Opinie

‘Big Tech’ vormt gevaar voor open internet, niet Europa

Europese Unie Nieuwe wetten voor bedrijven als Facebook zijn hoog nodig. De liberale Eurocommissaris Margrethe Vestager gaat zelfs niet ver genoeg, meent .
Protest voor regulering van Facebook in Brussel, 15 december 2020.
Protest voor regulering van Facebook in Brussel, 15 december 2020. Foto Olivier Hoslet/EPA

In Europa is een grote lobbycampagne op gang gekomen, met als uiteindelijke inzet niet minder dan de toekomst van het internet. De Europese Commissie heeft de campagne afgetrapt met voorstellen om de oneerlijke concurrentie door Big Tech tegen te gaan. Het laatste wat een open internet voor iedereen nodig heeft is afzwakking van die voorstellen: het is juist nodig ze aan te scherpen.

Nick Clegg, dé lobbyist van Facebook, heeft zich gestort in de campagne en waarschuwt in NRC dat Europa moet waken voor „het onnodig hinderen van Europese innovatie en verdere versplintering van het wereldwijde internet” (Samen met de VS kan Europa het internet ‘open’ houden, 31/5).

Dat is wrang te horen uit de mond van een bedrijf dat een ongekende machtspositie heeft opgebouwd door agressieve overnames en het annexeren van onze data. Daardoor hebben Europese bedrijven minder kans te concurreren, maar ook bepalen Mark Zuckerberg en de zijnen wat Europese burgers op hun tijdlijn te zien krijgen. Dat staat haaks op wat de oprichters van het internet voor ogen hadden toen ze het creëerden.

Maar Nick Clegg heeft zonder meer gelijk dat de komende twee jaar bepalend zijn voor de komende twintig jaar. Afgelopen december presenteerde de Europese Commissie twee belangrijke wetsvoorstellen die ervoor moeten gaan zorgen dat wat nu offline illegaal is ook online illegaal wordt. De Deense Eurocommissaris Margrethe Vestager repareert hiermee de verouderde Europese wetgeving voor de digitale markt die al sinds 2000 niet meer is aangepast.

Lees ook dit opiniestuk van Nick Clegg: Samen met de VS kan Europa het internet ‘open’ houden

Die reparaties zijn hoogstnodig, want sinds 2000 is een handjevol kleine bedrijven uitgegroeid tot reusachtig formaat. Dankzij agressieve acquisities, het te gelde maken van persoonlijke data en het gebruik van die data om concurrenten van de weg te drukken hebben Facebook en Google bijvoorbeeld een verstikkend ‘duopolie’ op de digitale advertentiemarkt. Samen zijn ze verantwoordelijk voor zeven op de tien advertenties die we online zien. Het betoog van Nick Clegg komt dan ook over als een pleidooi van Lance Armstrong voor fair play. Maar goed, net als Armstrong jarenlang de Tour de France heeft kunnen winnen, is Facebook lange tijd geen strobreed in de weg gelegd.

Dynamowerking

Dat is waarom de Europese Commissie voorstelt bedrijven zoals Facebook, Google, Amazon, Apple en Microsoft te verbieden datasets te combineren of data te gebruiken die voor concurrenten niet beschikbaar zijn. Hele simpele tekstuele bepalingen met grote impact. Deze maatregelen zullen een dynamowerking hebben voor innovatie bij bedrijven binnen en buiten Europa.

Het slechte nieuws voor de lobby van Facebook is dat er veel stemmen opgaan om de voorgestelde wetgeving nóg verder aan te scherpen. De liberale Vestager krijgt de kritiek te liberaal en te vrijblijvend te zijn in de aanpak van onmiskenbare machtsposities. De Nederlandse, Franse en Duitse regering vormden vorige week een unieke coalitie waarmee ze opriepen tot verplichte controles op alle bedrijfsovernames van dominante techbedrijven en veel meer middelen voor toezichthouders.

De gedachte dat Big Tech in de weg staat van een open internet leeft aan beide kanten van de Atlantische Oceaan. Dit zou de basis kunnen leggen voor samenwerking tussen Europa en Amerika voor een open internet en daarmee een politiek-economisch antwoord op het Chinese model van staatstoezicht. Niet alleen de regering-Biden, maar ook Amerikaanse parlementariërs aan de linker- en rechterzijde van het politiek spectrum steunen een marktregulerende overheid. Afgelopen najaar stelde de Amerikaanse mededingingsautoriteit nog voor om Facebook op te breken.

Omissie

Naast de terechte kritiek vanuit de Neder-Franco-Germaanse hoek is het ook een groot gemis dat het verzamelen en gebruiken van persoonlijke data voor advertenties mogelijk blijft. En dat terwijl de Nederlandse Ster heeft laten zien dat contextuele reclame, die zich baseert op het artikel dat je nu leest of de social media content die je nu ziet, ook heel goed werkt. Het verbieden van het gebruik van persoonlijke data voor digitale reclame zou een godsgeschenk zijn voor uitgevers, artiesten en de democratie, maar bovenal voor ons allemaal.

Ook kennen Vestagers wetten een grote omissie als het gaat om de uitwisseling van data tussen verschillende diensten, in het Europese jargon interoperabiliteit genoemd. Bij email en telefoon zijn we zo gewend een ander te kunnen bereiken, dat we ons niet eens afvragen welke provider die ander heeft. Dat geldt vreemd genoeg nog niet voor deze (nieuwe) digitale diensten die ons insluiten in hun gesloten ecosystemen. Terwijl WhatsApp prima met het privacyvriendelijke Signal zou kunnen werken.

Laten we ons dus niet in de luren leggen door lobbyisten die een open internet willen voor zichzelf alleen, maar laten we juist doorpakken door het gebruik van doping te verbieden voor bedrijven die het gebruiken om hun marktpositie te behouden. Dat is de enige manier om Europese bedrijven te laten groeien en te garanderen dat we ook de komende twintig jaar een open internet hebben.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.