Interview

‘Ik had nog wel 10 jaar door willen gaan’

Johan de Vries (68) groenteboer

De groentezaak van het echtpaar De Vries was meer dan 35 jaar een begrip in Oud-Charlois op Rotterdam-Zuid. Onlangs stopten ze, met pijn in het hart.

Groenteboer Johan de Vries hier nog in zijn zaak, kort voor de sluiting.
Groenteboer Johan de Vries hier nog in zijn zaak, kort voor de sluiting. Foto Letty Bonsma

‘Ik wilde niet stoppen, maar op een gegeven moment sta je voor het blok. De inventaris werd slecht, er moest voor zeker 50.000 euro verbouwd worden. Mijn heupen werden minder en mijn vrouw heeft hartproblemen. We moeten het allebei rustiger aan gaan doen.

„Op mijn vijftiende begon ik in de groentewinkel van mijn vader, De Westlandse Tuin. Hij had zijn eerste winkeltje begin jaren dertig. Ging hij met de handkar naar de groothandel op het Noordplein, en via een van de Maasbruggen terug naar Charlois. Later deed hij dat met paard en wagen.

„Ik werkte altijd voor mijn ouders, tot ik ging trouwen. We waren thuis met vijftien broers en zussen. Ze hebben allemaal eerst bij mijn vader gewerkt. In 1984 ben ik voor mijzelf begonnen in de Voornsestraat.

„In de straat hier zit nu alleen nog de slager. Het is jammer dat ik de zaak niet kon overdragen aan iemand anders. Dat zou het mooiste zijn: een jong stel, die had ik dan ingewerkt. Niemand heeft er nog zin in. Tegen de supermarkten is gewoon niet op te concurreren. Er komt nu een kledingzaak in.

„Het gaat me aan het hart. We zaten hier heel ons leven. Sommige klantjes hebben mij nog in de luier zien lopen. Een vrouw die bij ons in de winkel kwam was tegelijk met mijn moeder zwanger, toen zij mij kreeg. Onze specialiteiten waren eigen gemaakte soepen, stoofpeertjes en fruitsalades – alles vers gesneden. In onze soepkeuken bereidden we 7.000 tot 8.000 liter per jaar. Van heinde en ver kwamen mensen daarvoor.

„Die soepkeuken verhuist naar het Amelandseplein verderop in Charlois, daar zit een andere groentezaak van de familie [ook De Westlandse Tuin geheten]. Dat is de enige die nog over is van alle zaken die mijn vader had. Die wordt gerund door mijn broer en zijn vrouw. Mijn broer en ik zijn met een tweeling getrouwd, we trouwden ook op dezelfde dag. Wat dat betreft zijn we één groot gezin. Deze broer is één jaar ouder. Zij hebben tien kinderen gekregen, wij vijf.

„De eerste week zonder de zaak was alsof we op vakantie waren. Ik kan mij bijna niet voorstellen dat ik nooit meer naar de winkel ga. Dat kwartje moet nog even vallen. We hebben allemaal cadeaus gekregen van klanten. Chocola, bloemstukken, tekeningen.

„Ik had nog wel tien jaar door willen gaan. Aan de andere kant krijgen we nu tijd voor andere dingen. Het is niet zo dat we zijn uitgeleefd. We verhuizen naar Heinenoord, we zijn ons huis al aan het klaarmaken.”