Jongere leeftijdsgroepen worden niet meer gevaccineerd met Janssen-vaccin

Coronavirus De leeftijdsgroepen die nu nog aan de beurt zijn, krijgen de Moderna- en Pfizervaccins. Het ministerie van VWS neemt hierin het advies van de Gezondheidsraad over.
Het Janssen-vaccin brengt net als AstraZeneca het risico met zich mee op zeer zeldzame trombose.
Het Janssen-vaccin brengt net als AstraZeneca het risico met zich mee op zeer zeldzame trombose. Foto Jerry Lampen/ANP

De leeftijdsgroepen die nu nog gevaccineerd moeten worden, krijgen alleen nog mRNA-vaccins als die van Pfizer en Moderna. Dit betekent de facto dat het Janssen-vaccin dan bijna niet meer wordt gebruikt. Voor ouderen die nog geen eerste prik hebben gehad, blijven de vaccins wel beschikbaar. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport volgt hiermee het advies van de Gezondheidsraad op dat eerder op woensdag werd gegeven.

Het RIVM heeft de invloed van het advies op de priksnelheid doorgerekend en stelt dat de prikstrategie hierdoor één week vertraagd zal zijn. Eerder werd al gestopt met het AstraZeneca-vaccin voor mensen onder de zestig. Het Janssen-vaccin brengt het zelfde, zeer zeldzame, risico op trombose in combinatie met een verlaagd aantal bloedplaatjes (ook wel ‘trombose met trombocytopenie syndroom’, afgekort TTS) met zich mee. Omdat het risico op een ernstig verloop van Covid-19 voor jongere mensen kleiner is, terwijl het risico op de zeldzame trombose juist groter is als iemand jonger is, wordt nu deze afweging gemaakt. In Nederland is overigens nog geen enkele melding gemaakt van TTS na vaccinatie met Janssen.

De Gezondheidsraad benadrukt dat het Janssen-vaccin nog steeds een goed werkzaam middel is dat coronavirusbesmetting kan voorkomen. Voor mensen die „niet goed bereikbaar” zijn voor een tweede vaccinatie blijft Janssen de voorkeur houden. Hiermee worden onder andere dak- en thuislozen, zeevarenden, gedetineerden en ongedocumenteerden bedoeld. De reden is dat het voor deze mensen de voorkeur blijft houden is dat van Janssen slechts één prik nodig is voor de volledige en langdurige werking van het vaccin, terwijl van de andere goedgekeurde vaccins twee vaccinaties nodig zijn.

„Omdat de mRNA-vaccins nu volop beschikbaar zijn en het aantal coronabesmettingen nu relatief laag is, kan Nederland zich deze keuze in het vaccinatieprogramma veroorloven”, schrijft de raad. „In andere situaties en onder andere omstandigheden kan het Janssen-vaccin wel degelijk van groot belang kan zijn voor de bestrijding van Covid-19”. Ook adviseert de Gezondheidsraad om, anders dan in andere landen, de leeftijd van mensen die AstraZeneca krijgen, niet te verlagen. Die grens ligt nu op 60 jaar. „Omdat er geen nieuwe wetenschappelijke gegevens beschikbaar zijn ziet de Gezondheidsraad geen aanleiding om dat advies te herzien”, aldus de raad.