Recensie

Recensie

Mooie smaakcombinaties én uitgelezen wijnen bij De Prins

Foto Frank van Dijl

Dat we om 16.00 uur hebben gereserveerd, maakt geen verschil voor de keuze tussen lunch of diner. Bij De Prins van Terbregge in Rotterdam laat je je deze herfstmiddag eind mei verrassen met drie, vier of – wat wij doen – vijf gangen (52,50 euro).

Het terras van De Prins van Terbregge, langs de Rotte met uitzicht op de Irenebrug, is overdekt en dat komt een paar keer goed van pas. Kanoërs trotseren de wind, in een passerende sloep wordt rosé gedronken om de stemming erin te houden en een fuut zwemt rondjes met een verbaasd kuiken op haar rug.

Wij laten ons een glas bubbels inschenken nadat de sommelier het verhaal heeft verteld over de monnik uit de streek rond Reims die op doorreis naar Santiago de Compostela het geheim van mousserende wijn ontdekte. „Die monnik heette…”, laat de sommelier een stilte vallen, „…Dom Pérignon en de wijn… Première Bulle.” Als ik hem later de anekdote aan een ander tafeltje hoor vertellen, voegt hij dezelfde stiltes in.

De wijn heeft een mooie mousse en daar komen de amuses, een cakeje van zwarte olijf en een schuim van bietencarpaccio met geitenkaas. Alle smaakpapillen worden geactiveerd.

Boekwerk van een wijnkaart

De vijf gangen laten we vergezeld gaan van bijpassende wijnen. In het restaurant, op doortocht naar het terras, werden we al getroffen door de uitstalling van wijnen die De Prins van Terbregge, noodgedwongen, nu ook verkoopt als wijnclub Le Petit Prince. Van de keer dat ik hier eerder at, herinner ik me het boekwerk van een wijnkaart met 320 wijnen. De voorraad telt er nu zo’n 700 die alle ook per glas gaan. „We kunnen het niet laten”, verklaart de sommelier het indrukwekkende aantal.

Hij komt nu met een pinot noir uit Rheinhessen die op biodynamische wijze is gemaakt. Het eerste gerecht is een tataki van rund. Volgens deze Japanse bereidingswijze wordt het vlees (vis kan ook) heel kort in een vlam geroosterd, gemarineerd en in dunne plakken gesneden. Misschien is het nu niet dun genoeg gesneden, misschien is dit stukje vlees te pezig, we vinden het wat aan de taaiïge kant. De smaak is dik in orde, net als de garnering van wortel, radijs en piccalilly.

Tot onze verrassing krijgen we hierna een witte Portugees ingeschonken. We proeven munt en vuursteen. De wijn hoort bij de tartaar van zeebaars die met soja, sojabonen en komkommer wordt geserveerd, een fris gerecht. Zelf zou ik de volgorde van deze eerste twee gerechten hebben omgegooid: eerst vis, dan roodvlees, dus ook eerst witte en dan rode wijn. Maar er is over nagedacht, verzekert ons de gérant. In deze volgorde is de balans beter, want na het derde gerecht komt er opnieuw vlees op tafel.

Taartje van zanddeeg

Dat derde gerecht is vegetarisch, een baba ghanoush, een taartje van zanddeeg met parelcouscous met muntpaprika en antiboise. Hier komen Noord-Afrika, het Midden-Oosten en Frankrijk op smakelijke wijze bijeen en de rosé uit de Minervois houdt goed stand. Net als bij de andere wijnen zijn we helemaal bijgepraat over waar deze vandaan komt, wat we moeten proeven en waarom we na wit en rood nu deze rosé drinken. Hij heeft een volle mond, inderdaad geen wijn die zich laat afschepen met een verkleinwoord.

Bij het volgende glas heeft de sommelier ons opnieuw bij de kladden. Hij schenkt een Avondale uit Zuid-Afrika die wordt gemaakt in kleipotten die in de aarde worden ingegraven. De druiven ondergaan aldus een langzame gisting. De techniek werd in pre-bijbelse tijden bij toeval ontdekt in Georgië. De wijn is vol en diep en doet de iberico lende van de big green egg alle eer aan.

Op een kerkklok loopt het tegen achten als we het dessert achter de kiezen hebben, ook weer met een voortreffelijke wijn erbij. Was me dat een leuke, zij het frisse middag!

is culinair recensent en journalist