen.

Fouten erkennen

Achter de schermen, buiten de regels en protocollen van de Tweede Kamer om, komt Kamervoorzitter Arib wel in actie tegen Dion Graus, ontdekt NRC. Op haar verzoek neemt de afdeling beveiliging van de Kamer contact op met de Rijksrecherche. Die dienst neemt de beschuldigingen van de ex van Graus – die gaan over misbruik, belastingfraude en gerommel met zijn verblijfsvergoeding – onder de loep. Deskundigen gespecialiseerd in mensenhandel en zedenzaken bekijken ingeleverd geluids- en audiomateriaal, appjes en sms’jes. Het onderzoek loopt nog.

Ook ontvangt Khadija Arib Kamerlid Graus op haar voorzitterskamer. Dat gebeurt op 19 februari, één dag nadat ze de nieuwe beschuldiging over misbruik en stalking gehoord heeft. De voorzitter bespreekt de aantijgingen in het NRC-artikel. Ze zegt dat ze intimidaties niet langer accepteert, ook omdat zijn ex in hetzelfde gebouw bij dezelfde PVV-fractie werkt – zij op de vierde verdieping, hij op de derde. Behalve tijdens stemmingen mag Graus het Kamergebouw niet meer in, hoort de beveiliging. Hij is weer welkom als hij publiekelijk zijn fouten erkent en in therapie gaat.

De verbanning blijkt van korte duur. Twee maanden later loopt de PVV’er weer rond in de Kamer, ook als er niet gestemd wordt. Hij neemt de lift en luncht in het Kamerrestaurant, waar ook fractiemedewerkers aanschuiven. Via de PVV-lijst is hij in maart herkozen – met 1.194 voorkeurstemmen, vier jaar eerder waren dat er 3.735. D66-collega Vera Bergkamp heeft Arib als voorzitter opgevolgd. De nieuwe voorzitter weet niet van het informele ingrijpen van haar voorgangster.

‘Niet-integere commissie’

Meer signalen hebben NRC bereikt over seksueel grensoverschrijdend gedrag en machtsmisbruik door PVV’er Dion Graus. Behalve zijn ex-vrouw en de fractiemedewerkster die de Kamervoorzitter in vertrouwen nam, zijn nog twee andere medewerkers geïntimideerd door het Limburgse Kamerlid, vertellen ze. Onder de indruk van zijn bekendheid, zijn humor en zijn hart voor dieren gingen ze voor hem aan de slag en maakten lange werkdagen die steevast eindigden met drank, etentjes, chocola en – vergeefse – pogingen hen in bed te krijgen. Beide vrouwen hebben zelf ontslag genomen, de laatste deze winter.

In de ervaringen van deze vrouwen zit een patroon van imponeren, isoleren, fotograferen en seksueel intimideren. Is dat onderwerp van onderzoek voor het pas aangetreden ‘college van onderzoek integriteit’? Deze onafhankelijke commissie ging in april aan de slag, en ziet erop toe dat de dit najaar aangenomen gedragscode voor Tweede Kamerleden wordt nageleefd. De sancties waartoe een meerderheid van de Kamer kan besluiten variëren van een berisping tot een tijdelijk verbod op deelname aan plenaire debatten, voor de duur van ten hoogste een maand.

De signalen over Graus zullen daar niet terecht komen. Want alleen klachten over gedragingen die plaats vonden ná de inwerkingtreding van de regeling, 1 april dit jaar, worden in behandeling genomen. Graus en zijn partijgenoten stemden als enige fractie tegen de benoeming van het college. PVV’er Gidi Markuszower: „Het is bekend dat onze fractie erg tegen deze niet-integere commissie is en dus deze commissie helemaal niet wil hebben.”

Intussen legt de PVV-fractie het herkozen Kamerlid geen strobreed in de weg. Graus is weer aan de slag als „Mister Dierenambassadeur himself”

Zelf blijft Dion Graus de seksuele intimidatie ontkennen in een anderhalf uur durend telefoongesprek. Ja, hij heeft een gesprek gehad met Kamervoorzitter Arib. Maar zij wilde „alleen maar weten of ik seks in de Tweede Kamer had gehad. Dat heeft nooit plaatsgevonden”. En dat drie fractiemedewerksters door hem seksueel zijn geïntimideerd, kan hij volstrekt niet plaatsen: „Ik werk al vijftien jaar in de Staten-Generaal en heb nu een team van drie meisjes. Ik ben goed voor ze.” Graus vermoedt dat zijn ex erachter zit, met een deel van zijn partijgenoten. „Ze proberen me met leugens en laster en smaad uit de fractie te werken. Ik ben altijd al een pain in the ass geweest.”

‘Jij bent mijn vriend’

Intussen legt de PVV-fractie het herkozen Kamerlid geen strobreed in de weg. Graus is weer aan de slag als „Mister Dierenambassadeur himself”, zoals de PVV-website hem aanprijst. Namens de fractie voert hij op 21 april het woord tijdens een Kamerdebat over aanpassing van de Wet dieren. En samen met de Partij voor de Dieren bereidt hij een initiatiefwet voor om de rechten van dieren in de Grondwet te verankeren. Net als in andere #MeToo-zaken trekt bij de PVV de volksvertegenwoordiger aan het langste eind.

Hoe dat achter de schermen verloopt, wordt duidelijk uit een WhatsApp-conversatie. Als Dion Graus en zijn ex-vrouw in juni 2018 uit elkaar gaan, informeert ze als PVV-medewerkster ook haar werkgever Geert Wilders. In dat appje vraagt ze om vertrouwelijkheid. Die garandeert de PVV-leider haar, op 29 juni 2018, met de woorden: „Ik vertel hem niks don’t worry”. Toch stuurt Wilders haar informatie linea recta door naar Graus. Wilders: „Ze appt me alles vertrouwelijk maar ik geef het gewoon aan je door hoor. Jij bent mijn vriend. Ik heb niks met haar.” En over de aangifte hoeft Graus zich ook geen zorgen te maken. Wilders: „Kansloos!!”

Tegelijkertijd pakt de kwestie slecht uit voor zijn ex-vrouw, vertelt haar advocaat Nelleke Stolk. Ze kampt met symptomen van een posttraumatische stressstoornis (ptss), en de PVV heeft haar baan als senior-beleidsmedewerkster geschrapt. Ze doet nu alleen nog publieksvoorlichting, voornamelijk vanuit huis. Dan loopt ze Graus niet tegen het lijf. Hoe de Rijksrecherche en het Openbaar Ministerie de door haar ingeleverde beeld- en geluidsopnamen en documenten beoordelen, is nog altijd onderwerp van onderzoek. Stolk: „Het is een enorme bulk materiaal die wordt uitgelezen en onderzocht. Dat moet zorgvuldig gebeuren.”

Geen van de andere PVV-medewerksters heeft aangifte gedaan tegen Dion Graus. Ook niet de vrouw die op de voorzitterskamer haar verhaal deed aan Khadija Arib. De vertrouwenspersoon mailt haar de dinsdag erna: „Hoe is het met je? Beetje bijgekomen van ons gesprek? Ik kan morgen in de Kamer met je afspreken. Schikt jou rond 11.00 uur? Hoor graag van je.”

Maar daar ziet de fractiemedewerkster vanaf. Ze zit thuis en heeft zich ziekgemeld.

Reacties: onderzoek@nrc.nl
M.m.v. Rik Rutten