Een handjevol herinneringen van de emeritus-cabaretier

Iedereen leest Op deze plek schrijft NRC over de populairste boeken van dit moment. Deze week: memoires en andere verhalen van cabaretier Paul van Vliet.

Nederland houdt van Paul van Vliet. Althans: heel veel Nederlanders houden van Paul van Vliet. In elk geval zo veel dat hij tot na zijn tachtigste genoeg publiek bleef trekken en nog een paar jaar op zondagmiddagen kon doorspelen in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. En ook ruim voldoende om nu, inmiddels 85, met een nieuw boek te komen dat prompt tot de bestsellerlijst doordringt.

Heimwee naar morgen laat zich lastig etiketteren. Toen zijn zeventigste verjaardag op komst was, vertelt Paul van Vliet in het voorwoord, vroegen diverse uitgevers of hij zijn autobiografie wilde schrijven. „In de zomer van 2004 ben ik daar opgewekt aan begonnen, maar na een paar weken kreeg ik genoeg van mijn verleden. Het herkauwen van de oude koek ging mij tegenstaan. Wat ik had opgeschreven, heb ik verscheurd en weggegooid.” Maar nu, als emeritus-cabaretier, heeft hij toch nog een handvol herinneringen vastgelegd. Aan zijn jongensjaren, zijn geschiedenisstudie (die hij na een jaar verruilde voor rechten), de militaire dienst (‘de meest onbezorgde tijd van mijn leven’) en het begin van zijn cabaretcarrière. Wat in deze levensloop helaas ontbreekt, is zijn verblijf in Friesland waar hij als tienjarige bleekneus de laatste maanden van de oorlog doorbracht. Weliswaar schreef hij daarover in een vorige bundel al eens een gevoelig verhaal, maar een reprise zou hier niet hebben misstaan.

Het autobiografische gedeelte beslaat echter minder dan de helft van dit boek. Al op pagina 69 begint de afdeling ‘andere verhalen’. Daarin duiken soms nog wel anekdotes op uit zijn artiestenbestaan, zoals een ontmoeting met zijn idool Wim Kan en een wulps avontuurtje met een getrouwde vrouw tijdens een tournee in Zuid-Amerika, maar ook diverse hoofdstukjes met de toonzetting van een column, bijvoorbeeld over de overdadige gastvrijheid van de werkster die Van Vliets boerderij in Catalonië schoonhield, of over een invasie van spinnen tijdens een verblijf voor Unicef in Zambia. Die verhalen doen af en toe denken aan de komische herkenbaarheid van de conferences die Paul van Vliet in zijn theatershows over modieuze muizenissen placht af te steken.

Het autobiografische gedeelte beslaat minder dan de helft van dit boek

Dat alles maakt Heimwee naar morgen ietwat onsamenhangend, maar wel onderhoudend – door zijn zelfspot en zijn mild-ironische toon. Sentiment ontbreekt. Zelfs in een treffende passage over de neerslachtigheid die hem trof na een bezoek aan een begraafplaats: „Mijn hele verleden walste over me heen en ik zat jankerig te turven wat er allemaal voorgoed voorbij was. Ik bedoel hier niet het verleden dat ik als sappige anekdotes het café in strooi. De sterke verhalen van hoe warm het was en hoe ver en hoe verschrikkelijk en nog nooit vertoond en hoe schitterend ik daar toen uit tevoorschijn kwam. Nee, dat bedoel ik niet.”

En inderdaad: aan dat soort memoires heeft Paul van Vliet zich niet schuldig gemaakt. Hij staat in dit boek zoals hij op het toneel stond. Als een man wiens populariteit voorlopig nog wel verzekerd is.

Reacties: boeken@nrc.nl