Opinie

Eindelijk weer eens onder de mensen

Column Auke Kok

Auke Kok

Ik ben nog niet in vorm. Dat merk ik als ik samen met een vriendin ben neergestreken op een terrasje bij het Sarphatipark. Er zit een soort stroefheid in mijn handelwijze. Als voetballiefhebber schiet mij onmiddellijk het woord te binnen dat hier bij past. Wedstrijdritme. Daar schort het aan.

Een tafeltje bemachtigen ging prima en ook het wenken van de serveerster levert geen problemen op. Dat is het basismateriaal van het terrasjezitten. Ook als je het maanden niet hebt gedaan lukt dat nog wel. Maar de finetuning, het snel en adequaat reageren: hoe staat het daarmee?

Alles gaat goed zolang zich geen plotselinge veranderingen voordoen. Maar helaas, die doen zich wel voor. Ik heb witte wijn en speciaalbier besteld, en de vriendin heeft zich even teruggetrokken voor een bezoekje aan het sanitair in het café, hoek Eerste Jan Steenstraat, als er ineens een oudere dame neerzijgt op het tafeltje naast.

Dat de dame mij vragend aankijkt is zachtjes uitgedrukt. Haar gezicht ontvouwt zich als een bloem na een veel te lange, inktzwarte nacht.

Voor ik het weet ben ik in een gesprek verwikkeld over het genot van met z’n allen buiten zijn; van het leven vieren in de open lucht

„Zó”, straalt ze, „eindelijk weer eens onder de mensen. Zonnetje, terrasje. Geweldig, vindt u niet?” Ik open mijn mond om „nou en of!” te zeggen – en op hetzelfde moment neemt de vriendin, die ik zeker een half jaar niet heb gesproken, weer tegenover mij plaats. Ik kijk haar aan, maar in mijn ooghoek blijft het gezicht van de dame als een grote bleke vlek zichtbaar. Wazig en intimiderend standvastig.

Na enkele terrasjezittrainingen zou ik de dame met enkele woorden beleefd hebben afgewimpeld. Maar wat ik al zei: geen wedstrijdritme. Ik ben de situatie niet meester en draai haar kant dus weer op, en voor ik het weet ben ik in een gesprek verwikkeld over het genot van met z’n allen buiten zijn; van het leven vieren in de open lucht.

In mijn andere ooghoek nu het gezicht van de vriendin. Ik moet iets doen, maar wat?

Zegt de dame ook nog: „Zomaar met vreemden een babbeltje maken, héérlijk. Wat heb ik dat gemist. Een mens kan niet zonder!”

Ze is de vriendelijkheid zelve. Onder haar tafeltje likt haar metgezel uit een waterbakje dat de serveerster daar heeft neergezet. De dame komt hier duidelijk vaker. Op zoek naar aanspraak, vermoedelijk. Eenzaam, wie weet zelfs behoeftig. Dat maakt de verlamming er niet minder op.

Ik betrek de vriendin in de conversatie. Beetje laf misschien, maar dit lukt me ondanks het vormgebrek nog wel. En zo laten we de tijd al converserend verglijden, te midden van de andere terrasjes die het Sarphatipark omzomen, iedereen uitgelaten, iedereen blij dat het weer kan en mag.

De dame drinkt een neutje mee en met z’n drieën constateren we dat homo sapiens zich in korte tijd tot een Buitenmens heeft ontwikkeld. Machtig interessant allemaal, een proefschrift waardig.

Alleen weet ik na het afscheid nog steeds niet hoe het nu eigenlijk met de vriendin gaat. Ik moet nodig in training.

Auke Kok is schrijver en journalist.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.