Opinie

De voorleesclub

Ellen Deckwitz

Op een zonnige namiddag lag ik aan het IJ terwijl ik Leïla Slimani’s In de tuin van het beest las en mijn zus ondertussen haar ogen uitkeek naar alle prachtige mannen en vrouwen die de revue passeerden. „Wat een weelde”, watertandde ze. En: „Leg dat boek nou eens weg.”

„Maar het is zo spannend”, mompelde ik zonder op te kijken.

„Ik vind het knap dat je zo’n leesconditie hebt”, zuchtte de zus.

„Leesconditie?”

„Ja, dat je niet na de eerste alinea de draad alweer kwijt bent en het boek maar aan de kant legt. Ik merk dat ik in de loop der jaren het lezen veel sneller opgeef, terwijl ik me juist zou moeten oefenen in concentreren.”

„Nou ja, er komt ook steeds meer afleiding bij. En uit allemaal onderzoeken blijkt dat onze aandachtsspanne alsmaar afneemt.”

„Weet je wat ik jammer vind?”, zei ze terwijl ze zich uitrekte. „Dat ik niet meer voorgelezen word. Als kind was ik daar dol op. Tegenwoordig lijkt er zo’n taboe op te liggen onder volwassenen. Alsof je, wanneer je de kinderjaren voorbij bent, alleen nog maar in stilte mag genieten van verhalen. Het lijkt mij juist zo leuk om gezamenlijk te genieten van een vertelling.”

„Ja”, zei ik, „en dat terwijl eeuwenlang de meeste mensen literatuur vooral tot zich namen via voordracht. Aan de hoven, op het werk, tijdens familieavondjes thuis – altijd werd er wel een verhaal voorgedragen. Literatuur was een groepsgebeuren. Voor jezelf lezen is een recente ontwikkeling, die pas in de negentiende eeuw gemeengoed werd.”

„Ik heb het!”, riep de zus. „Laten we een voorleesclub voor volwassenen beginnen!”

„Peuterspeelzaal voor meerderjarigen”, giechelde ik. Maar toen ik naar huis fietste dacht ik van, verrek, dat is eigenlijk een fantastisch idee. Natuurlijk wordt er in Nederland ook voorgelezen aan volwassenen – het doorsnee literaire festival dankt er zijn bestaansrecht aan – maar hoe tof zou het zijn om het ook eens met je boekenclub te doen, of na het eten, of aan het begin van een avond borrelen. Stapel korte verhalen van Nabukov, Sanneke van Hassel of Rob van Essen erbij en gaan. Het zou een aangename manier zijn om onze leesconditie te verbeteren, plus een nieuwe impuls geven aan de boekenverkoop. En dan zouden we onszelf ook weer eens oefenen in het luisteren naar iemand anders, waardoor niet alleen het boekenvak maar ook de samenleving er iets aan heeft.

Misschien zou het CPNB aan de Boekenweek een soort Nationale Voorleesdagen Voor Volwassenen kunnen vastplakken.

Of eind juni een verhalenvoordraagavondvierdaagse voor meerderjarigen.

Die avond sliep ik dieper dan ik in tijden had gedaan.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.