Profiel

Zonder die gemakzucht kan Frédérique Matla ’s werelds beste hockeyster worden

Frédérique Matla Frédérique Matla (24) geldt als een van de blikvangers op het EK hockey, dat deze vrijdag begint in Amstelveen. „Ze kan een wedstrijd openbreken.”

Hockey-international Frédérique Matla
Hockey-international Frédérique Matla Foto Olivier Middendorp

Ze was vijftien en speelde de Europese kampioenschappen in Valencia. Haar eerste toernooi met Nederlands B en meteen ook haar eerste gouden medaille. Maar hockeyster Frédérique Matla ervoer weinig vreugde, vertellen haar ouders. Ze speelde goed, maar was ontevreden en onaanspreekbaar. Vader Peter Matla: „Ik reed naar het spelershotel en zei tegen de bondscoach dat ik Frédérique kwam ophalen. ‘Zo kan het niet langer’, zei ik. ‘Het is kláár met Oranje’.”

Gelukkig was het de bondscoach ook opgevallen dat Matla erg kritisch was op zichzelf – tot ergernis van haarzelf en anderen. Daar heeft ze volgens haar ouders hard aan gewerkt. Want je kunt natuurlijk niet elke wedstrijd voor een negen of een tien spelen.

In de jaren daarna is de spits van HC Den Bosch milder geworden. Een paar maanden geleden gaf haar vader haar een boek over de leiderschapsfilosofie van Johan Cruijff: Je gaat het pas zien als je het doorhebt. Volgens Cruijff krijgen spitsen maar twee of drie kansen per wedstrijd. Hun taak is die te benutten. Peter Matla: „Ze staat erg open voor dat soort wijsheden. Onlangs belde ze me op na een wedstrijd waarin ze nauwelijks aan de bal was geweest, maar wél het enige doelpunt had gescoord. ‘Pap, ik had maar één momentje nodig’, zei ze. Prachtig vond ik dat.”

Frédérique Matla is een van de blikvangers op het EK, dat deze vrijdag in Amstelveen begint. ‘De nieuwe Maartje Paumen’ wordt ze wel genoemd, naar de illustere strafcornerspecialist die Matla wekelijks bijspijkert op dit onderdeel. „Een speelster die alles kan”, noemt Paumen haar. „Ze heeft loopvermogen, is technisch goed, heeft een corner en kan wedstrijden beslissen.”

De twee voerden de afgelopen jaren lange gesprekken. Over die zelfkritiek. Over hoe je met aanmerkingen omgaat. Over lichaamstaal versus innerlijke beleving. „Mentaal heeft ze enorme sprongen gemaakt”, zegt Paumen.

Met name de laatste jaren nam Matla’s carrière een enorme vlucht. De spits werd in 2019 verkozen tot beste speelster van de hoofdklasse en beste speelster van de FIH Pro League. Dat jaar nomineerde de internationale hockeyfederatie haar voor speelster van het jaar en ‘rising talent’. Het lijkt een kwestie van tijd voor ze tot ’s werelds beste hockeyster wordt uitgeroepen.

Hockeybeest

Matla komt uit een sportief gezin met drie kinderen. Haar moeder speelde voor Klein Zwitserland in Den Haag. Haar vader voetbalde in de hoofdklasse bij Huizen. Haar broer Maarten hockeyt bij WMHC Wageningen. Haar broer Laurens voetbalt bij AVV Swift in Amsterdam.

Matla werd geboren in Huizen, maar verhuisde al jong naar Valkenswaard, waar hockeyclub HOD op loopafstand zat. Haar oud-trainer bij de D1, Martin van de Rakt, herinnert zich haar als „hockeybeest”. Ze was met haar tien jaar de jongste, maar stak in techniek, spelinzicht, attitude en leergierigheid boven haar teamgenoten uit. „Iedereen speelde de bal naar Fred, want dan wist je dat het goed kwam.”

In die tijd had ze veel lol op het veld, iets dat ontbrak in de periode na haar overstap naar Den Bosch. „Bij HOD was ik vervroegd doorgestroomd naar Meisjes B1 en toen ik naar Den Bosch ging, kwam ik meteen in Meisjes A1. Dat was voor mij een hele grote stap, van veilig en vrij huppelen bij HOD, waar ik eigenlijk altijd de beste was en de prestatie minder belangrijk, naar de topsportmentaliteit en competitie bij Den Bosch”, vertelde ze in een interview.

Wilde ze de beste worden bij de club die de laatste 23 jaar twintig keer landskampioen werd, en drie keer verliezend finalist was, dan moest ze keihard trainen. En juist dat trainen is geen favoriete bezigheid van haar.

Matla’s ploeggenoot bij Den Bosch, international Margot van Geffen, kan zich dat eerste seizoen van 2012-2013 nog goed herinneren. „Ik dacht: wat heeft dat kind veel talent en techniek. Ik moet het zelf vooral van hard werken hebben. Dat kon nog wel eens botsen op trainingen. Dan dacht ik: Jezus, gá eens een keer voor die bal!” Nu kunnen ze daar om lachen, zegt ze. Want uiteindelijk vond Van Geffen een manier om Matla ‘aan te krijgen’. „Ik zei dat ik haar nodig had. Als ik de bal heb, wil ik haar zo snel mogelijk inpassen, maar dan moet er wel een optie voor zijn. Soms moet je hard werken om een optie te zijn.”

