Reportage

Het schaap leert van de mens over goed en kwaad

FC Bergman Aan de hand van een zelfverzonnen dierenfabel onderzoekt FC Bergman in ‘The Sheep Song’ wat het summum van mens zijn is. „Het begint vol potentie, maar vanaf de zevende minuut gaat het steil bergafwaarts.’

The Sheep Song van FC Bergman
The Sheep Song van FC Bergman Foto Kurt van der Elst

Al na een paar minuten werd de première van The Sheep Song van FC Bergman, half mei in de Bourlaschouwburg in Antwerpen, stilgelegd. De hoofdrolspeler, acteur Jonas Vermeulen, stond in brand op het podium. Hij droeg een kunststof schapenpak, waarvan de kop vol ingebouwde elektronica zat. Om hem heen bevond zich een kudde echte schapen. Eén schaap was tijdens de openingsscène tegen hem opgesprongen, waardoor er kortsluiting ontstond en het kostuum vlam vatte. „Het is paartijd, dus die schapen zijn assertiever dan we gewend waren”, vertelt acteur Thomas Verstraeten de volgende dag, als hij samen met mede-kernlid Stef Aerts terugblikt op de première.

Het Vlaamse theatercollectief FC Bergman maakte sinds de oprichting in 2008 indruk met beeldende theatervoorstellingen in megalomane decors: in 300 el x 50 el x 30 el (2011) bouwde de groep een klein dorp inclusief dorpsplein en aangrenzend dennenbos op het podium, voor Van den Vos (2014) vervingen ze de schouwburgparterre door een zwembad en JR (2018) speelde in een veertien meter hoge toren met vier verdiepingen.

Dat er soms iets verrassends gebeurt tijdens de voorstelling, zijn ze dan ook wel gewend, zegt Stef Aerts. „Zo’n schapenkop is highbrow elektronica, maar meestal werken we juist erg houtjetouwtje. Veel stunts en trucs gebeuren letterlijk doordat er aan touwtjes wordt getrokken, en dan gaan er onvermijdelijk dingen mis.” Meestal zijn dat kleine dingen, al bungelde er ook wel eens tijdens een voorstelling een technicus aan een touw door de zaal. Ze hadden een museumruimte op het podium nagebouwd waar op een gegeven moment een deur uit moest exploderen, en het puin daarvan zou vrijkomen door aan een touw te trekken. „Maar dat blokkeerde. Dus is onze technicus naar boven geklommen in het decor en aan dat touw gaan hangen, waardoor inderdaad het puin loste, maar hijzelf ook dwars door de set slingerde.”

Dat na vijf minuten de belangrijkste acteur in brand staat, is wel het absurdste dat ik ooit heb meegemaakt

De lijst is al met al „schier eindeloos”, zegt Aerts. „Maar dat na vijf minuten de belangrijkste acteur in brand staat, is wel het absurdste dat ik ooit heb meegemaakt.”

Publiek!

Het was überhaupt tot op het laatste moment spannend. Pas drie dagen voor de première gaf de Vlaamse overheid toestemming aan de schouwburg om als testevent (vergelijkbaar met de Nederlandse pilots met toegangstesten) publiek in de zaal te ontvangen, mits kort vooraf negatief op corona getest.

Daarvoor hadden ze de voorstelling in januari alleen intern gespeeld, voor medewerkers van het eigen gezelschap. Onvergelijkbaar met het echte werk, volgens Aerts: „Ik was bijna vergeten hoe belangrijk de aanwezigheid van de toeschouwers is. Ik dacht altijd: of je nu voor 1 of voor 800 man speelt is eigenlijk hetzelfde. Maar voor het soort voorstellingen dat wij maken is de aanwezigheid van een lijvig publiek echt noodzakelijk. Ik kan me voorstellen dat meer kleinschalige voorstellingen waarin rechtstreeks met de toeschouwer wordt gecommuniceerd, ook goed tot hun recht kunnen komen bij een wat kleiner publiek, maar ons werk krijgt al snel iets potsierlijks als er niet veel mensen in de zaal zitten.”

Foto’s Kurt van der Elst

Dat komt, volgens Verstraeten, door de beeldende signatuur van FC Bergman die sterk leunt op grote gebaren. „Een voorstelling ontstaat in de ruimte die je mensen geeft om hun eigen verhaal te maken. Met de beelden die we op het podium creëren, geven we de toeschouwer eigenlijk niet meer dan een voorzet. Het publiek moet daar vervolgens zelf betekenis aan geven. Geen publiek betekent dus ook geen betekenis.”

Blatend

The Sheep Song, dat tijdens het Holland Festival te zien is in Internationaal Theater Amsterdam, opent met een adembenemende scène: een kudde nieuwsgierige schapen drentelt over het podium, opzichtig blatend richting de toeschouwers. Dan maakt een van de schapen zich los van de kudde en gaat voorzichtig op zijn achterpoten staan. Het is het begin van zijn onomkeerbare transformatie tot mens.

In tegenstelling tot de klassieke dierenfabel staat het dier in The Sheep Song niet symbool voor de mens, maar neemt hij de mens als voorbeeld om zich aan te spiegelen. Het schaap stapt op het voortoneel en betreedt een lopende band die gedurende anderhalf uur niet meer stilvalt. Daar wordt hij geconfronteerd met de mens in al zijn facetten. Het schaap snuffelt, bestudeert en past zich steeds een beetje aan, om uiteindelijk verweesd en onherkenbaar zijn kudde terug te zoeken.

