Sedef.

Foto Frank Ruiter

Interview

Tot haar 37ste had Sedef altijd gezwegen

Eergerelateerd geweld Sedef was van jongs af aan gewend aan geweld in huis. Pas op haar 37ste vluchtte ze weg naar een opvangcentrum. Nu helpt ze andere slachtoffers van eergeweld.

Op haar 37ste voelde Sedef voor het eerst in haar leven rust – toen ze in een stapelbed lag van de vrouwenopvang, met haar zoontje van elf jaar slapend boven haar. De vrouwenopvang had haar ‘code rood’ gegeven. „Dat betekent dat ik in levensgevaar was”, zegt ze. „Ik moest huilen en lachen tegelijk.”

Eindelijk was ze vrij.

Tot dat moment had Sedef altijd gezwegen. Op de basisschool loog ze tegen haar leraar, toen die vroeg naar de handafdruk op haar gezicht. Bij de huisarts weigerde ze hulp. Tegen de politie zei ze niets. Zelfs de gezinscoach, die al jaren over de vloer kwam, wist niet van het geweld in huis. Totdat haar dochter haar smeekte iets te doen.

In een koffietent vertelt Sedef voor het eerst over haar leven. „Elke dag werd ik geslagen of vernederd”, zegt ze. „Ik dacht dat het normaal was.” Ze praat urenlang. Af en toe onderbreekt ze zichzelf. Maar na een korte ademteug praat ze door, het moet eruit. Alles.

Van jongs af aan was ze gewend aan geweld. Op haar elfde kwam ze thuis van een playbackshow op school, tot onvrede van haar familie. Toen sloeg haar broer haar met een speciale stok onder haar voeten. „Dan waren de striemen niet zichtbaar.” Haar hele familie zat in de kamer en zag het. Een andere keer sloeg haar moeder haar een bloedneus. Haar moeder vroeg om een tabletje – niet voor Sedef maar voor zichzelf, om bij te komen. Buiten haar huis werd ze in de gaten gehouden. Dan reden haar broer en vader met de auto voor de school langs. Niet alleen zij, ook haar broers en zussen kregen te maken met het geweld thuis.

Sedef is een verborgen vrouw. Van kinds af aan speelde haar leven zich binnenshuis af. Thuis werd ze geslagen en vernederd. Het geweld stopte nooit. Niet bij haar thuis vroeger, niet bij haar latere echtgenoot. Pas op haar 37ste wist Sedef hulp te vinden en vluchtte ze met haar kinderen weg.

Eergerelateerd geweld

Rond de millenniumwisseling schrikt Nederland van een reeks eermoorden. De slachtoffers zijn jonge vrouwen, de daders familie. Zo was er Kezban in Zwijndrecht, die in 1999 voor de ogen van haar kinderen werd doodgeschoten door haar ex-man, nadat ze hem had verlaten. In 2003 schoot de vader van de 18-jarige Zarife zijn dochter dood met een jachtgeweer in hun Turkse dorp waar hij vandaan kwam, omdat zij niet volgens zijn regels wilde leven. En in 2004 werd de 32-jarige Gül voor de deur van de vrouwenopvang in Koog aan de Zaan neergeschoten door haar man, omdat ze van hem wilde scheiden.

Hulpverlener Cecilia Perez (65) ving op de avond van de moord op Gül de vrouwen in de Zaanse opvang op. Ze werkte al jaren in de vrouwenopvang, maar kreeg nu opeens te maken met eergerelateerd geweld. „Dat woord kenden we toen nog niet”, zegt ze. „Het enige wat we wisten was dat de oorzaak niet in huiselijk geweld lag, maar in strenge traditionele normen en waarden.”

