Opinie

De democratie is beschadigd bij onze inzet in Afghanistan

Politiek Het kabinet heeft volgens de Tweede Kamer regelmatig onjuist of onvolledig geïnformeerd over de oorlog in Afghanistan. Geheimhouding mag niet de norm zijn.
Nederlandse en Afghaanse troepen in de Choravallei in Afghanistan gewikkeld in een vuurgevecht met de Talibaan.
Nederlandse en Afghaanse troepen in de Choravallei in Afghanistan gewikkeld in een vuurgevecht met de Talibaan. Foto Gerben van Es

De laatste militairen van de NAVO, ook Nederlandse, worden op dit moment teruggetrokken uit Afghanistan. Daarmee komt er een einde aan twintig jaar oorlog in Afghanistan (en Pakistan), die honderdduizenden doden en miljoenen vluchtelingen opleverde. Ook kwamen 25 Nederlandse militairen om. Maar er was nog een ander slachtoffer: onze democratie.

Democratie verhoudt zich moeizaam tot oorlogsvoering. Daarom wordt oorlog, die in essentie neerkomt op dood, vernietiging en lijden, vaak mooier voorgesteld dan hij eigenlijk is en soms zelfs als iets wezenlijk anders, zoals wederopbouw.

Wie ten oorlog gaat, verkoopt die keuze doorgaans met mooie woorden over verheven doelen. Het terrorisme voor eens en altijd uitbannen en meisjes weer naar school sturen bijvoorbeeld, en uiteraard het brengen van democratie.

Ondertussen wordt er vaak gezwegen over het effect van westerse bommen, daar waar ze hun vernietigende werk doen – waartoe ze uiteraard ontworpen zijn. Dergelijke geheimhouding is een aanval op de democratie, die voor een goed functioneren immers een goed geïnformeerd publiek en dus transparantie eist.

Voorgelogen

Toen vorig jaar in de VS een selectie interviews met direct betrokkenen bij de oorlog werd vrijgegeven, de Afghanistan papers, werd breed geconstateerd dat de Amerikaanse bevolking constant is voorgelogen. Er is geen ontkomen aan dat die conclusie net zo goed van toepassing is op Nederland.

Lees ook dit opiniestuk van Willem Post: Afghanistan Papers maken steun aan missies moeilijker

Neem operatie Enduring Freedom. Dat was de Amerikaanse operatie tegen de Talibaan en Al Qaida in Afghanistan. Nederland wenste daar niet aan deel te nemen. In Den Haag zag men meer in ‘opbouwmissie’ ISAF, waarvoor Nederlandse militairen vanaf 2006 in Uruzgan en later in Kunduz aan het werk gingen. Pas jaren na dato kwam aan het licht dat Nederland wel degelijk met commando’s had deelgenomen aan Enduring Freedom, al in 2002. De Tweede Kamer wist van niets.

In datzelfde jaar was er een standrechtelijke executie van elf gevangenen door de Afghaanse veiligheidsdienst NDS. Alhoewel dit plaatsvond in gebied waarvoor Nederlandse militairen verantwoordelijkheid droegen, werd dit het parlement evenmin gemeld. Het kabinet koos voor een zogeheten passieve woordvoeringslijn. Later, tijdens de missie in Uruzgan, zou Nederland enkele honderden gevangenen aan de NDS overdragen.

De inzet van de notoir onnauwkeurige pantserhouwitser wordt nu gehekeld. Terwijl dit volgens Defensie een precisiewapen was

Hoewel deze moordpartij door Defensie werd verzwegen, leefden er in de Tweede Kamer zorgen over de behandeling van overgedragen gevangenen. Keer op keer duwden verschillende ministers die zorgen weg. De situatie zou immers goed gemonitord worden. Ook na de missie in Uruzgan werden Kamerleden gerustgesteld. Gevangenen zijn niet gemarteld, is te lezen in de eindevaluatie. Maar jaren later, na onderzoek, bleek dat niet te kloppen. Sterker, er zou zelfs structureel gemarteld zijn in Afghaanse gevangenissen. Minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) moest erkennen dat eerdere communicatie richting het parlement over door Nederland overgedragen gevangenen ‘te stellig’ was.

Lees ook: Wat heeft 20 jaar Afghanistan Nederland gebracht?

In Uruzgan werd door Nederlandse militairen geregeld grof geweld ingezet, bijvoorbeeld in juni 2007 in Chora. Daarbij vielen enkele honderden doden, waaronder veel burgers. Lange tijd is dat geweld vooral als noodzakelijk en proportioneel afgeschilderd. Nieuwe feiten plaatsen hier vraagtekens bij. Vooral de inzet van de notoir onnauwkeurige pantserhouwitser, waarmee granaten tientallen kilometers ver werden afgeschoten, zonder goed zicht op het doel, wordt nu gehekeld. Dit terwijl toentertijd de minister van Defensie de inzet van dit kanon juist rechtvaardigde omdat het een precisiewapen zou zijn. Inmiddels loopt er een rechtszaak van nabestaanden.

Een aantal maanden later werd er door Nederland wederom stevig gevochten in Uruzgan, bij de plaats Deh Rawod. Daarbij zijn zestig Talibaanstrijders gedood, is te lezen in een Amerikaans verslag dat in 2010 via klokkenluiderssite WikiLeaks werd geopenbaard. Het ministerie van Defensie meldde de intensiteit van deze gevechten in 2007 in de eigen berichtgeving niet. Op de website van het ministerie werd toentertijd weliswaar gewag gemaakt van diverse vuurcontacten die er de afgelopen dagen waren geweest, maar daarbij werd slechts opgemerkt dat er „mogelijk slachtoffers” zijn gevallen aan vijandelijke zijde.

Na Uruzgan volgde vanaf 2011 een politietrainingsmissie in Kunduz. De door Nederland opgeleide agenten mochten nadrukkelijk niet ingezet worden in de gevechten tegen de Talibaan. Dat eiste de Tweede Kamer, en beloofde het kabinet. Een onderzoeksdienst van minister Blok concludeerde eind 2019 dat die toezegging aan de Tweede Kamer onuitvoerbaar was. Dat was eerder nooit zo gecommuniceerd. Uit het onderzoek bleek bovendien dat allerlei aan de Tweede Kamer gemelde statistieken over de voortgang van het trainingsprogramma uit de duim werden gezogen. Het aantal door Nederland opgeleide agenten werd kunstmatig opgevijzeld.

Deze voorbeelden – er zijn er meer – tonen aan dat de twintigjarige oorlog tegen Afghanistan werd vergezeld van de ene na de andere aanval op de democratie. De vraag is of een nieuwe regering, tijdens de volgende oorlog, het wel aandurft eerlijk en open te communiceren over de essentie van oorlogsvoering of dat geheimhouding wederom de norm zal zijn.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.