Opinie

De wereld is totaal krankzinnig

Michel Krielaars

Midden in de Boekenweek diende een meerderheid van de Tweede Kamer woensdag een motie in over een noodsteun van 20 miljoen euro aan de fysieke boekhandels. In het eerste kwartaal van 2021 beleefden die een omzetdaling van 69 procent vergeleken met de eerste drie maanden van vorig jaar. Een ramp.

Die omzetdaling is het gevolg van de lockdown, die boekenkopers, anders dan in Frankrijk en Duitsland, maandenlang buiten de deur hield. Uitgeverijen reageerden op die winkelsluiting door hun productie van nieuwe boeken stil te leggen, omdat het onzin was als die in een boekhandel zouden liggen waar geen klanten kwamen. Op hun beurt hadden de boekhandelaren weer geen geld om die nieuwe boeken in te kopen. En zo kwam de hele boekenketen door de lockdown tot stilstand.

Die financiële steun is vooral belangrijk, omdat boekhandels een aantoonbare beschavende functie hebben. Als ze verdwijnen wordt er nog minder serieuze fictie en non-fictie gelezen. En voor je het weet kan niemand nog een samenhangende alinea schrijven of zijn belastingformulier begrijpen.

Zelf zou ik de boekenbranche het liefst een btw-vermindering geven. Het kost de staat wat, maar dan heb je op den duur wel beter ontwikkelde, sprekende en nadenkende burgers (en parlementariërs). Maar omdat mijn plan bij luchtfietsen blijft, steun ik de boekhandels fysiek door er elke week een boek te kopen. Deze bijzondere Boekenweek vond ik het zelfs nog heerlijker om er weer eens onbeperkt te kunnen rondsnuffelen om op iets onverwachts te stuiten.

Uiteindelijk kocht ik de novelle Domein van de Russische schrijver Sergej Dovlatov, in de geweldige vertaling van Robbert-Jan Henkes. Het telt nog geen 120 bladzijden en heeft, in de woorden van de schrijver zelf, die in 1990 tijdens een periode van kwartaaldrinken op 48-jarige leeftijd plotseling overleed, ‘geen plot, geen ideeën, gewone taal’. Wel laat Dovlatov in ritmische, korte zinnen een stoet geweldige personages voorbijkomen, van vermakelijke alcoholisten tot een behulpzame KGB’er en behoeftige museumbewaarsters. Het levert onvergetelijke scènes op.

Domein (1983) speelt zich grotendeels af op een landgoed waar Poesjkin heeft gewoond. De verteller werkt er als toeristengids, maar heeft het vooral over zijn ontembare drankzucht, zijn stukgelopen huwelijk en zijn leven als mislukt schrijver. Hij doet dat met humor, waardoor zelfs de grootste ellende licht en draaglijk wordt. Alleen zo’n zin als ‘Op haar ingezakte boezem slingerde een kurkentrekker’ maakt me al vrolijk.

In die verteller herken je Dovlatov zelf, die als geen ander over het uitzichtloze, door alcoholisme en schaarste gedomineerde leven in de Sovjet-Unie kon schrijven. De kritiek die hij daarmee op het bestaande systeem leverde, zorgde ervoor dat zijn werk niet gepubliceerd mocht worden.

In 1978 emigreerde Dovlatov min of meer onder dwang naar de VS. Daar ontdekten andere Russische ballingen, zoals de dichter Iosif Brodski, zijn talent. In eigen land verscheen zijn werk pas kort voor zijn dood. Het was meteen een megasucces. Die ironie van het lot verwoordt hij in Domein, als zijn verteller na een absurdistisch verhoor door een KGB’er opmerkt dat de wereld totaal krankzinnig is. ‘Krankzinnigheid wordt de norm. De norm voelt aan als niet te bevatten.’ Zoiets geldt tot op de dag van vandaag, zeker als je het over het Rusland van Poetin hebt.