Lees ook: Hier hoef je niet bang te zijn voor je eigen familie

Nu heeft ze wel een definitie paraat. Eergerelateerd geweld komt voor als de eer van een groep, familie of individu in het geding komt, zegt Perez. Vaak heeft het te maken met – in de ogen van de daders – onzedelijk gedrag. „De vrouwen zijn over het algemeen dragers van eer, de mannen de bewakers ervan”, zegt Perez. De relatie met de islam wordt vaak gelegd, maar is meestal indirect. „Eergerelateerd geweld komt ook voor onder hooligans, woonwagenbewoners en orthodoxe Biblebelt-bewoners.”

Er zijn geen concrete cijfers over het aantal eergerelateerde geweldsslachtoffers. Het Landelijke Expertisecentrum Eergerelateerd Geweld (LEC EGG) krijgt jaarlijks ongeveer vijfhonderd meldingen binnen. Maar dat zijn alleen de complexe en specialistische zaken. „Het topje van de ijsberg”, zegt Janine Janssen, lector veiligheid in afhankelijkheidsrelaties aan de Avans Hogeschool.

Door corona is het nog moeilijker geworden slachtoffers in het vizier te krijgen. Vorig jaar zagen de specialistische instellingen voor het eerst in jaren zelfs een daling in het aantal opgevangen vrouwen, blijkt uit een brief van vrouwenopvang Fier aan verschillende ministeries van afgelopen najaar. Terwijl het aantal hulpvragen in dezelfde periode via de chat verdubbelde. De organisaties maken zich „ernstig zorgen” dat deze mensen „uit beeld lijken te verdwijnen” bij de specialistische instellingen, schrijven ze.

Vrij voelen op school

Sedef, geboren in Nederland, ervoer op school een gevoel van vrijheid. Ze maakte vriendinnen en zag dat die een ander leven leidden dan zij. Maar voor dat andere leven waarschuwde haar familie haar: „Je bent Turks en moslim, je bent niet als hun”, hoorde ze elke dag voordat ze naar school ging. Vanaf haar twaalfde mocht ze niet meer buitenspelen. Tijdens klassenuitjes bleef ze thuis. En daar waren de taken duidelijk. Strijken, koken en schoonmaken. „Ik werd klaargemaakt voor het huwelijk”, zegt ze.

Voor Sedef en haar zus golden andere regels dan voor haar twee broers. Om iets vragen mochten de meisjes thuis niet. Shampoo was alleen voor de jongens. Net als pistachenoten en verse appels. „Wij aten de maaltijd van een dag eerder”, zegt Sedef. Waarom? „We waren meisjes, dat was een schande. De jongens, dat zijn sultans.”

De vrouwen hadden naast hun huwelijkse taken één plicht. „We moesten de familie beschermen voor schandalen.” Gaat het met een kind slecht op school? „Dan is dat de fout van de moeder.” Komt de man te laat op zijn werk? „Dan is dat de schuld van de vrouw.” En gaat de echtgenoot vreemd? „Dan ben jij geen goede vrouw.”

Toen ze de dromen van haar vriendinnen op school hoorde, wilde ze een rugzak pakken en vertrekken. „Ik wilde gewoon verdwijnen.” Niet trouwen, geen kinderen, niet hetzelfde worden als haar familie. Maar nadat ze op haar zestiende haar vmbo-diploma haalde, mocht ze niet meer naar school. „Mijn broer vertelde dat ik moest gaan trouwen”, zegt Sedef. „Toen was het voor mij voorbij. Ik had geen dromen meer.”

Huiselijk geweld

Het is vaak onduidelijk wat het verschil is tussen huiselijk en eergerelateerd geweld, terwijl de aanpak ervan enorm kan verschillen. „Huiselijk geweld neemt vaak langzaam toe, terwijl eergeweld ineens heel heftig kan worden”, zegt Ebru Arslan van hulporganisatie Sterk Huis in Tilburg, die trainingen geeft over eerkwesties. Daarom moet vaak snel gehandeld worden.

Lees ook over partnergeweld: Mensen denken: als iemand je slaat, vertrek je toch?

