Twintig jaar na het geweld wacht Darfur nog op gerechtigheid

Conflict Darfur Fatou Bensouda, die binnenkort afzwaait als aanklager van het Internationaal Strafhof, bracht deze week een bezoek aan Soedan. In Darfur kreeg ze een warm onthaal. Er is hoop op gerechtigheid, maar nog niet op vrede.

Aanklager Fatou Bensouda van het Internationaal Strafhof woensdag tijdens een persconferentie in Khartoum. Ze drong aan op uitlevering van verdachten van oorlogsmisdaden in Darfur.
Aanklager Fatou Bensouda van het Internationaal Strafhof woensdag tijdens een persconferentie in Khartoum. Ze drong aan op uitlevering van verdachten van oorlogsmisdaden in Darfur. Foto Ashraf Shazly/AFP

‘Welkom! Welkom ICC!”, scandeerden inwoners van ontheemdenkampen in Darfur begin deze week bij hun ontvangst van Fatou Bensouda, de aanklager van het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag. Ze stonden in lange rijen opgesteld langs de weg waarover zij kwam aanrijden. Twintig jaar na het uitbreken van de oorlog die honderdduizenden levens heeft gekost, kwam er dan eindelijk een Strafhofaanklager op bezoek.

Eerder had het hof geen toegang tot het land gekregen, maar de volksopstand tegen dictator Omar al-Bashir, twee jaar geleden, bracht de omslag. Opeens raakten Bashir en de andere vier Soedanese leiders die het Strafhof heeft aangeklaagd hun bescherming kwijt. Zij zitten nu gevangen.

Bensouda, die volgende maand na negen jaar afzwaait als aanklager, werd deze week door de nieuwe burgerleiders en militaire leiders met egards ontvangen in de hoofdstad Khartoum, waar zij ook een drukbezochte persconferentie gaf. „Ze kreeg overal een opvallend warme ontvangst”, zegt een Soedanese journalist die verslag deed van haar bezoek.

De rollen zijn verbijsterend snel omgekeerd in Soedan. Maar ook twintig jaar na het geweld is er nog steeds geen gerechtigheid en vrede in Darfur. Voor het eerst is er nu een regering die samen met het hof – volgens de aanklachten vond er genocide plaats in Darfur – de schuldigen wil straffen. Hoe dat moet gebeuren is minder duidelijk.

Lees ook: In Soedan is alleen de kop van het monster afgehakt

Hoop en woede

Toen het Strafhof in april 2005 het mandaat van de VN-Veiligheidsraad kreeg oorlogsmisdadigers in Darfur te vervolgen, verspreidde het nieuws zich razendsnel. De twee miljoen Darfurezen die uit hun woonplaatsen waren verjaagd waren opgelucht en hoopvol, de autoriteiten woedend.

Een man die Ahmed heet liet op die dag aan NRC de verwondingen zien die hij had opgelopen op het politiebureau. Strijders van de Arabische Janjaweed-milities en regeringstroepen hadden zijn dorp in het westen van Darfur vernietigd, hijzelf was opgepakt. Zijn schedel was witroze, de huid eraf gescheurd met scheermesjes en brandend plastic. Op zijn rug, zijn buik en armen littekens van brandend ijzer, rond zijn polsen striemen van het touw waarmee hij twee dagen aan een boom werd gehangen.

Toch verscheen er een glimlach op zijn gezicht: „Maar nu komen de buitenlanders de schuldigen van de misdaden in Darfur arresteren, eindelijk gerechtigheid.” Dat is tot nu toe niet gebeurd. Alleen Ali Kushayb, een militieleider, staat momenteel terecht in Den Haag. Hij was Soedan ontvlucht en had zichzelf gemeld.

Naast ex-president Bashir zijn de twee andere hoofdverdachten aan regeringszijde Abdel-Rahim Muhammad Hussein, minister van Defensie gedurende de oorlog, en Ahmad Harun, destijds een hoge veiligheidschef en later de leider van Bashirs regeringspartij. Over Haroun zei Bensouda woensdag dat ze hem voor het einde van volgende maand in Den Haag wil hebben.

Hybride rechtbank

De berechting van Bashir en Abdel-Rahim Muhammad Hussein zal mogelijk in Soedan gebeuren door een hybride rechtbank, waarin Soedan en het Strafhof samenwerken. De militairen in het overgangsbewind in Soedan willen hen niet uitleveren aan Den Haag. Bovendien staat Bashir in Soedan al terecht voor de staatsgreep die hij in 1989 pleegde. Het zou de eerste keer zijn dat het Strafhof tot deze hybride methode van berechting overgaat.

De voortgang aan de juridische kant van het conflict heeft nog geen gunstige uitwerking op de veiligheid in Darfur. Miljoenen ontheemden verpieteren nog steeds in opvangkampen, ontheemde Darfurezen van Afrikaanse afkomst hebben het land dat hun gearabiseerde landgenoten hebben gestolen nog niet teruggekregen en nog steeds zijn Arabische milities actief.

Volgens ooggetuigen doen ook strijders van de paramilitaire Rapid Support Forces (RSF) mee aan de aanvallen op burgers. Dit is dezelfde groep als destijds de beruchte Janjaweed-milities die op grote schaal burgers aanvielen. De RSF maken nu prominent deel uit van de Soedanese strijdkrachten. „Hoe kun je aan democratisering werken als een deel van de overheid op haar bevolking schiet”, schamperde onlangs een diplomaat in Khartoum. De val van Bashir heeft de Darfurezen nog geen soelaas gebracht.

Lees ook: Karim Khan: angstaanjagend slim en bijzonder principieel