Recensie

Recensie Boeken

De onopvallende neo-nazi: maatpak, hypotheek en vaste baan

Extreemrechts Nikki Sterkenburg dompelde zich onder in extreemrechts Nederland. Wat ze aantrof stelt niet gerust. En het ergste is: het zijn niet alleen de uitgesproken neo-nazi’s die er gevaarlijke ideeën op nahouden.
Het extreem-rechtse Pegida demonstreert in Amsterdam, op 3 november 2018.
Het extreem-rechtse Pegida demonstreert in Amsterdam, op 3 november 2018. Foto Sabine Joosten

Het is een bekend fenomeen in de media: als er toevallig het woord ‘nazi’ in de kop van een artikel staat, wordt het goed gelezen. Het zou kunnen wijzen op een buitengewone historische interesse bij lezers, maar het valt niet uit te sluiten dat de hoge gruwelfactor bij dit soort onderwerpen ook een rol speelt. De kwaadaardigheid van de nazi’s heeft blijkbaar iets onweerstaanbaar intrigerends.

Dat geldt ook voor oud-journalist Nikki Sterkenburg, tegenwoordig analist op het ministerie van Justitie en Veiligheid. Haar fascinatie gaat uit naar neo-nazi’s, en naar hun broeders en zusters op het spectrum van radicaal-en extreemrechts. Eerder dompelde Sterkenburg zich onder in de gesloten gemeenschap van jihadisten, nu biedt ze met haar boek Maar dat mag je niet zeggen een inkijkje in de wereld van de zelfverklaarde hoeders van de westerse beschaving.

Haar persoonlijke fascinatie was gewekt toen ze in 2014 een stel neonazi’s ontmoette die er eerder uitzagen als hipsters dan als skinheads. Wat volgde was een jarenlang journalistiek én wetenschappelijk onderzoek naar de nieuwe generatie radicaal-en extreemrechts, dat uitmondde in een promotie aan de Universiteit Leiden en in dit boek. Het boek is expliciet een verslag van haar journalistieke ervaringen, na haar inleiding schrijft ze: ‘Tot zover de saaie theorie, nu het avontuurlijke deel.’ Ze kent de voorkeuren van haar publiek.

Erkenbrand

Al worstelde ze tijdens het onderzoek duidelijk met haar ingewikkelde dubbelrol als wetenschapper en journalist, de combinatie is voor de lezer een schot in de roos. Er wordt in de media nogal wat vrijblijvend afgezwetst over dit onderwerp, maar doordat Sterkenburg kan leunen op haar proefschrift ligt er nu een boek met helder gedefinieerde begrippen en strak uitgewerkte analyses. Door spannend geschreven reportages is het ook nog eens heel leesbaar.

Sterkenburg volgt drie groepen: de straatactivisten die je bij demonstraties ziet schreeuwen, de neonazi’s die terugverlangen naar het Derde Rijk, en de studentikoze intellectuelen van alt-right zoals die zich manifesteren rond de studiegroep Erkenbrand. Elke groep herbergt zijn eigen types, en in haar gesprekken ontwaart ze er vijf. De één zoekt rechtvaardigheid van de overheid, de ander brede politieke steun voor zijn of haar ideeën, weer een ander is uit op provocatie en spanning, of juist kameraadschap, een vijfde hoopt op ultieme zelfverwezenlijking.

Van Erkenbrand tot Pegida tot Identitair Verzet: er is veel verscheidenheid en ook veel persoonlijk en inhoudelijk conflict. Zo wordt nogal verschillend gedacht over de vraag of de bron van alle ellende nu ligt bij de moslims of toch bij de Joden. Maar uiteindelijk streven allen naar een homogene culturele of etnische staat, ‘door middel van het inperken van de burgerlijke vrijheden en grondrechten van religieuze en etnische minderheden, al dan niet met geweld’. Het boek leest makkelijk weg, maar leert de lezer ondertussen heel wat over de verschillende gedachtewerelden, levensverhalen en organisatiestructuren van extreem- en radicaalrechts in Nederland.

