Sociale partners: perk flexwerk in

Arbeidsmarkt Met een akkoord over nieuwe regels rond werk willen de werkgevers en vakbonden maximale invloed uitoefenen op een volgend kabinet.

VNO-NCW-voorzitter Ingrid Thijssen en FNV-voorzitter Tuur Elzinga, vorige maand bij informateur Mariëtte Hamer, die ook voorzitter is van de Sociaal-Economische Raad.
VNO-NCW-voorzitter Ingrid Thijssen en FNV-voorzitter Tuur Elzinga, vorige maand bij informateur Mariëtte Hamer, die ook voorzitter is van de Sociaal-Economische Raad. Foto Bart Maat / ANP

Werkgevers en vakbonden hebben een conceptakkoord gesloten over nieuwe regels rond werk. Ze doen het volgende kabinet vooral aanbevelingen waarmee de grote hoeveelheid flexwerk in Nederland kan worden teruggedrongen. Dat bevestigen bronnen na berichtgeving in de Volkskrant.

De sociale partners willen onder meer uitzendwerk inperken. Zo zouden ze de maximale duur van flexibele uitzendcontracten, nu vijfenhalf jaar, willen inkorten tot drie jaar. De periode waarin een uitzendkracht van de ene op de andere dag mag worden weggestuurd, zou één jaar moeten worden. Nu is dat anderhalf jaar.

Met hun gezamenlijke ‘middellangetermijnadvies’, zoals het akkoord genoemd wordt, verwachten de werkgeversclubs en vakbonden veel invloed te kunnen uitoefenen op het regeerakkoord van een volgend kabinet.

Voor regeringspartijen is het aantrekkelijk om hun plannen over te nemen, want het gebeurt niet vaak dat wetten al bij voorbaat kunnen rekenen op de steun van werkgevers- én werknemersorganisaties. Dat vergroot de kans op steun van oppositiepartijen.

Het is de bedoeling dat het akkoord deze woensdag gepresenteerd wordt door de Sociaal-Economische Raad (SER), het adviesorgaan van werkgeversorganisaties (VNO-NCW, MKB-Nederland, LTO), vakbonden (FNV, CNV, VCP) en deskundige ‘kroonleden’, veelal hoogleraren. Volgens de Volkskrant adviseert de SER verder om oproepcontracten te verbieden en een minimumuurtarief in te stellen voor zelfstandig ondernemers die zich laten inhuren door bedrijven. Dat zou 35 euro per uur moeten bedragen om in aanmerking te komen voor gunstige belastingtarieven. Eerdere pogingen van minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) om een minimumtarief voor zelfstandigen te introduceren mislukten, onder meer omdat vakbonden en werkgevers de plannen onuitvoerbaar vonden.

Dit polderakkoord volgt op een rapport dat de commissie-Borstlap, ingesteld door minister Koolmees, begin vorig jaar presenteerde over de toekomstige regels rond werk. De hoeveelheid flexwerk moet worden teruggedrongen, adviseerde de commissie. Tegelijk moeten mensen met een vast contract een deel van hun rechten inleveren. Zodat het voor werkgevers aantrekkelijker wordt mensen in vaste dienst te nemen.

Lees ook: Waar blijven die nieuwe regels rond werk? ‘Het is oorverdovend stil’

Rechten van werknemers

Volgens ingewijden wordt in het SER-advies niet of amper getornd aan de rechten van werknemers. Wel zouden werkgevers op een andere manier meer flexibiliteit moeten krijgen, schrijft de Volkskrant. Bijvoorbeeld met de mogelijkheid om werknemers tot 20 procent van hun werkuren te laten inleveren, als er tijdelijk minder werk is. De baas betaalt dan minder loon, terwijl de werknemer wel een volledig salaris ontvangt. Volgens de krant is nog onduidelijk hoe dat salaris wordt aangevuld.

Ook beschrijft de krant een advies over de plicht om zieke werknemers twee jaar lang te begeleiden bij hun terugkeer naar de werkvloer. Die plicht zou moeten vervallen voor zieke werknemers van wie na één jaar al duidelijk is dat zij niet kunnen terugkeren in hun oude baan. Uitkeringsinstantie UWV of de verzekeraar van het bedrijf moet die verantwoordelijkheid dan overnemen.