Recensie

Recensie Boeken

Een eerste zoen onder een hemel die bommen regent

Jeugdboek Het nieuwe boek van Anna Woltz speelt zich af in de Londense metro tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een uiterst originele verhaalsetting voor een jeugdroman, waarin stijl, plot, actie en diepgang mooi in balans zijn.

De Theems in Londen.
De Theems in Londen. Foto Getty Images

‘We zijn met zijn drieën nu. We waren met z’n vieren, maar één van ons gaat dood. Dat kun je beter maar weten. Nu al, voordat ik begin.’ Deze waarschuwende openingszinnen van De tunnel verraden het al direct, in de nieuwe jeugdroman van Anna Woltz valt aanmerkelijk minder te lachen dan we van haar gewend zijn. Dit is echter geen diskwalificatie. Integendeel: De tunnel is een meeslepende oorlogsroman waarin stijl, plot, actie en psychologische diepgang mooi in balans zijn.

Dat Woltz vanuit de Tweede Wereldoorlog vertrekt is overigens niet de eerste keer. Eerder schreef ze Post uit de oorlog (2006) en het met de Thea Beckmanprijs bekroonde Ik kan nog steeds niet vliegen (2012). Het laatstgenoemde boek werd geprezen vanwege de terloopse manier waarop de oorlogsthematiek was verwerkt. Maar van terloopsheid is dit keer geen sprake.

Het is september 1940. De aanhoudende nachtelijke Blitz-bombardementen door de Luftwaffe zetten Londen in lichterlaaie. De Britse hoofdstad brandt, de ravage is groot, en voordat je het weet zit je er middenin. Je ziet, samen met polio-overlevende Ella (14) die vanuit een herkenbaar jongerenperspectief het verhaal vertelt in treffende beelden en zintuiglijke taal, hoe ‘elke avond de zon aan de verkeerde kant lijkt onder te gaan’ en ‘de hele nacht de oostelijke hemel vurig oranje gloeit’. Je ruikt wat er gebeurt: de fikkende havens en pakhuizen, ‘brandende stroop, thee, rum’. En je voelt de dreiging van ‘de UXB’s’ (unexploded bombs). ‘De wereld lijkt van glas. Eén verkeerde beweging en alles stort in elkaar’, aldus Ella die door haar manke poliobeen sowieso letterlijk en figuurlijk onevenwichtig is. Dus schuilt ze, met haar broertje Robbie (10), haar moeder en tienduizenden anderen, ’s nachts in de Ondergrondse: ‘als magere sardientjes in een kolossaal blik’ op de roltrappen en perrons, of tussen de ijzeren richels in een van de diepgelegen tunnels, weg van de verstikkende drukte.

Aristocratische puber

Het is een uiterst originele (verhaal)setting. En niet alleen omdat de plek zo geschikt is voor filmische scènes, en er nog nooit een jeugdroman over de Londense metro in oorlogstijd is geschreven. Wanneer gaandeweg blijkt dat Ella tijdens haar ziekte in een tunnelvormig beademingsapparaat (ijzeren long) moest liggen om te overleven, krijgen de benauwende omstandigheden en het gegeven dat ‘niemand weet wie er morgen nog leeft’ een knappe dubbelzinnige betekenis. ‘Ademen kun je niet oefenen’, weet Ella. ‘Er is geen ondiep water, geen zomerdag zonder Messerschmitts. Als je het fout doet ben je er geweest’. Ten slotte, vanwege de drommen mensen die er schuilen, blijkt de metro de ideale plek voor toevallige ontmoetingen. Zoals die tussen Ella, de opportunistische maar aantrekkelijke armoedzaaier Jay (16) en de vrijgevochten Quinn (15), die haar aristocratische bestaan is ontvlucht. Hun lotsverbondenheid blijkt groter dan hun zichtbare klassenverschillen: in de tunnel, waar het drietal zich met Robbie ophoudt, groeit een voorzichtige, levensbepalende vriendschap die Honderd uur nacht (2014) in herinnering roept, Woltz’ jeugdroman over een vriendengroep in het door orkaan Sandy geteisterde New York.

De oorlog zorgt regelmatig voor een goede dosis adrenaline. Bijvoorbeeld wanneer Robbie is verdwenen en Ella en Jay hem ’s nachts in de verwoeste dierentuin zoeken. De spanning maakt het schuchtere meisje bovendien onverwacht moedig. Die innerlijke groei schetst Woltz overtuigend. Het luchtalarm loeit onheilspellend, maar sinds Ella haar verhalenschrift vol puberale ‘zotte luchtballonnen’ heeft verscheurd en ze zich dankzij Quinn realiseert dat ‘de wereld veel groter is dan onze ouders denken’, weet ze dat er geen tijd is om te wachten tot de wereld verandert. Ze is mank, maar ze kan kiezen: ‘Ik wil weten wat er nu komt. En straks. En morgen’. Dus ja, ze redt Robbie. Ja, haar eerste zoen volgt gedurfd onder een hemel die bommen regent. En ja, ze herenigt Quinn met haar van verraad verdachte, studerende broer Sebastian. Soms appelleert Woltz iets te opzichtig aan het sentiment. Zo is een in kamerjas gehulde Sebastian die de tunnel inloopt terwijl hij ‘Somewhere over the rainbow’ zingt, te veel van het goede. Maar Woltz verstaat haar schrijversvak en komt ermee weg. Niet toevallig zegt Ella dat het moment voelt ‘alsof we boven ons eigen leven uit worden getild’. Woltz weet: precies dat is de universele kracht van fictie.