Inspectie onderzoekt kunst- en modeopleidingen

Grensoverschrijdend gedrag Meerdere studenten vertellen dat sprake is van grensoverschrijdend gedrag op verschillende mode- en kunstopleidingen.

De Inspectie van het Onderwijs gaat de sociale veiligheid van studenten op kunst- en modeopleidingen in het hoger onderwijs onderzoeken. Dat is donderdag bekendgemaakt.

Naar aanleiding van berichtgeving van onder andere NRC, waarin studenten ervaringen met grensoverschrijdend gedrag bij de Amsterdamse modeopleiding AMFI deelden, riep de inspectie begin mei (oud-)studenten op om hun ervaringen te melden. Hierop kreeg de inspectie volgens een woordvoerder „honderden reacties”. Het onderzoek moet duidelijk krijgen of er sprake is van een structureel probleem.

Op non-actief

Studenten van AMFI eisten begin mei het vertrek van de directeur en de hoofddocent van de opleiding, omdat hij jarenlang signalen over een veel te hoge werkdruk en een onveilige sfeer op de school zouden hebben genegeerd. In de zomer van 2019 werd het hoofd van de afdeling grafische vormgeving van ArtEZ, de hogeschool voor de kunsten in Arnhem, Enschede en Zwolle, op non-actief gezet wegens klachten van studenten en oud-studenten over de onveilige werksfeer op zijn afdeling. Ook de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK) in Den Haag en de Design Academy Eindhoven kwamen negatief in het nieuws. Studenten van die opleidingen vertelden over situaties van grensoverschrijdend gedrag op de scholen.

In maart van dit jaar verscheen een kritisch rapport over de bedrijfscultuur en sociale veiligheid op de KABK, waarna meerdere docenten werden geschorst en de directeur ontslag nam. Ook de Design Academy Eindhoven en de Willem de Kooning Academie in Rotterdam hebben onderzoeksbureaus ingeschakeld om de veiligheid op de scholen te onderzoeken. De inspectie zegt „geschrokken” te zijn van „de aard en omvang” van de berichten.

„We zien dat onveiligheid op verschillende opleidingen kan ontstaan”, schrijft de inspectie. Als voorbeelden geeft de dienst studenten die „tijdens het onderwijs worden afgebrand” of te maken krijgen met een „veel te hoge studiebelasting en grensoverschrijdend (seksueel) gedrag”. De inspectie ziet dat er angst is om misstanden te melden „omdat de studie en werkomgeving klein zijn, iedereen elkaar kent en er een bepaalde afhankelijkheid speelt”.

Hoe lang het onderzoek gaat duren hangt volgens de inspectie af van de „omvang van het probleem” en „hoeveel zaken ze tegenkomen”. Welke scholen onder de loep genomen zullen worden is ook nog niet duidelijk, maar opleidingen waarover de dienst meldingen heeft binnengekregen worden sowieso onderzocht.

In een later stadium zal worden bekeken of er reden is om het onderzoek breder te trekken naar opleidingen in andere sectoren binnen het hoger onderwijs. De inspectie zegt het onderwerp sociale veiligheid in de tussentijd „hoog op de agenda” te zetten bij gesprekken met bestuurders uit het hoger onderwijs.