Eerste rapport toont machtsspel rond natuur en landschap in Limburg

Limburg Ex-gedeputeerde Vrehen kreeg subsidies en opdrachten. Volgens een eerste rapport vallen afwijkingen binnen de foutmarge. Toch roept het onderzoek veel vragen op.

Johan Remkes, waarnemend commissaris van de koning, donderdagavond tijdens het debat over de integriteit van het bestuur in Limburg.
Johan Remkes, waarnemend commissaris van de koning, donderdagavond tijdens het debat over de integriteit van het bestuur in Limburg. Foto Marcel van Hoorn/ANP

Tweeënhalve maand na de eerste publicatie in de affaire rond oud-gedeputeerde Herman Vrehen (CDA) is het wachten op een reeks onderzoeken naar de precieze gang van zaken op het Gouvernement aan de Maas, het Limburgse provinciehuis. Een rapport van de controller van de provincie, dat Provinciale Staten donderdag behandelde, laat alvast zien hoe succesvol het CDA en de Limburgse Land- en Tuinbouwbond (LLTB) macht en geld rond natuur en landschap naar zich toetrokken.

De door de bond opgerichte en met geestverwanten bemenste Coöperatie Natuurrijk Limburg ontving in een kleine tien jaar via de provincie zo’n 68,5 miljoen euro subsidie (deels Europees geld) en een lening van bijna een miljoen. Vrehen werd bestuurslid bij Natuurrijk Limburg en niet veel later directeur bij de landschapsorganisatie Instandhouding Kleine Landschapselementen (IKL), die hij saneerde en waarvan de overgebleven gelden deels werden doorgesluisd naar zijn eigen bedrijven.

Dat laatste werd in maart al duidelijk door een publicatie in NRC, waaruit ook bleek hoe de provincie Vrehen van tal van andere petten voorzag en inhuurde als gespreks(bege)leider in allerlei ruimtelijke kwesties: rond Maastricht Aachen Airport, de uitbreiding van VDL Nedcar en de verbreding van de A2. Kort na het verschijnen van het artikel traden de CDA-gedeputeerden Ger Koopmans en Hubert Mackus af. Enige tijd later vertrok ook de rest van Gedeputeerde Staten, inclusief de commissaris van de koning.

‘Elitenatuur’

Het ontstaan van Natuurrijk Limburg als een soort mantelorganisatie van de LLTB en CDA werd mogelijk gemaakt door staatssecretaris Henk Bleker (Landbouw) in kabinet-Rutte I (2010-2012). Met ook natuur in zijn portefeuille zorgde de (toen nog) christen-democraat voor een enorme sanering (meer dan een halvering van het budget) en een hervorming van het landschapsbeleid. Het moest over zijn met nieuwe grondaankopen voor de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en ook met de macht van grote organisaties als Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer. Die zorgden in Blekers ogen voor „elitenatuur”. Een decentralisatie moest meer verantwoordelijkheid bij de provincies leggen en de uitvoering voor een groot deel leggen bij de mensen die het landschap kennen, lees: de boeren.

Toen een aantal provincies (Noord-Brabant en de noordelijke provincies) dwars gingen liggen, diende Ger Koopmans, destijds Tweede Kamerlid, een voorstel in dat ervoor moest zorgen dat Blekers natuurbeleid toch gewoon werd uitgevoerd. De ja-zeggers onder de provincies mochten niet de dupe worden van het verzet. Natuurrijk Limburg kon daardoor aan de slag.

Bij toekenning van subsidies en opdrachten aan Vrehen werden volgens de controller geen regels geschonden. Geconstateerde afwijkingen vallen in zijn ogen binnen een acceptabele foutmarge. Toch wemelt het in het onderzoek van procedures rond toekenningen aan organisaties en bedrijven van Vrehen die vragen oproepen: fout verlopen aanbestedingen, een opdracht aan een pas twee maanden later opgericht bedrijf van Vrehen, „uit coulance” verstrekte subsidie ondanks niet-behaalde doelstellingen, het jarenlang niet voldoen aan verplichte informatieverstrekking aan de provincie na het ontvangen van een subsidie, het handhaven van Vrehen als bemiddelaar rond het vliegveld ondanks ambtelijk bezwaar en het gratis detacheren van een topambtenaar van de provincie bij een van Vrehens bedrijven zonder dat de provincie daar ook maar enig belang bij had.

Rol ex-gedeputeerden

Klaartje Peters, bijzonder hoogleraar lokaal en regionaal bestuur aan de Universiteit Maastricht, relativeert het belang van het controlleronderzoek: „De onderzoeksvraag of uitgaven rechtmatig waren is in deze zaak tamelijk irrelevant. Je wil weten wat [CDA-gedeputeerden] Koopmans en Mackus nu precies deden of nalieten en niet of alle bonnetjes en beschikkingen zijn gevonden.”

Het blijft inderdaad nog steeds onduidelijk welke rol Koopmans en Mackus maar ook ex-gedeputeerden Patrick van der Broeck (CDA) en Joost van den Akker (VVD, als portefeuillehouder economie onder meer betrokken bij de uitbreiding van VDL Nedcar en het vliegveld) speelden bij het bevoordelen en toekennen van functies aan Vrehen.

Toenmalig commissaris van de koning Theo Bovens kondigde meteen na de publicatie in NRC in maart onderzoek aan naar de integriteit van het bestuur, maar kwam voor zijn aftreden niet meer toe aan opdrachtverlening. Die taak ging daarna naar de integriteitscommissie van Provinciale Staten die het ook lieten liggen. Nu pakt waarnemend gouverneur Johan Remkes het op. Hij belooft de opdracht snel uit te zetten. Peters vindt het „kwalijk en teleurstellend” dat dit onderzoek zo lang op zich laat wachten. „Provinciale Staten die niet weten wat er precies is gebeurd, kunnen niet echt zinnig discussiëren over integriteit en bestuurscultuur of een nieuwe coalitie vormen.”

Correctie (4 juni 2021): In een eerdere versie stond de naam van ex-gedeputeerde Patrick van der Broeck verkeerd geschreven.