Installatie van het werk van Robin Rhode in museum Voorlinden.

Foto Antoine van Kaam

‘De scheuren in de muur tonen wat gebroken is. Ik heb gefaald’

Krijt en houtskool De Zuid-Afrikaan Robin Rhode schept werelden met krijt en houtskool. De resultaten lijken vrolijke animaties, maar er zit een wereld van angst achter.

‘De blik op de werkelijkheid veranderen, dat was voor mij de reden om kunstenaar te worden”, vertelt de Zuid-Afrikaanse kunstenaar Robin Rhode wanneer we door Museum Voorlinden lopen. Werk van de deels in Berlijn wonende kunstenaar was in 2005 al te zien op de Biënnale van Venetië. Sindsdien werden zijn foto’s, animaties, video’s en performances overal ter wereld in grote musea getoond. Hij heeft nu zijn eerste solotentoonstelling in Nederland. Rhode (Kaapstad, 1976) is vooral bekend van zijn animaties. Krijt of houtskool: het zijn twee simpele middelen om te ontsnappen aan je wereld, legt hij uit.

1

„Neem deze skiër. In Johannesburg kun je nergens skiën. Dit werk gaat over de gedachte dat je je kan verplaatsen. Als je aan de periferie van de samenleving staat, is dit de manier om je ergens anders te wanen. Kunst heeft de kracht om die vrijheid te bewerkstelligen, en ja natuurlijk is in dat opzicht mijn werk ook politiek: je kunt jezelf overwinnen door kunst.”

Slalom 2018 – 2021

 

2

„De tekeningen met het krijt waar kinderen op spelen, vertellen het verhaal van mijn oorsprong. Op de school waar ik zat had je een initiatierite: de oudere leerlingen tekenden iets op de muur en de jongere kinderen moesten dan aan de slag. Dus een getekende kaars moest je uitblazen, op een getekende fiets moest je rijden. Het is de subcultuur van scholieren die weinig hadden. Om te ontdekken wat voor soort kunstenaar ik was, bedacht ik dat ik mijn eigen ervaringen moest onderzoeken. Met krijt dingen op de muren tekenen en ze tot leven brengen, dat was iets dat ik als kind noodgedwongen had ervaren.”

In al mijn werk vind je de combinatie van lichtheid en ellende, want dat is waar het hele leven uit bestaat

Robin Rhode

„Daar kwam bij dat in de speeltuin achter het huis van mijn moeder alles kapot was, er zat maar één ding op: dan moest de speeltuin maar verbeeld worden. Er zit inderdaad zowel humor in als de tragiek van het onmogelijke. Ik probeer humor te gebruiken om machtsstructuren omver te werpen. In al mijn werk vind je de combinatie van lichtheid en ellende, want dat is waar het hele leven uit bestaat: plezier en trauma, maar het is niet zo dat ik bewust bezig ben met desillusie.”

Still uit New Kids on the Bike (2002)

 

3

„Dit is mijn favoriete ruimte van deze tentoonstelling: de passer die hier hangt heeft een ziel gekregen, een object is levend geworden. Dit is een danser.” Terwijl Rhode zijn armen in de lucht steekt, maakt hij een draai en roept: „Ik ben enorm fan van Oskar Schlemmer. Ik zag de uitvoering van Das Triadische Ballet en dat ging zoals ik nu doe. Fascinerend zijn de dansers van Schlemmer. Dat is wat ik met deze passer doe. Dit museum is daardoor een theater geworden, dit is een podium waarop de dansende passer zijn of haar – je weet niet of dit een man of een vrouw is – pasjes doet.”

Compass (Male & Female) 2021 – 2018

 

4

„Wat is dat nou voor vraag: wat heeft de piano gedaan om zo behandeld te worden? Dat vroegen mensen zich ook vast af aan het begin van de avant-garde als er iets kapot werd gemaakt. Het is totaal irrelevant dat de piano uiteindelijk in de fik wordt gestoken. William Kentridge werkt inderdaad ook met houtskool en animatiefilmpjes, maar een echte inspiratiebron is hij niet. Als student keek ik nauwelijks naar zijn werk, ik vond het te klassiek, te weinig subversief, te zeer beredeneerd vanuit een westerse traditie. Maar na een tijdje groeiden we naar elkaar toe, we spraken over Russische klassieke muziek – hij werkte aan Sjostakovitsj’ De neus – en inmiddels zijn we vrienden. Het heeft me jaren gekost zijn werk te waarderen. Kijk, ik pak Instagram er even bij: hier staan we samen op de foto.

Still uit Piano Chair (2011)

 

„Maar de film dus, die gaat niet over de piano, maar over de pianokruk. Het is allemaal geïnspireerd op Gerrit Rietveld. Hij maakte veel stoelen, ook de ‘pianostoel’. De film over het lot van de piano wordt dan ook verteld vanuit het perspectief van de kruk. Dat jij de kruk nauwelijks had opgemerkt omdat je vooral naar de piano keek, is wel opvallend, als je die kruk wel goed opmerkt zie je dat animatie niet over geweld gaat maar over een ‘pianokruk’.”