Bij eergerelateerd geweld spelen daders voor eigen rechter, zegt lector Janssen. „Niet alleen fysiek, maar ook door mensen bang te maken. Eercodes zijn ooit ontstaan in gebieden en onder groepen waar geen sterke overheid is, waar mensen problemen zelf oplossen.” Het geweld is vaak gericht op één persoon, die dissident gedrag heeft vertoond, zegt Janssen.

Dat dissidente gedrag kan van alles zijn. Willen scheiden van je partner, uit de kast komen. De laatste jaren kwam daar ook ‘sexting’ bij – waarbij slachtoffers foto’s van zichzelf versturen met hun mobieltje. Dat hoeft niet naakt te zijn, soms is een foto zonder hoofddoek al bloot genoeg om de familie boos te krijgen.

In het ergste geval leidt eergeweld tot de dood of verstoting. „Dan is het zo onveilig dat de banden met de familie worden doorbroken”, zegt Arslan. „Dat is heel heftig. We hebben meegemaakt dat de familie een overlijdensadvertentie plaatste in de krant – om ook aan de buitenwereld duidelijk te maken: diegene bestaat niet meer.”

Eer aangetast in Turkije

Op haar zestiende reist Sedef met haar familie af naar Turkije. Daar wordt de eer van haar familie aangetast. Door haar, in hun ogen. Wat er precies is gebeurd, wil ze niet vertellen. Haar familie vindt een partner voor haar. Ze trouwen, vertrekken naar Nederland en samen krijgen ze drie kinderen.

Lees ook: Ik vluchtte voor het geweld, niet voor hém

In het begin was ze blij. „Hij was minder gewelddadig dan mijn familie. Best een lieve man, dacht ik.” Maar haar vrijheid nam af. „Hij sliep ook met andere vrouwen, maar ik vond dat niet erg zolang hij maar rustig bleef en ons niks aandeed.”

Toch nam het geweld toe. Nadat hij Sedef weer een keer sloeg, zei ze dat hij weg moest. „Toen kwam mijn broertje langs”, zegt Sedef. „En die sloeg me, zo hard, en zei dat ik mijn man niet uit huis mocht zetten.” Sindsdien zweeg ze. Jarenlang.

Ook haar kinderen ondervonden problemen met de thuissituatie. „De jongste zoon kon niet schrijven en trok nooit zijn jas uit, terwijl hij al negen jaar was”, zegt Sedef. „De middelste zat altijd in zijn kamer en mijn dochter ging vaak van huis weg door ruzies. Ze vocht vanaf haar dertiende met haar vader.”

Het geweld escaleerde. De politie kwam langs. Veilig Thuis kwam langs. „Maar er gebeurde niks.” Toen ze een paar jaar later stiekem een Turkse advocate belde om te scheiden, bedreigde haar man haar: „Hij hield een mes bij mijn keel en zei: als je weggaat, ga je dood.”

De imam kwam langs om te praten: eerst met haar man, daarna apart met Sedef en haar broertje. „De imam zei dat hij ons echt iets aan zou doen als ik van mijn man weg zou gaan.” Huilend antwoordde ze tegen de imam en haar broertje: „Jullie gaan zo weg en laten mij en mijn drie kinderen achter, is dat de bedoeling?”

Beiden vertrokken. Sedef scheurde de scheidingspapieren door.

En dat had gevolgen. „Hij voelde zich sterker, werd gewelddadiger, omdat er niks veranderde na de komst van de politie, Veilig Thuis en de imam.”

Bovendien maakte Sedefs eigen familie haar bang. „Als kind kreeg ik Turkse krantenkoppen voor mijn neus van berichten over door hun familie vermoorde meisjes. Als vrouw werd ik met mijn leven bedreigd. En als moeder werd mij verteld dat instanties mijn kinderen zouden afpakken als ik hulp zou zoeken. En hulp? Ik wist niet waar ik dat kon krijgen en of die hulp me echt zou helpen.”