Sinds het verdwijnen van de christelijke moraal is er niemand meer om vergiffenis aan te vragen

Deze theatrale rite de passage omvat in vogelvlucht de geschiedenis van de mens van de Middeleeuwen tot nu. De veranderende invloed die religie door de jaren heen op de menselijke moraal uitoefent, is voor het gezelschap een van de belangrijkste aspecten van dit verhaal. Via de mens leert het schaap over het bestaan van goed en kwaad. FC Bergman toont hoe de mens sinds de Renaissance ging geloven in persoonlijke vrijheid en zich in afkeerde van God. Een terugkerend element in de voorstelling is een driftige handpop die aanvankelijk volop lijdt onder de straf van zijn god (de poppenbespeler), maar wiens lijden alleen maar groter wordt zodra hij zijn god is kwijtgeraakt.

Foto Kurt van der Elst

Die verhaallijn onderzoekt welke consequenties het kwijtraken van God op ons heeft, vertelt Thomas Verstraeten. „We hebben ons als westerse mens lange tijd opgetrokken aan een heel heldere christelijke moraal, maar wat blijft er over als dat wegvalt? Want het is niet zo dat met het verdwijnen van de instantie, het schuldgevoel automatisch ook verdwenen is. Alleen is er niemand meer om vergiffenis aan te vragen.”

De belangrijkste evolutie die het schaap in de voorstelling doormaakt, is niet het leren kennen van goed en kwaad, maar het kwijtraken van zijn god, volgens Aerts. „Tot aan de generatie van onze grootouders leefde de mens toch nog vooral op de maatstaf van de kerk. Maar die god is steeds verder zoekgeraakt. Niet afwezig overigens, zijn sporen zijn nog overal voelbaar. Dat is tweeduizend jaar aan christelijke ideologie die onvermijdelijk door blijft deinen. Maar je voelt dat mensen op zoek zijn naar een nieuwe hoeder.”

Onafwendbaar

In de voorstelling betreedt het schaap een lopende band en vanaf dat moment komt alles onafwendbaar aan hem voorbij: taal, moraal, verlangen, spijt. Die lopende band komt symbool te staan voor de onvermijdelijkheid van zijn transformatie. Verstraeten: „Transformeren is iets wat je overkomt. Het gaat vanzelf: mensen worden ouder en gaan dood. De vraag is: in hoeverre ben je daaraan volledig overgeleverd? Kun je daarbinnen op zoek gaan naar iets anders?” Aerts: „Je kunt proberen om je leven en je lot te kneden naar een manier die je zelf wenselijker vindt, maar daarin zal je altijd botsen op een aantal grenzen: fysieke beperkingen, tegenstand van de wereld om je heen.”

Met de zowel overbodige als onvermijdelijke waarom-vraag begint ons existentiële lijden

Voorstellingen van FC Bergman draaien vaak om mensen die tegen beter weten in trachten hun leven naar hun eigen voorwaarden vorm te geven. Aerts: „Met deze voorstelling vragen we ons af of je dat eigenlijk wel moet willen. En daar geven we geen eenduidig antwoord op. Misschien wel, maar die ambitie komt in ieder geval niet zonder pijn.”

Met The Sheep Song probeert het theatercollectief antwoord te vinden op wat volgens Verstraeten „de ultieme vraag” is. „Wat is het summum van mens zijn? ” Aerts: „De fysieke transformatie – het rechtop lopen – gebeurt in de eerste paar minuten. Dat zijn momenten waar enorm veel potentie in zit: hij kan de hele wereld aan en alles lijkt alleen maar mooier te kunnen worden. Maar zodra hij leert over goed en kwaad gaat het anderhalf uur bergafwaarts. De confrontatie met moraal zet een hoop narigheid in gang. Het vergroot zijn ambitie, zijn ijdelheid, en vooral ook zijn schuldgevoel. En dat stuurt zijn handelen in bedenkelijke richtingen.”

Foto Kurt van der Elst

De hamvraag, die het collectief bewust onbeantwoord laat, is waarom het schaap in eerste instantie besluit zich van zijn kudde los te maken. Waar komt onze drift tot veranderen vandaan? Is het een rationele keuze, was hij niet tevreden met hoe zijn leven er daarvoor uitzag? Aerts: „Ik denk dat het eerder een impuls is. En zijn tragiek is natuurlijk dat hij zich die waarom-vraag, naarmate hij ouder en wijzer wordt, steeds vaker stelt. Is het nog de moeite? Moet ik verder gaan? Maar dan kan hij allang niet meer terug. En ook dat realiseert hij zich uiteindelijk.”

Die waarom-vraag is uiteindelijk zowel overbodig als onvermijdelijk, stelt Aerts: „Ons hele existentiële lijden begint ermee dat we ons dat afvragen. En vervolgens doen we een heel leven over het zoeken naar het antwoord waarvan we weten dat we het nooit zullen krijgen. Dat is de gruwelijke incompleetheid waarmee we moeten proberen te leven.”

‘The Sheep Song’ van FC Bergman,Holland Festival 14 t/m 17 juni, Internationaal Theater Amsterdam. Inl: toneelhuis.be