‘Geregeld breek ik. Dan kan ik echt wel janken’

Spitsuur Martine Jacobs (37) werkt op een school in een asielzoekerscentrum. De problematiek van leerlingen is groot en divers. „Mijn doel is dat kinderen kunnen landen en weer eens een lach op hun gezicht krijgen.”

Martine Jacobs: „Bijna iedere dag ga ik eten bij een vriendin of oma, of ik ga sporten. Koken vind ik niet leuk, daar heb ik geen geduld voor. Ik koop liever een kant-en--klaarmaaltijd of eet kwark na het sporten. Tijdens de lockdown heb ik thuis een bokszak opgehangen.” Foto David Galjaard
Martine Jacobs: „Bijna iedere dag ga ik eten bij een vriendin of oma, of ik ga sporten. Koken vind ik niet leuk, daar heb ik geen geduld voor. Ik koop liever een kant-en--klaarmaaltijd of eet kwark na het sporten. Tijdens de lockdown heb ik thuis een bokszak opgehangen.”

Foto David Galjaard

Martine: „Toen ik de pabo deed, kwam ik er al snel achter dat ik het liefst werk met mensen met een bijzondere hulpvraag. Daarin kun je betekenisvol zijn. Tijdens mijn eerste stage had ik een jongen in de klas met leer- en gedragsproblemen. Ik zag het echt als een uitdaging om ervoor te zorgen dat hij niet buiten de boot viel. Kinderen moeten zich gezien en gehoord voelen. Pas dan voelen ze zich veilig genoeg om zich verder te ontwikkelen.

„Al snel na de pabo ben ik remedial teaching gaan doen, richting gedragsspecialist, en studeerde ik pedagogiek. Daarna kwam ik in het speciaal onderwijs terecht voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen. Nu werk ik op een school in het asielzoekerscentrum in Budel.

„Om half zes gaat mijn wekker. Voor ik begin met werken, vind ik het lekker om bewogen te hebben – hardlopen of gewoon een stuk wandelen. Ontbijten doe ik vaak op school. Ik coördineer de dagelijkse gang van zaken en de zorg. Continu lopen leerlingen in en uit. Als er zorgen zijn over leerlingen – stress, slechte voeding, hygiëne, radicalisering, slecht slapen, automutilatie – schakel ik hulpdiensten in. Laatst stuurde een jongen „Heip, Heip. Jij kom, jij kom”. Hij was door zijn broer toegetakeld en is die avond nog in de crisisopvang geplaatst, dat regelt de voogd dan. Of er was een jongen die een meisje had geduwd dat niet met hem wilde zoenen. Dan vind ik dat wij als school moeten uitleggen hoe het hier in Nederland gaat.”

Martine: „Het belangrijkste bij ons op school is dat kinderen uit bed worden gehaald aan het begin van de dag. Als ze er niet zijn, gaan we ze videobellen of we kloppen op de kamerdeur. Ik vind het belangrijk dat ze weten dat ze worden gemist en langzaam in een ritme groeien.

Slaapmedicatie

„Er zijn leerlingen die zonder ouders naar Nederland zijn gekomen, met een broer of oom. Sommige ouders krijgen slaapmedicatie waardoor ze de kinderen niet kunnen wekken, of ze hebben zelf gewoon te veel aan hun hoofd. Veel kinderen hebben nachtmerries of liggen met meer mensen op een kamer. Soms slapen ze zo door de wekker heen.

„Mijn doel is dat kinderen kunnen landen en weer eens een lach op hun gezicht krijgen. Dat leren komt later wel. We hebben kinderen op school van ouders wier tent is platgebrand, of met wie het contact soms een paar dagen weg is. Er is de onzekerheid of ze wel of geen status krijgen. Hoe kun je nieuwe informatie opnemen met al die stress?

„De kinderen komen vooral uit Syrië, Irak, Eritrea. Sommigen zijn analfabeet, hebben nooit onderwijs gehad. Een jongen van twaalf uit de klas heeft vanaf zijn vierde in tentenkampen gewoond.

„We praten heel weinig over wat ze hebben meegemaakt, dat rakelt ook weer dingen op. Soms komt het wel aan bod tijdens de intake- of oudergesprekken, of de gesprekken die we met de leerlingen zelf voeren als er geen ouders zijn. Een jongen had een groot litteken onder zijn hoofd. Zijn beide broers waren onthoofd, hij was daaraan ontkomen. We nemen uiteraard de tijd om daarnaar te luisteren. Ook zijn er kinderen die extreme armoede hebben meegemaakt en honger. Je land verlaten zonder dat het een vrije keuze is, lijkt me sowieso heel ingrijpend.

„De stress is soms echt zichtbaar. Kinderen komen aanlopen met hun ziel onder de arm: hoofd laten hangen, schouders naar beneden, vlak. Ze reageren niet of nauwelijks.”

„Bij ons mogen kinderen tijdens de les wel op hun telefoon kijken, omdat we bijvoorbeeld weten dat er soms toch nog contact mogelijk is met het thuisfront. Google Translate gebruiken ze ook vaak. Ik heb laatst een paar skelters en hooverboards gekocht zodat ze buiten kunnen spelen. Bij ons op school hangt een heel huiselijke sfeer. Vaak blijven na de les wel een paar leerlingen hangen.”

Ruzie

Martine: „Laatst leek een ruzie tussen een heel jonge jongen en een klasgenoot te escaleren. Toen hield de docent die jongen gewoon even vast. Daarna brak hij en hebben we met een tolk gepraat. Zo moet je je er altijd van bewust zijn dat er een onvermoede trigger achter bepaald gedrag kan zitten. Een tijd geleden toonde een jongen van 17 uit Afghanistan me een YouTube-filmpje waarop je ziet dat zijn dorp helemaal in vlammen opgaat. Zijn vader was daarbij omgekomen. Met zijn moeder kon hij geen contact krijgen, zijn zus was gewond geraakt. Als je tegenover zo’n jongen zit, heb je aan woorden heel weinig. Het enige wat ik kon doen, was zo’n jongen vastpakken.

„Geregeld breek ik weleens, dan kan ik echt wel een potje zitten janken. Veel jongeren die ik heb ontmoet, gaan me echt aan het hart. Op de vorige locatie ging het echt 24/7 door, dan hielp ik ze met verhuizen of een bank ophalen. Soms was ik tijdens het tandenpoetsen nog even aan het facetimen.

„Ik wil bereikbaar voor ze zijn. Andere docenten nemen die rol gelukkig ook steeds meer op zich. Dat geeft me rust.

„Om half drie zijn de lessen klaar en werkt iedereen verder vanuit zijn eigen lokaal. Rond vijf uur lopen we met een groepje collega’s naar het parkeerterrein. Bijna iedere dag ga ik eten bij een vriendin of oma, of ik ga sporten. Koken vind ik niet leuk, daar heb ik geen geduld voor. Ik koop liever iets kant-en-klaars of eet kwark na het sporten. Tijdens de lockdown heb ik een bokszak thuis opgehangen.

„Op zondag vind ik het legitiem even te netflixen. Soms ga ik ’s avonds nog een stuk wandelen, wat drinken met vriendinnen of verhalen schrijven voor mijn blog. Door die verhalen krijgen mensen toch een ander beeld van ‘de asielzoeker’. Als mensen zich meer zouden verdiepen in waarom mensen hier komen, zouden mensen minder oordelen.”

In Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé combineren. Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl