Geen tweede prik AstraZeneca voor mensen met ernstige bijwerkingen

Wie na de eerste prik met het AstraZeneca-vaccin last krijgt van bloedstolsels en een verlaagd aantal bloedplaatjes, moet geen tweede prik van dit vaccin krijgen. Dat adviseert het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) woensdag.

De zeldzame bijwerking van het AstraZeneca-vaccin kan dodelijk zijn. In Nederland zijn deze klachten bij zestien mensen geconstateerd nadat ze een AstraZeneca-prik hadden gekregen. Twee van hen zijn overleden. In totaal zijn in ons land ongeveer twee miljoen AstraZeneca-prikken gezet. De bijwerking doet zich binnen drie weken na de eerste prik voor en komt vooral voor bij vrouwen onder de 60 jaar.

Wat er wél moet gebeuren met mensen die één prik hebben gehad en vervolgens de ernstige bijwerkingen kregen, is onduidelijk. Het CBG doet daar geen uitspraken over. De Gezondheidsraad onderzoekt nog of vaccins gecombineerd mogen worden. In zo’n geval zou men na een AstraZeneca-prik, een tweede prik van bijvoorbeeld Pfizer krijgen.

Dit artikel maakt ook deel uit van ons liveblog: ‘Vertraging prikafspraak 1982 door tekorten vaccins’