Wolven in maatpakken

Hoe schokkend is het wat Sterkenburg ons toont? Wie zich wil verlekkeren aan foute ideeën kan zijn hart ophalen. Racisme, misogynie, antisemitisme, geweldsfantasieën, het is een parade van donkerbruin gedachtegoed.

Het griezeligst is daarbij misschien wel de derde groep die Sterkenburg volgt, die van de studentikoze intellectuelen, de ‘wolven in maatpakken’. Ze ziet hun deelname aan de alt-rightbeweging als een werkelijk ideologische queeste en herkent in hun neiging tot zelf-purificatie dezelfde dynamiek die ze zag bij jonge jihadisten. Deze relatief nieuwe groep weet haar radicale boodschap omfloerster te verpakken dan de straatactivisten of neonazi’s, maar desondanks is Sterkenburg bij hen het bangst voor geweld. ‘Ik vrees juist die ene fictieve drieënveertigjarige Ideologische Zoeker. Die weliswaar een hypotheek en een vaste baan heeft, maar die nog steeds droomt van het gedwongen deporteren van migranten, ondertussen schietlessen neemt en verder niet opvalt.’ Door die onopvallendheid is zo’n man het moeilijkst op te sporen, terwijl hij wel het meest ideologisch gedreven is.

En toch, alle foute ideeën en schimmige clubjes ten spijt, zit de echte schok van dit boek niet in de verhalen over nazi’s of andere extreemrechtse activisten. Het schokkendst is het gedrag van de groep om hen heen, van de groep die zich niet tot extreemrechts rekent, maar de ideeën van hun buren, vrienden of collega’s ook geen breekpunt vindt. Sterkenburg ziet dat deze mensen steeds minder last hebben van hun denkbeelden en acties, die hen niet meer automatisch in een sociaal isolement brengen. ‘Ook ik heb me vaak afgevraagd hoe dat kan’, schrijft ze, ‘maar uiteindelijk is er maar één conclusie die ik kan trekken: we zijn als samenleving meer gewend geraakt aan radicaal- en extreemrechtse standpunten omdat de retoriek de afgelopen twintig jaar op dagelijkse basis onze levens is binnengedrongen.’

Neonazi Lianne

Ze maakt zich zorgen over ons onvermogen ideeën te herkennen als extreemrechts en eindigt het boek met een oproep tot een debat over ons morele kompas. Dat lijkt geen overbodige luxe. Een van de meest verontrustende passages gaat over de uitspraken van minister van Buitenlandse zaken Stef Blok uit 2018. ‘Noem mij een voorbeeld van een multi-etnische of multiculturele samenleving, waar de oorspronkelijke bevolking nog woont [...] en waar een vreedzaam samenlevingsverband is. Ik ken hem niet.’

Het is precies die etno-nationalistische redenering waar de 29-jarige Thomas in Sterkenburgs boek zijn oplossing voor een ‘vredige’ samenleving op baseert. Een vredig land waar dezelfde mensen samenwonen, met dezelfde taal, normen en waarden. Wil je dat niet ook? Ja toch? Dan moeten we etnische minderheden deporteren, aldus Thomas. Vreedzaam samenleven, is immers onmogelijk. Stef Blok stelt dat deporteren niet voor, maar heel vergezocht is die denkstap niet. Een groep Erkenbranders veranderde om die reden in 2018 haar profielfoto tijdelijk in die van Blok. Ze zagen het als teken dat het maatschappelijk tij meezit. Nog blijer waren ze toen er in het parlement werd gediscussieerd over de relatie tussen ras en IQ.

Dus ja, de uitspraken van een jonge neonazi als Damian die verklaart nooit mensen te kunnen vermoorden maar vervolgens zegt dat hij best op Kamerleden zou schieten omdat je dat toch geen mensen kunt noemen, zijn schokkend. Maar nog schokkender is het feit dat iemand als neonazi Lianne prima kan functioneren in de zorg omdat haar leidinggevenden het geen probleem vinden dat ze weigert mensen van kleur te wassen. De titel is daarmee van een bittere ironie. Sterkenburg laat vooral zien dat voor de meeste extreemrechtse praatjes inmiddels geldt: je mag het gerust zeggen.