Europese digitale identiteit moet EU-burger bevrijden van Big Tech

Europese digitale identiteit Een Europees digitaal kluisje moet EU-burgers toegang geven tot diensten, buiten Amerikaanse techreuzen om. Donderdag presenteerde de Europese Commissie haar plan voor zo’n ‘e-ID’.

Illustratie Jasmijn van der Weide

Een persoonlijk digitaal mapje, waarmee je op websites door heel Europa je identiteit kunt bewijzen en kunt betalen. Om een bankrekening te openen in een ander EU-land, maar ook om belangrijke documenten veilig op te bergen of op vakantie een auto te kunnen huren. Als het aan de Europese Commissie ligt, moeten alle EU-burgers er over niet al te lange tijd gebruik van kunnen maken – mits ze dat zelf willen. Donderdag presenteerden Eurocommissarissen Margrethe Vestager (Mededinging) en Thierry Breton (Interne Markt) de plannen voor de ‘Europese Digitale Identiteit’. Vier vragen over het nieuwe Europese ‘e-ID’:

1 Waar komt dit idee vandaan?

Het voorstel komt er op verzoek van alle EU-lidstaten, die de Commissie vorig najaar opdroegen halverwege 2021 met een ‘Europese Digitale Identificatie’ te komen. Zo’n ‘e-ID’ zou Europese burgers zowel „controle over hun online identiteit en gegevens als toegang tot publieke, private en grensoverschrijdende diensten” moeten geven.

Daarmee past het idee in de Europese ambities op digitaal gebied snel een been bij te trekken. De EU mag dan één interne markt zijn, op digitaal terrein is er nog altijd veel versnippering, waardoor het voor bedrijven en burgers bijzonder lastig is online zaken te regelen in een ander EU-land. Het e-ID moet één van de obstakels wegnemen.

Daarnaast moet het een veilig alternatief bieden voor de wildgroei aan digitale ‘wallets’ van private bedrijven als Apple en Google. De gedachte: liever een niet-commercieel, Europees initiatief, dan dat burgers in de armen van Amerikaanse megabedrijven worden gedreven. Aan Europeanen die dat willen, moeten alle lidstaten een veilig, EU-breed geaccepteerd systeem gaan aanbieden. „Dit gaat erom consumenten een keuze te bieden: een Europese keuze”, aldus Breton donderdag. Die keuze blijft dus vrijwillig, benadrukten EU-ambtenaren donderdag voortdurend. Tegelijk wordt het voor burgers ooit misschien wel lastig zich volledig aan een nieuw systeem te onttrekken, als het in de hele EU straks soepel draait.

Lees ook De vijf redenen waarom Big Tech nu getemd wordt door de EU

2 Hoe verhoudt dat zich tot nationale systemen, zoals het Nederlandse DigiD?

De EU deed al eerder een poging al die systemen aan elkaar te knopen. Sinds 2018 is de zogeheten eIDAS-regeling van kracht, waarmee nationale digitale inlogmiddelen, zoals het DigiD, ook in andere landen erkend moeten worden. Heel succesvol was dat niet: 19 EU-landen hebben een systeem dat meedoet, maar in de praktijk levert het voor burgers niet bijster veel op.

Dat moet anders bij het nieuwe systeem, dat in de woorden van Vestager „een unieke kans is om verder te gaan in de ervaring wat het betekent om in Europa te leven en Europeaan te zijn”. Praktisch betekent het dat lidstaten nog steeds allemaal een eigen systeem ontwikkelen, maar dat die wel vanaf de tekentafel worden ‘geharmoniseerd’. Hoe dat er precies uit gaat zien ligt op tafel tijdens de onderhandelingen tussen lidstaten en Brussel, maar uitgangspunt is dat een nationale inlog als het DigiD ook als sleutel voor het nieuwe e-ID kan dienen.

Voor Europese begrippen moet het systeem volgens de Commissie snel worden ingevoerd: in het najaar van 2022 wil ze de technische details met alle lidstaten hebben afgestemd. Vanaf dat moment zouden dan ook de eerste pilots kunnen beginnen, waarna het systeem in 2023 echt van start kan gaan.

3 Hoe gaat het e-ID eruit zien en werken?

Als een soort multifunctioneel mapje op je telefoon waarin je belangrijke documenten als een rijbewijs opslaat en wachtwoorden beheert, maar waarmee je ook toegang kunt krijgen tot publieke of private diensten. Bijvoorbeeld als je een auto wilt huren in een ander land, noemt de Commissie zelf als voorbeeld. Een gebruiker selecteert dan vooraf de gegevens die hij met het bedrijf wil delen (een rijbewijs, betaalinformatie, een digitale handtekening), wat het proces vereenvoudigt en versnelt. Ander voorbeeld: na een verhuizing naar een ander EU-land een telefoonabonnement afsluiten of een bankrekening openen.

Omdat een gebruiker steeds zelf bepaalt welke gegevens zij of hij deelt, zou het systeem ook privacyvriendelijker zijn dan de huidige situatie. Als je bijvoorbeeld wordt gevraagd om je leeftijd aan te tonen om een discotheek in te komen, moet je ervoor kunnen kiezen alleen te laten zien dat je 18+ bent, zonder al je andere identiteitsgegevens te openbaren. Grote digitale platforms zoals Facebook of Twitter worden verplicht identificatie via het nieuwe systeem te erkennen. Ook overheidsinstanties in alle EU-landen moeten identificatie via het systeem gaan accepteren.

4 Is het gebruik van een e-ID veilig?

De Commissie benadrukt dat het nieuwe systeem het ‘allerhoogste beveiligingsniveau’ moet krijgen. Maar hoe dat in de praktijk gaat werken en welke eisen en technische standaarden Brussel verplicht stelt, moet de komende tijd met alle Europese lidstaten worden afgesproken. „Het beveiligingsniveau zal hoger liggen dan nu in sommige lidstaten het geval is”, merkt een EU-ambtenaar op. Biometrische identificatie met vingerafdrukken of gezichtsherkenning zal in elk geval onderdeel van het systeem worden. Cruciaal is voor de Commissie ook dat de eigenaar van het mapje steeds kan bepalen welke gegevens precies worden gedeeld.