Lees ook: Schaatsen op ijsblokjes

 

5

„Het verschil in werken in Johannesburg en Berlijn? Dat wil je niet weten. In Johannesburg maakte ik mijn beste werk. Ik had een vast team in Westbury, mijn broer fotografeerde, Kevin Narain is het model in de filmpjes. We werkten met een enorme muur in een slechte wijk waar gangs zijn, drugsmisbruik, criminaliteit. Er kwamen jongens die om werk vroegen en op een gegeven moment was ik een soort ‘boss’, ik gaf de opdrachten wie wat moest doen, bracht structuur, deelde zes pakjes sigaretten per dag uit. Op een gegeven moment had ik 17 jongens onder mijn hoede. Ik wil ze niet wegzetten als slachtoffers, maar het zijn jongens die door omstandigheden de boot hebben gemist, geen traumabegeleiding hebben gehad, geen onderwijs, geen hulp bij het afkicken. Ik was de laatste in die buurt met een inkomen waar ze terecht konden. Wat voor systeem heb je dan in je land: dat de kunstenaar degene is die in de buurt voor het inkomen van de jongens zorgt. Nou ja, dat was dus vier jaar lang mijn verantwoordelijkheid.

Mandela (2018)

 

Sol LeWitt is een held van me, hij bedacht instructieve muurschilderingen die door iedereen kunnen worden ingevuld. Op een gegeven moment ging ik ook zo werken, ik moest wel, nu ik verantwoordelijk was voor het inkomen van die jongens. Op een gegeven moment werd het gevaarlijk en moest ik zelfs bewaking inhuren om te kunnen blijven werken. Ik heb me ondanks alles altijd op de muur gericht, ik heb nooit de camera gedraaid naar wat de realiteit was op dat moment. Dus daarom zie je ook vrolijke kleuren. Waarom? Omdat ik te moe ben, te moe om me te verzetten tegen het trauma, te moe om me te verzetten tegen de angst. Ik vecht om te vergeten, ik vecht om de mathematiek op orde te krijgen in een wereld van chaos, ik zoek de perfectie in een keiharde realiteit. Na vier jaar zo gewerkt te hebben ben ik er in 2018 mee gestopt.”

 

6

„Wat er gebeurde? Ik was aan het werk met mijn vaste crew van dat moment en de afspraak was dat niemand van buitenaf erbij kon, omdat het ritme waarin we werkten anders werd verstoord. Ik had hele strikte regels, dat werkte het best. Op een dag komt er een jongen van een gang op onze groep af. Ik zeg: hou deze jongen tegen. Voordat ik wist wat er gebeurde stak een van mijn jongens het ganglid neer. Ik had het kunnen weten, hij had me vlak daarvoor een mes laten zien en toen zei ik tegen hem: ‘What the fuck moet jij met een mes?’, maar ik had er verder geen aandacht aan besteed.

Delta 2018

 

„Toen de jongen was doodgestoken, was ik er klaar mee, ik kon niet meer. Ik heb de jongens die voor me werkten weggestuurd naar opvanghuizen, naar afkickklinieken. Wat je hier ziet zijn pijnlijke muren. Zie je die scheuren in de muur? Die horen daar, ze tonen wat er gebroken is. Ik heb gefaald, zo voelt dat nog steeds, omdat ik nu hier sta en de meeste van die jongens nauwelijks een beter leven hebben dan voor de tijd dat ze bij mij kwamen.”

 

7

„Ik kon lang niet meer werken in Johannesburg. In Jericho was het mijn gids die me stimuleerde om deze ‘Tree of Life’ te maken. Als je het oorspronkelijke grondmozaïek erbij haalt dat in het Hisham-paleis te zien is, dan zie je de strijd rondom de boom met aan de ene kant de herten en aan de andere kant de leeuw. Het toont een wereld van zowel harmonie als geweld, het zijn de vreedzame hertjes versus de kwaadaardige leeuw. Ik heb dat verwerkt in mijn ‘Tree of Life’.”

Tree of Life (2019)

 

8

„In Zuid-Afrika ging ik weer achter mijn moeders huis aan het werk en maakte er ‘Proteus’. Na wat er gebeurd was, wilde ik terug naar de basis en maakte ik een man met zwemvliezen die tussen tuinslangen zwemt. Een simpel idee, ik wilde kijken of het werkt en dat deed het. Proteus kan van gedaante veranderen, andere identiteiten aannemen. Ik was weer op mezelf aangewezen en had die vijftien man niet meer, ik was niet meer de ‘boss’. En ja, inderdaad. Proteus was ook degene bij wie mensen te rade gingen als ze wilden weten wat ze met de toekomst moesten.”

Proteus (2020)

Robin Rhode. t/m 26 sept Museum Voorlinden in Wassenaar. Inl. voorlinden.nl