Opinie

Hoe groter de voetbaldroom, hoe harder die uiteenspat

Sport Profvoetballer worden: die wens van jonge voetballers wordt sterk aangewakkerd door jeugdopleidingen van voetbalclubs. Dat moet anders, schrijft .
Illustratie Hajo

Veel jonge voetballers dromen ervan: profvoetballer worden. Voor heel weinig kinderen wordt deze droom werkelijkheid. Heel vaak is de voetbaldroom „een giftige droom”, zoals tv-recensent Arjen Fortuin in NRC schreef naar aanleiding van de vierdelige documentaireserie Voetbaldroom (BNNVARA), die een inkijkje geeft in het harde leven van jonge getalenteerde voetballers van de clubs Alphense Boys en Sparta die een carrière als profvoetballer nastreven. Het merendeel moet de opleidingsprogramma’s tot voetbalprof vroegtijdig verlaten, wat leidt tot teleurstellingen met soms grote gevolgen.

De bedenker van de serie, ex-Vitesse-speler Niels Tesselaar, is daarvan het levende bewijs. In een interview in NRC vertelde hij dat hij last kreeg van psychologische problemen (angst- en paniekaanvallen) toen hij na vijf seizoenen te horen kreeg dat hij weg moest bij Vitesse. Dit is een probleem voor veel voetbalopleidingen. Ieder jaar moeten zij veel jonge spelers teleurstellen. Hoe voorkom je dat dit leidt tot psychologische klachten, zoals bij Tesselaar?

Voetbaldroom brengt dit probleem in beeld en gaat op zoek naar een oplossing. Voetbaltrainers, de KNVB, profvoetballers en voormalige toptalenten die hun droom niet waarmaakten komen aan het woord. Geen van hen bespreekt de problematische manier waarop voetbalscholen de voetbaldroom voortdurend centraal stellen in het leven van jonge spelers. Zonder dat ze het door hebben, maken voetbalscholen teleurstellingen onnodig groot.

Ultiem levensdoel

Het behoeft geen pleidooi dat de mate van teleurstelling die jonge spelers ervaren op het moment dat zij van de voetbalopleiding af moeten, grotendeels afhangt van de mate waarin zij een leven als profvoetballer als hun toekomst zien. Hoe meer dit het geval is, hoe groter de teleurstelling. Dus om te voorkomen dat jongens op te jonge leeftijd worden blootgesteld aan een ongezond hoge druk en te maken krijgen met psychologische klachten als zij ‘afvallen’, helpt het om die droom te temperen.

Maar voetbalopleidingen doen het tegenovergestelde. Ik heb dat zelf ervaren bij NEC Nijmegen. In de jeugdopleiding van NEC, waar ik tien jaar speelde, trainden wij naast het stadion van het eerste elftal. Trainers maakten daar dankbaar gebruik van. ‘Wil je dáár ook spelen? Dan moet je zorgen dat je harder traint/op tijd komt/gezond eet’. In Voetbaldroom zien we een trainer tegen een jongen die zijn scheenbeschermers vergeten is zeggen: „Je hebt allemaal die droom om profvoetballer te worden […] dan vind ik het superslordig dat je je spullen niet goed genoeg gecheckt hebt.” Op voetbalopleidingen worden aanwijzingen doorlopend voorzien van subtiele (of minder subtiele) verwijzingen naar het hogere doel: profvoetballer worden.

In de serie spreken jongens soms uit zichzelf uit dat het hun droom is om profvoetballer te worden, maar vaker nog wordt de droom voor de spelers ingevuld door de presentator, ouders of trainers. Dat wil niet zeggen dat kinderen de wens om prof te worden zelf niet hebben, maar wel dat het internaliseren van die droom als ultiem levensdoel wordt gestimuleerd. Jongens worden aangemoedigd zich te gaan vereenzelvigen met het grote doel, tot het hele leven alleen nog maar draait om profvoetballer worden. Dat zorgt voor een hoge druk en teleurstellingen die psychologische gevolgen kunnen hebben.

Opleidingen wakkeren droom aan

Voetbalopleidingen lijken dat totaal niet te beseffen. Pjotr van der Marel, jeugdtrainer en opleidingscoördinator van Sparta, pleitte in het radioprogramma Dit is de Dag voor het later selecteren van spelers, zodat zij niet op te jonge leeftijd te maken krijgen met teleurstelling. Bij Op1 opperde hij dat voetbalopleidingen meer nazorg moeten bieden aan spelers die de opleiding moeten verlaten. In Voetbaldroom zegt Van der Marel: „Die droom dat je in een stadion kan spelen, is er altijd. Dat is eigenlijk iets wat je een kind altijd gunt.” Om vervolgens te benadrukken dat voetbalopleidingen daarom moeten uitleggen dat slechts een enkeling dit lukt. Een even gedisciplineerd leven leiden als Cristiano Ronaldo betekent niet automatisch dat je profvoetballer wordt.

Het is goed dat Van der Marel enige voorzichtigheid aan de dag legt ten aanzien van de maakbaarheidsteneur die in de voetballerij snel de overhand neemt. Maar het is onzin om een voetbaldroom van zulke intensiteit als voldongen feit te zien. Opleidingen creëren die droom door hun methoden deels zelf. De oplossing voor onverantwoord grote teleurstellingen ligt dan ook niet bij later selecteren, het bieden van nazorg of het ontkrachten van een maakbaarheidsideaal. Voetbalbalopleidingen zouden moeten stoppen met het promoten van een carrière als profvoetballer als ultiem levensdoel. In plaats daarvan moeten ze benadrukken dat ze kinderen proberen te helpen met het ontwikkelen van hun talent, ongeacht waar die kinderen dat talent voor willen gebruiken: een extra zakcentje bijverdienen als amateurspeler of nog meer lol beleven aan een hobby.

Als voetbalopleidingen dat zouden doen, ligt straks niet slechts voor de uitverkorenen, maar voor de meeste jongens die zij op hun velden verwelkomen een mooie toekomst in het verschiet.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.