Opinie

Maak van lerarentekort nú topprioriteit

Onderwijsblog Het onderwijs in Nederland staat er slecht voor, schrijven en
Een leeg lokaal van het Amsterdams Lyceum.
Een leeg lokaal van het Amsterdams Lyceum. Foto Koen van Weel / ANP

Onlangs nam Merel van Vroonhoven – de onafhankelijke aanjager voor de aanpak van het lerarentekort – tijdens haar bezoek aan de Tweede Kamer een roze olifant mee. Zij was er om te praten over het Nationaal Programma Onderwijs, maar liet zo duidelijk zien dat de belangrijkste oorzaak van alle ellende in het onderwijs niet vergeten moet worden. Want de Covid-crisis is niet de enige crisis waar we mee kampen in het onderwijs. Er woekert al langer een andere enorme crisis: het lerarentekort. En deze crisis wordt te weinig bestreden vanuit de landelijke politiek.

De opdracht aan het nieuwe kabinet kan wat ons betreft niet duidelijker zijn. Als het lerarentekort niet definitief wordt opgelost dan zullen we in de toekomst leervertragingen blijven zien, ook na Covid. En door de ongelijke verdeling van het tekort zal de ongelijkheid steeds meer groeien. Goed onderwijs wordt dan steeds meer afhankelijk van de plek waar je woont en de financiële mogelijkheid van je ouders om tekorten te compenseren met bijles. Iedereen die zich bekommert om onze kinderen en de toekomst van ons land, zou zich dus met volle focus moeten inzetten om het lerarentekort definitief op te lossen.

Afgelopen week konden we in NRC lezen dat de noodkreet van de wethouders uit de vier grote steden, dé aanleiding was voor het demissionaire kabinet om 8,5 miljard uit te trekken voor een Nationaal Programma Onderwijs. Heel goed natuurlijk dat hiermee het signaal over de oplopende leervertraging van leerlingen serieus werd genomen. Helaas gaat het hier echter over incidenteel geld en niet de structurele inzet waar om was gevraagd.

Crisis bovenop crisis

De effecten van Covid zijn namelijk niet het enige probleem in het onderwijs. Het is een crisis bovenop een crisis. Het onderwijs staat er in Nederland niet goed voor. We bungelen steeds verder onderaan in de internationale PISA-scores, een kwart van onze 15-jarigen is functioneel laaggeletterd en heeft daardoor minder toekomstkansen, de Onderwijsinspectie luidde in de jaarlijkse Staat van het Onderwijs de noodklok en gaf aan dat niet alleen een reparatie van het onderwijs volstond maar een grondige renovatie nodig is. Voor het oplossen van al deze problemen is één ding cruciaal: een goede leraar voor de klas. Je hoeft geen onderwijskunde gestudeerd te hebben om te begrijpen dat een goede leraar voor de klas, het verschil maakt. Het grote lerarentekort in ons land is een grote bedreiging van de kwaliteit van ons onderwijs. Wat het nog erger maakt, is dat het tekort het grootst is op scholen met veel leerlingen met een groter risico op onderwijsachterstand. Het lerarentekort zorgt dus ook nog voor veel ongelijkheid.

Lees ook: ‘Onderwijsprogramma is schieten met hagel op achterstanden’

Toch lijkt het oplossen van het tekort niet de eerste prioriteit van het ministerie van OCW. En dat terwijl het niet weg is. In de grote steden merken de scholen richting de zomervakantie opnieuw een groot vertrek van leerkrachten naar de randgemeenten, bijvoorbeeld achter betaalbare woningen aan. Het is een kwestie van tijd voordat het vraagstuk, nu de economie weer begint te draaien, zich als een olievlek over grote delen van Nederland gaat verspreiden. Het probleem begint in de grote steden, maar is een nationaal probleem.

Lerarentekort aanpakken

Om het lerarentekort op te lossen zijn structurele investeringen, expertise en een langetermijnvisie nodig. Momenteel verdient een basisschoolleraar significant minder dan een leraar op een middelbare school. En ook een stuk minder dan leeftijdgenoten met een vergelijkbare opleiding, of vakgenoten in andere westerse landen. Het is dan ook niet gek dat het tekort op basisscholen zo groot is. Het dichten van de loonkloof tussen het basis- en voortgezet onderwijs is daarom een eerste stap in het oplossen van het tekort. Maar meer is nodig. Ook in de opleiding moeten de nodige verbeteringen worden gemaakt. Te beginnen bij de kwaliteit van de pabo. De lerarenopleidingen in Nederland kennen te grote kwaliteitsverschillen en bieden vaak te weinig flexibiliteit voor zij-instromers. Voor scholen moet het aantrekkelijker worden om een opleidingsplek te worden voor nieuwe leraren en het moet een gezamenlijke opdracht en gedeelde verantwoordelijkheid zijn.

Begeleiding van startende leraren kost veel tijd en geld. Dat betaalt zich wel weer terug, want een goede begeleiding aan de voorkant, zorgt voor een kleinere kans op uitval later. Het vak moet bovendien aantrekkelijker gemaakt worden door extra opleidingsmogelijkheden en een betere balans tussen voorbereiding, professionalisering en ontwikkeling. Geef leraren de ruimte om zich te focussen op kerntaken en beperk de klassengrootte, zodat er meer rust en ruimte is om met plezier passend onderwijs te bieden.

Het is belangrijk dat de politiek erkent dat de problemen op sommige plekken groter zijn en om extra aandacht vragen. In Amsterdam krijgen alle leraren daarom een ‘grotestedenbonus’. Op scholen met hogere tekorten en een grotere kans op achterstand is deze bonus drie keer zo hoog. Deze aanpak werpt zijn vruchten al af en zorgt ervoor dat de tekorten evenwichtiger over de stad worden verdeeld. Maar de ongelijkheid vindt uiteraard niet alleen plaats in onze hoofdstad. Daarom zou het goed zijn als dit landelijk navolging krijgt, zodat leerkrachten die een zwaardere opgave hebben daar ook beter voor worden beloond.

Lees ook het Commentaar: Het onderwijs lijdt onder beleidsmatig knip- en plakwerk

Kortom, waardeer wat van waarde is. Als we echt willen dat ons onderwijs een goede en eerlijke kans biedt voor álle kinderen, begin dan bij het allerbelangrijkste: Een goede leraar voor de klas. Zolang we niet voldoende, goede leraren voor de klas hebben, zal elke poging tot onderwijsverbetering gedoemd zijn te mislukken.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.