Hoofd tegen het aanrecht

Op een zaterdag in 2015, toen Sedef al 37 was, brak ze alsnog. „Mijn dochter had ruzie met haar vader. Hij sloeg haar hoofd zo hard tegen het aanrecht en ik kon niks doen”, zegt ze. „Ik deed mijn ogen dicht.”

Ze is even stil. „Het is heel moeilijk als je als moeder je eigen dochter niet kunt beschermen. Mijn dochter zei: mama, doe iets. Iemand gaat dood.”

Ze belde haar gezinscoach, die hen al een paar maanden bezocht, maar die ze nooit had verteld over het geweld thuis. Die noemde de vrouwenopvang. Sedef belde direct.

Die avond vertelde ze haar oudste zoon (16) en dochter (18) over de opvang. „Ze wilden niet, ze vonden het eng”, zegt Sedef. „Nee, we gaan”, zei ze tegen hen. „Alles was kapot in huis, de deuren, overal zaten gaten.” ’s Ochtends vertelde ze haar jongste zoon (11) pas dat ze zouden vertrekken. „Hij was zo blij.” Ze glimlacht.

Op de keukentafel liet Sedef een brief achter voor haar man. „Een lieve brief, zodat hij niet boos zou worden.”

De vrouwenopvang bracht haar rust. De banden met haar familie werden doorbroken en ze werd geholpen aan een zelfstandige toekomst. Ze bleef er een jaar, met alleen haar jongste zoontje.

Ook focus op daders

Veel slachtoffers keren weer terug naar het huis dat ze hadden ontvlucht, ondanks het geweld dat ze hebben meegemaakt. Dat is logischer dan veel mensen denken, zegt Farangis Dawoody, die bij het Meldpunt Eergerelateerd Geweld van de opvangorganisatie Blijf Groep werkt. „Nederlanders weten vaak niet hoe zwaar het is om buiten de familiecirkel te leven”, zegt Dawoody. „Als je daaruit verstoten raakt, mis je de warmte en leuke dingen ervan.”

Daarom moet er in de hulpverlening ook focus komen op de daders en de familie eromheen, zeggen de specialisten. „Het credo was altijd om vrouwen te emanciperen”, zegt Dawoody. „Maar ook mannen zijn slachtoffer van het systeem. De hulpverlening zou zich ook op mannen moeten richten, zodat er een mentaliteitsverandering komt.”

Voor Sedef begon de grootste uitdaging pas na de opvang, toen ze een huis toegewezen kreeg met haar kinderen. „Ik wist niet hoe het openbaar vervoer werkte, ik wist niet hoe ik moest pinnen. En een cv invullen, weet je hoe spannend ik dat vond?” Ook sommige woorden kende ze niet. „Ik vroeg op mijn veertigste aan mijn dochter wat ‘flirten’ eigenlijk betekent”, lacht ze.

Nu helpt ze andere vrouwen, slachtoffers van eergerelateerd geweld. „Ik was misschien eerder uit de situatie gekomen als ik voorbeelden had gehad. Nu wil ik de inspiratie voor andere vrouwen zijn.” Ze wil de vrouwen empoweren. „Niet met een groepje vrouwen een dagje naar de Keukenhof gaan, maar een vrouw zelf leren naar de Keukenhof te gaan. Weet je hoeveel zekerder je daarvan wordt?”

Zelf was ze niet alleen uit haar situatie gekomen, dat kwam dankzij haar kinderen. „Ik heb mijn kinderen op de wereld gezet, maar ze zijn niet mijn bezit. Wat geef je ze mee? Dat ze in een gesloten leven blijven zitten? Dat hun leven bepaald wordt door anderen? Ik dacht heel lang dat het leven zo hoorde, dat het mijn lot was. Maar dat is niet zo”, zegt ze. „Ieder mens heeft iets bijzonders dat de wereld mooier maakt, toch?”

Voor dit verhaal heeft NRC inzage gekregen in politieaangiftes, doktersverklaringen en een tiental andere documenten die het verhaal van Sedef onderbouwen.