Frédérique Matla Foto Olivier Middendorp

Matla straalt niet altijd uit dat ze er keihard voor werkt, zegt Maartje Paumen. Voor de mensen om haar heen oogt het als laksheid. „Ook ik moest daar in het begin aan wennen, want als speelster was ik het tegenovergestelde. Maar langzaam ben ik gaan beseffen dat dat haar karakter is. Soms is ze wat moeilijk te peilen. Als je je kwetsbaar opstelt, zei ik, begrijpen mensen je beter.”

Haar mental coach Marco Hoogerland spreekt van „een mooie zoektocht”. Hij vertelt dat Matla een paar jaar geleden bij hem kwam toen alle speelsters van Den Bosch een Persoonlijke Identiteit Test (PIT) moesten afleggen. ‘Iedereen vindt iets van me’, zei ze, ‘maar ik weet zelf niet zo goed wie ik ben. Zou jij de test willen invullen? Jij kent mij beter.’

Matla vroeg hem om een eerlijk oordeel. Dat vergt moed en kwetsbaarheid, zegt Hoogerland. Daarin is ze sterk gegroeid. „Al neigt ze soms nog steeds naar ratio, perfectionisme en de taak die voor haar ligt. Dan raakt ze verstrikt en verliest ze de verbinding met anderen. Je zou dat als een valkuil kunnen zien.”

Game changer

De start van Matla in Den Bosch mag moeilijk zijn geweest, coach Raoul Ehren had al snel door dat ze iets heel speciaals had. „Af en toe kom je zo iemand tegen. Noem het de X-factor. Ze passeerde makkelijk, was sterk, scoorde veel op trainingen en kon met een simpele lichaamsschijnbeweging mensen op het verkeerde been zetten.”

Natuurlijk moest ze zich nog ontwikkelen, zegt Ehren, en hebben Paumen, Hoogerland en hij haar geholpen met een zelfkritische houding, maar ze had ook iets wat maar weinig speelsters hebben: stalen zenuwen. „Al op haar zestiende kon ze een shoot-out nemen zonder met haar ogen te knipperen. Ze kent totaal geen stress.”

Een „game changer”, noemt Max Caldas haar. De oud-bondscoach heeft maar kort met Matla gewerkt, toen zij bij Oranje kwam en hij op weg naar de uitgang was, maar Caldas heeft haar al die tijd op afstand bewonderd. „Ze staat ergens voor, heeft ongelooflijk veel zelfvertrouwen en kan een wedstrijd op elk moment openbreken. Dat is heel fijn voor een coach.”

Lees ook: Marijke Fleuren: ‘Gelijkheid tussen mannen en vrouwen begint op het veld: met dezelfde faciliteiten’

Een goed voorbeeld is de kampioenswedstrijd van vorige maand tegen Amsterdam. Het duel was in evenwicht, het leek op shoot-outs aan te komen, maar in de slotminuut zette Matla er met een harde push een punt achter. „Op dat soort momenten is ze een ijskonijn”, zegt haar broer en manager Laurens. In de goede zin van het woord, benadrukt hij, want anders dan soms wordt gedacht, schuilt onder die harde buitenkant een warm mens met eigen onzekerheden.

Volgens Laurens was het even slikken voor zijn zus toen bondscoach Alyson Annan haar in de zomer van 2019 meedeelde dat ze voorlopig niet in de trainingsgroep zou worden opgenomen. Annan gaf haar een takenlijst mee, zonder de inhoud met anderen te delen. „Zie het als een wake-upcall”, zegt hij. „Als toptalent was Fré in de jeugdelftallen met de fluwelen handschoen behandeld, maar op dit niveau wordt het uiterste van je gevergd.”

Van zijn zus hoorde hij dat Paumen, maar ook hockeycoryfee Mijntje Donners, haar een spiegel voorhielden: óf je gaat nog een aantal jaren medailles winnen en veel doelpunten maken, óf je haalt elke dag het maximale uit jezelf en wordt mogelijk zelfs de beste speelster van de wereld. „De bondscoach heeft haar geholpen die keuze te maken”, zegt Laurens.

Het was voor Matla een lastige periode, beaamt Paumen. „Maar het maakte haar ook scherp. Die paar maanden hebben haar doen beseffen dat je altijd voor 200 procent áán moet staan om bij het Nederlands elftal te spelen. Ook als je goed bent kan je nooit wat laten liggen.”

Volgens coach Ehren van Den Bosch is het belangrijk dat Matla haar fitheid behoudt. Dat mag ze niet laten versloffen, zegt hij, anders komt ze in de problemen. „Hardlopen of heel hard trainen: het zal nooit haar favoriete bezigheid worden. Maar ze mag niet te gemakzuchtig worden. Ze moet er wel wat voor doen.”

Daar staat tegenover, zegt hij, dat niemand zo makkelijk scoort als Matla. „Soms zitten er wedstrijden bij dat ze drie of vier doelpunten maakt en dat we na afloop concluderen: dit hadden er zeven of acht moeten zijn. Frédérique kan nóg beter, mits ze zich op alle vlakken blijft ontwikkelen.”