‘Als je tegen de overheid vecht, verlies je altijd’

Dit ben ik Iedereen heeft verschillende identiteiten. Hoe worden we wie we zijn? Marloes van Dam (36) ging op haar veertiende uit huis en werkte jarenlang in de zorg. Later werd ze een bijstandsmoeder met schulden. Mede door de Belastingdienst.

Foto Walter Herfst

‘Ik ben een sterke vrouw, echt een doorzetter. Mij slaan ze niet zomaar van de weg af. ‘Jij staat stevig in je schoenen’, kreeg ik vaak te horen op mijn werk. Vanaf mijn veertiende heb ik gewerkt in de zorg. Van verpleeghuiszorg tot thuiszorg, van gehandicaptenzorg tot zorg voor dak- en thuislozen. Ik ren heel hard voor anderen, altijd met een lach op mijn gezicht. Maar daarachter ben ik iemand met veel verdriet, veel pijn.

„Financieel was het zwaar de afgelopen jaren. Ik kreeg schulden bij de kinderopvang, bij de Belastingdienst. Heel lang heb ik niemand iets laten merken. Ik stond onder enorme druk, viel uit op mijn werk. Pas toen mijn twee zoontjes en ik uit huis gezet dreigden te worden, heb ik hulp gezocht. Dieptepunt was de tijd bij de voedselbank. Je kreeg eten voor drie dagen, voor de rest moest je het maar zien te redden. Ik had geen cent, ik was schulden aan het afbetalen. Mijn oudste zoon heeft de diagnose ODD (opstandig gedrag) en ADHD, met kenmerken van autisme. Hij is een tijdje uit huis geplaatst, ik kon de zorgen niet meer aan. Dat was een heel moeilijke beslissing.

„Later bleek ik gedupeerde van de Toeslagenaffaire. Als je tegen de overheid vecht, verlies je altijd. Behalve als je met veel bent.

‘Ik ben opgegroeid in Enschede. Mijn vader was nog getrouwd met een andere vrouw toen mijn moeder zwanger raakte, eigenlijk ben ik een buitenechtelijk kind. Familie kijkt je scheef aan: jij bent het kind van ‘die man’. Later is mijn vader bij ons komen wonen. Op school werd ik gepest. Opgewacht, geslagen. Een invaljuf van groep 6 zei tegen mijn moeder: als u uw kind niet van school haalt gaat ze eraan onderdoor. De twee jaren op mijn nieuwe school waren oké, ik werd niet gepest en had vriendinnetjes.

Meerdere malen heeft hij me opgesloten in huis. Extreme dingen. Ik hing aan hem, hij was de enige die ik had

„Met veertien ben ik de deur uit gegaan, door de vele ruzies ging het thuis niet meer. Ik ontmoette een jongen, vijf jaar ouder dan ik. Twee weken was ik spoorloos – zat ik bij hem. Jeugdzorg plaatste me op een internaat en na een half jaar kwam ik in een kamertrainingscentrum. Maar die jongen had een eigen flatje, je gaat toch weer bij elkaar zitten.

„Ik was heel erg verliefd. We deden leuke dingen, samen zwemmen, dagjes weg. Maar hij was ook hardhandig, sloeg me. Meerdere malen heeft hij me opgesloten in huis. Extreme dingen. Ik hing aan hem, hij was de enige die ik had. Ondanks alles haalde ik mijn schooldiploma en mijn rijbewijs. Daar was ik heel trots op.

„Op een gegeven moment ging het uit/aan, uit/aan en hij ging me bedreigen. Ik solliciteerde in Den Haag en verhuisde daarheen. Eigenlijk was dat een vlucht. Maar Den Haag was ook: onafhankelijkheid. Geen geweld meer, geen stress. Ik voelde me vrij. Niet meer het meisje dat gepest werd, mishandeld werd, geen slachtoffer meer. Iets opbouwen na alles wat je hebt meegemaakt is wel heel lastig. Mijn vertrouwen in mensen was weg. Daar loop ik nog steeds tegenaan.

„Eigenlijk wilde ik geen relatie meer. Maar ik ontmoette iemand met wie het goed ging, in het begin. Hij had een baan, ik raakte zwanger, we verhuisden naar een flat. Die zou worden gesloopt, zodat we na anderhalf jaar een eengezinswoning zouden krijgen. Toen kwam ik achter zijn verslaving aan wiet, aan drank. Uiteindelijk is hij weggegaan.

„De vader van mijn jongste is een heel andere man. In de relatie met hem heb ik geleerd: je kunt iemand vertrouwen. We zijn toch uit elkaar gegaan door stress, schulden en de gedragsproblemen van de oudste waarover we het niet eens waren. Maar we hebben goed contact. Hij ziet de oudste ook als zijn zoon. Wat ik knap vind. Hij hoeft niet voor hem te zorgen. Maar hij doet het wel.

Op 12 mei heeft de Belastingdienst 30.000 euro op mijn rekening gezet. Fijn natuurlijk, maar dat lost niet alles in één keer op

‘Op 12 mei heeft de Belastingdienst 30.000 euro op mijn rekening gezet. Fijn natuurlijk, maar dat lost niet alles in één keer op. De ellende is twaalf jaar geleden ontstaan. Je bent twaalf jaar niet geloofd. Ik kan geen rustig leven kopen of een veilige omgeving voor mijn kinderen. De sloop van de flat is nooit doorgegaan, ik woon er nog steeds. Altijd lekkages, altijd schimmel. In de buurt: steekpartijen, drugshandel. Mijn oudste zoon durft niet in zijn eentje de buurt te verkennen. Dat vind ik verdrietig. Ik gun hem die vrijheid. Ik wil hem die ook geven.

„Tuurlijk, ik heb niet meer de stress van boodschappen moeten doen van 40 euro per week. Maar ik ben nog steeds voorzichtig. We zijn uit de schulden, die heb ik zelf afbetaald. Ik wil daar nooit meer in komen. Het heeft veel kapotgemaakt. Misschien kunnen we eens op vakantie. Sinds 2007 ben ik niet meer op vakantie geweest.

„Het liefst wil ik verhuizen, weg uit Den Haag, terug naar Enschede. Bij mijn ouders in de buurt wonen. Ik verlang vooral naar rust. Ik heb me altijd verweerd, tegen jeugdzorg, de Belastingdienst, de woningcorporatie. Ik heb geen idee hoe het is om een onbezorgd te leven te hebben.”

Aanmeldingen: ditbenik@nrc.nl