Opinie

Erkenning voor ‘vergeten genocide’ is belangrijke stap

Commentaar

Namibië moest er meer dan een eeuw op wachten, maar kreeg vorige week van Duitsland eindelijk officiële erkenning dat de massamoord op de Herero- en Nama-bevolkingsgroepen „vanuit huidig perspectief” genocide is geweest. Na vijf jaar onderhandelen met de Namibische overheid vroeg de voormalige kolonisator bij monde van minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas om vergiffenis. Duitsland stopt 1,1 miljard euro in een programma voor „wederopbouw en ontwikkeling” – uitgesmeerd over dertig jaar.

De schuldbekentenis voor het doden van zo’n 80 procent van de Herero en de helft van de Nama tussen 1904 en 1908 is een belangrijke stap richting betere relaties. Verzoening laat zich niet decreteren, waarschuwde Maas in zijn verklaring. Maar alleen al het collectieve besef van de omvang, ernst en historische betekenis van wat wel de ‘eerste genocide van de twintigste eeuw’ wordt genoemd, kan toekomstige generaties in Namibië en Duitsland helpen met het gedeelde verleden in het reine te komen.

Vooral in Duitsland zelf was door de loden last van de Tweede Wereldoorlog weinig aandacht voor misdaden uit eerdere tijden. Het is te hopen dat de afspraken met Namibië tot bredere kennis over de vaak gerelativeerde koloniale rol leiden. Wat destijds in het keizerlijke Deutsch-Südwestafrika gebeurde, was volgens Duitse historici een voorbode voor de nazitijd. Hier lag het eerste Duitse concentratiekamp, hier werd door Duitse officieren al geëxperimenteerd met eugenetica. Schedels die na dat soort onderzoek nog altijd in Duitsland lagen, werden de laatste jaren al in Namibië terugbezorgd.

Ook in Namibië zelf bestaat hoop dat de erkenning tot andere omgang met de geschiedenis leidt. In tijden van historisch revisionisme is het land tenslotte lang een anomalie gebleven. Veel steden ademen nog altijd de sfeer van de lang geleden vertrokken kolonisator. Beelden van keizer Wilhelm II bleven op hun sokkel, straatnamen en hotels behielden namen van koloniale voormannen. In Swakopmund staat zelfs nog een monument overeind dat de soldaten prijst die in 1904 de taak kregen korte metten te maken met de opstandige Herero-bevolking. Een gedenkplaat die die moordpartij juist memoreert is weggestopt tegen een rotswand in Lüderitz op de plek waar dat eerste concentratiekamp lag; het terrein is nu in gebruik als gemeentelijke camping.

Die naar huidige maatstaven wel zeer opmerkelijke nonchalance is eenvoudig te verklaren. Later dan veel andere Afrikaanse landen werd Namibië pas in 1990 onafhankelijk – niet van Duitsland, maar van Zuid-Afrika, dat na de Duitse capitulatie in de Eerste Wereldoorlog het gebied kreeg toebedeeld. Na vertrek van het Afrikaner minderheidsbewind kreeg in Namibië de voormalige bevrijdingsbeweging Swapo de macht. Voor deze door de grootste etnische groep, de Owambo, gedomineerde partij had historische strijd met Duitsland over de genocide geen prioriteit. Dat veranderde de laatste jaren toen nakomelingen van de nog altijd achtergestelde Herero en de Nama aansluiting zochten bij een wereldwijde beweging die terecht genoegdoening voor koloniaal wangedrag vroeg.

Lees ook: De vergeten genocide in Namibië

Directe ‘herstelbetalingen’, zoals ze eisten, zullen er niet komen. Duitsland wil om begrijpelijke redenen geen precedent. Dat leidde tot evengoed begrijpelijke teleurstelling bij de Namibische oppositie en nakomelingen van de slachtoffers. Zaak is nu ervoor te zorgen dat de juiste groepen van de Duitse tegemoetkoming profiteren om van de welkome erkenning van de ‘vergeten’ genocide een nieuw begin te maken.