Recensie

Recensie Boeken

Opa Russ was een doorgewinterde maffioos

Familiegeschiedenis De grootvader van historicus Russell Shorto was een belangrijke figuur binnen de maffia. In de opkomst van die gangsters ontdekte hij parallellen met miljardairs als John D. Rockefeller.
Links: Young Russ, de vader van Russell Shorto. Rechts: Johnstown bij nacht. Foto’s privé-collectie en uit besproken boek

Links: Young Russ, de vader van Russell Shorto. Rechts: Johnstown bij nacht.

Foto’s privé-collectie en uit besproken boek

Het begon allemaal op een verjaardagsfeestje. Een neef van zijn moeder kwam op Russell Shorto afgebeend. Waarom had meneer de schrijver het levensverhaal van zijn opa nog steeds niet opgetekend, wilde deze Frankie Filia weten. Hij was toch historicus? De biografie van opa Russ Shorto was een onvervalst stukje Amerikaanse geschiedenis, vond neef Frankie. Russ was namelijk een hoge pief geweest bij de maffia. Dat boek moest er komen!

Russell Shorto (1959) – vernoemd naar zijn opa – is inderdaad historicus. Nederlandse lezers zullen hem kennen van zijn boeken over de geschiedenis van Amsterdam en de Nederlandse geschiedenis van New York. Shorto liep jarenlang rond met het idee van Frankie, maar het lukte hem maar niet om aan het onderzoek te beginnen. Andere klussen kregen voorrang. Totdat Shorto’s vader Tony, de zoon van opa Russ, ernstig ziek werd. Toen besloot Shorto het verleden van zijn familie te reconstrueren voordat de laatste ooggetuigen verdwenen waren.

Het resultaat van die arbeid mag er wezen. Pater familias. Het verhaal van mijn familie en de gangsters is een meeslepend boek geworden. Het is niet alleen een familiegeschiedenis, maar ook een studie van het milieu waarin Italiaanse migrantenfamilies hun hoofd boven water moesten zien te houden. Sommigen van hen belandden bij de maffia, maar dan wel de weinig glamoureuze variant: meer The Soprano’s dan The Godfather.

Zuipen en gokken

Shorto’s overgrootvader arriveerde in 1901 in de Verenigde Staten. Hij heette Antonino Sciotto en kwam van Sicilië. Het lot wilde dat hij werd beroofd en doodgestoken toen hij voor familiebezoek terug was in Italië.

Die tragedie zorgde ervoor dat Rosario Sciotto (1914-1981) (in Amerika veranderd in Russel ‘Russ’ Shorto) als kind al voor zichzelf moest zorgen. Hij leerde al snel valsspelen met dobbelen en ontwikkelde in de loop van de jaren nog allerlei andere criminele vaardigheden. Zo groeide hij uit tot een belangrijke maffioso in het onbelangrijke plaatsje Johnstown, in de staat Pennsylvania.

opa Russ Shorto

De staalindustrie zorgde daar medio twintigste eeuw voor een enorme groei in bevolking en welvaart, en al die mensen wilden zuipen en gokken. Daar zorgden Russ Shorto en zijn makker ‘Little Joe’ Regino voor.

Kleinzoon Russell Shorto ziet parallellen tussen het optreden in de Verenigde Staten van keiharde kapitalisten en miljardairs als John D. Rockefeller en Andrew Carnegie en de opkomst van de maffia. Italianen hadden nauwelijks kans om eerlijk rijk te worden, schrijft Shorto. Ze werden gediscrimineerd – Italianen verdienden minder dan zwarte Amerikanen en de grootste massalynching in één dag betrof een groep van elf Italiaanse mannen – en dus konden ze alleen de Amerikaanse droom bereiken als maffioso.

Opa Russ verdiende zijn geld vooral met sportweddenschappen. Wie niet betaalde, kreeg klappen. Heel misschien was hij betrokken bij één afrekening in het criminele circuit, maar Shorto krijgt het definitieve bewijs niet boven tafel.

Vreemdgaan

Dankzij de gesprekken die hij voert met tal van markante mannen – die in de decennia na de Tweede Wereldoorlog als jonkies werkten in de organisatie van zijn opa – komt het beeld naar voren van een man die bewondering afdwong door de enorme handigheid waarmee hij zich omhoog gewerkt had.

Geld was er voldoende in het gezin van opa Russ, maar dat maakte niet per se gelukkig. Zijn vrouw Mary had veel van hem te verduren: Russ dronk te veel en ging vreemd. Dat leidde regelmatig tot dramatische scènes waarbij het servies eraan geloven moest. Shorto’s vader Tony was daarvan getuige en worstelde ondertussen met het dilemma of hij het familiebedrijf in zou gaan, of op het rechte pad zou blijven.

Shorto leert in de loop van zijn onderzoek steeds meer over het leven van zijn vader – en dat levert de nodige verrassingen op. Hij blijkt Tony minder goed te kennen dan hij dacht. Het was kennelijk moeilijk leven in de schaduw van Russ Shorto.

Zijn kleinzoon heeft diens leven nu op voorbeeldige wijze gereconstrueerd. Hij praat niets goed, maar veroordeelt ook niet. Shorto beschrijft een mensenleven én probeert het te begrijpen – zoals het een goed historicus betaamt.