Opinie

Boris Johnson en het sprookje van Global Britain

Boris Johnson ziet voor post-Brexit VK een grootse toekomst: Global Britain. Het is, las Michel Kerres, niet voor het eerst dat de Britten zich iets wijsmaken.

Michel Kerres

Nog een weekje slapen en dan mag Boris Johnson even in het middelpunt van wereldwijde belangstelling staan. Volgend weekend ontvangt hij de leiders van de G7 in Cornwall.

Voor Johnson is het een kans om te laten zien dat het Verenigd Koninkrijk er ook na Brexit nog toe doet. Zelfstandigheid was dé belofte van Brexit; aan de man gebracht met de magistrale leuze take back control. Nu is de vraag wat een middelgrote westerse macht zoal vermag, alleen op het grote toneel.

Johnson zelf heeft het graag over Global Britain. De buitenlandstrategie die hij dit voorjaar publiceerde straalt dan ook mondiale ambitie uit. Twee weken geleden vertrok een nieuw vliegdekschip naar Azië. De HMS Queen Elizabeth was nog niet uit zicht, of de regering kondigde alweer de bouw van een nieuw vlaggenschip aan. Het nieuwe marineschip, bedoeld voor promotiereizen en handelsmissies, „zal het eerste schip in zijn soort ter wereld zijn en de status van het VK als grote, onafhankelijke zeevarende handelsnatie weerspiegelen”, aldus Johnson.

Laten Brexit-Britten zich bedwelmen door geopolitieke sprookjes over het eigen kunnen? Het zou niet de eerste keer zijn. FT-commentator Philip Stephens schreef een heerlijk boek over de Britse rol in de wereld sinds WOII en de worsteling van het VK een passende rol voor zichzelf te vinden. Britain Alone begint met de vernedering van premier Anthony Eden in de Suezcrisis (1956) en voert via Tony Blairs afgang in de Irak-oorlog naar Johnsons Brexit.

Stephens vertelt met smaak over de totstandkoming van de speciale relatie met de VS, die voor Londen veel specialer is dan voor Washington. En over het onafhankelijke Britse kernwapen dat eigenlijk niet zo onafhankelijk Brits is omdat de VS eisen dat het alleen in NAVO-verband gebruikt mag worden. De relatie met de VS leverde het VK wel een invloedrijke rol op als intermediair tussen Washington en Brussel. Door het Europese anker te heffen, heeft het VK zich van die rol beroofd.

Hoe serieus is dat verhaal van Global Britain dan? Het VK is als middelgrote macht niet alleen lid van de G7 en G20 maar ook permanent lid van de VN-Veiligheidsraad en hoe dan ook een kernwapenstaat. De Britse krijgsmacht telt nog steeds mee en Britse spionage geniet wereldfaam. De Britse economie heeft sterke kanten – denk financiële dienstverlening in Londen – en onderwijs en wetenschap hebben een goede reputatie.

Er zijn ook minpunten. Handel met de EU is lastiger geworden en nieuwe handelsakkoorden met anderen moet Downing Street eerst nog afsluiten, al zijn onderhandelingen met Australië ver gevorderd. De krijgsmacht is nog maar een fractie van wat ze was ten tijde van de Falklandoorlog. Het budget voor ontwikkelingssamenwerking, lang een Britse trots, heeft Johnson met 4 miljard pond gekort.

Elk kind ziet dat het VK niet past in het rijtje global players: VS, China, Rusland – dat is een andere divisie. Het VK speelt in de divisie van Frankrijk, met één groot verschil: Parijs kan de samengebalde macht van de EU mobiliseren, het VK niet meer.

Net zoals Eden dacht terug te kunnen grijpen op de dagen van het Britse Rijk, schrijft Stephens, denken de Brexiteers dat ze eenvoudig terug kunnen naar de tijd van vóór het lidmaatschap van de EU. „De waan dat Groot-Brittannië kan doen wat het wil, is voorbestemd verbrijzeld te worden”, schrijft Stephens. In de Suezcrisis ging dat in één klap, na Brexit komt de desillusie traag maar gestaag.

Redacteur geopolitiek Michel Kerres en Oost-Europa-deskundige Hubert Smeets schrijven hier afwisselend over de kantelende wereldorde.