Opinie

Tussentijd

Marcel van Roosmalen

Ik lag op zaal in het Zaans Medisch Centrum, wachtend op een endoscopie. Spoedklus, ik was ertussen geschoven. Een verdieping lager was een dag eerder Frida van Roosmalen (0) geboren. Laxeermiddel in plaats van beschuit met muisjes. Tegenover me een lotgenoot, iemand die hetzelfde zou ondergaan.

Hij vroeg of ik de mierzoete oplosdrank ook zo goor had gevonden. Hij had de vereiste twee liter niet helemaal gedronken.

„Dus bij mij is het als ik ga zitten nog niet helemaal helder. Er zitten nog stukjes in. Wat denkt u? Moet ik dat melden? Of komen ze er zelf wel achter?”

Ik zei dat ik hoopte dat ik eerst mocht. Grapje dat ik twee keer moest uitleggen.

Prik in mijn arm van de verpleegkundige, ik werd weggereden. Systeemplafond. Hoofden boven mijn hoofd. Arts zonder mondkap, ik met. Heerlijke roes.

Wakker worden met hetzelfde hoofd boven me.

Niets aan de hand, wat er op de scan zo zorgelijk had uitgezien, bleek niets bijzonders. Alle alarmbellen voor niets ingedrukt, nou ja, uitslapen maar en wachten tot iemand me kwam halen.

Thuis heerste de kraamzorg uit Almere, een vijftiger met een indrukwekkende vlecht. „Ze kan ermee slaan!”, zei Lucie van Roosmalen (5), zij had opeens ook een vlecht.

Ik informeerde naar de moeder en de baby.

Ze waren na het geruststellende telefoontje in slaap gevallen.

Leah van Roosmalen (4), die worstelt met de nieuwe constellatie: „Misschien zijn ze wel dood.”

In de dagen erna een stortvloed van kaarten van dorpsgenoten. We waren overweldigd door de aandacht van al deze vreemden, want van de meeste afzenders wisten we niet wie het waren. Een 97-jarige had sokjes gebreid.

„Geboorte en dood, daar zijn ze goed in”, zei de uitbater van het enige terras in het dorp. „Dan laten de mensen zich hier gelden. Wij krijgen rouwkaarten als iemand hier ooit een keer heeft gegeten.”

Ik bracht een nieuwe berg kaarten naar het kraambed, er zat een geborduurd gedicht tussen: ‘Een nieuw licht, een stralend gezicht.’

Later kreeg ik in de Vomar ook nog een grijs mutsje van een oude vrouw.

Ze liep er al twee dagen mee in haar zak.

Ik bedankte uitvoerig.

Ze zei: „Dat hoeft niet, ik heb verder niets omhanden.”

Geboorte en dood daar zijn het probleem niet, het is die verrekte tijd ertussenin.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.