Profiel

Bij platenlabel Excelsior is de muziek heilig

Excelsior Platenlabel Excelsior bestaat 25 jaar. Een vrijplaats voor ‘eigenheimers’ als Spinvis, Meindert Talma of Danny Vera.

Oprichters van muzieklabel Excelsior Ferry Roseboom en Frans Hagenaars
Oprichters van muzieklabel Excelsior Ferry Roseboom en Frans Hagenaars Foto Excelsior

Hij moet met artiesten kunnen ‘akkederen’ – Drents voor ‘goed met elkaar overweg kunnen’. Camaraderie. Het is misschien wel een van de belangrijkste dingen in de drijfveer van labeleigenaar Ferry Roseboom. Met zijn nuchtere Drentse achtergrond vaart hij voor het Nederlandse platenlabel Excelsior dat donderdag zijn vijfentwintigjarige bestaan viert, op gevoel bij het tekenen van muziektalent. Als een blok kan hij vallen voor „eigenheimers” als Meindert Talma, Spinvis, Roosbeef, Armand en Alex Roeka. „Karakters. Ik vind dat mooi. Maar ik kan ook echt met bands dwepen. Ik ben dan een ware fan.”

Roseboom, vrije vogel met eeuwig een vissershoedje op, begint onafhankelijk muzieklabel Excelsior met producer Frans Hagenaars in 1996. Als ook Daryll-Ann drummer Jeroen Kleijn zich aansluit ontstaat een drie-eenheid van ijverzucht en bewijsdrang. Maar ook woede. Want Rosebooms jongensdroom – de wereld veroveren met Daryll-Ann, de alternatieve rockband waarvan hij de regelneef is – stagneert als de band ondanks positieve kritieken maar met tegenvallende verkoopcijfers zijn internationale platencontract verliest.

Met een uit de punk geleende do it yourself-attitude en de wens het systeem een klein beetje te kraken en het beter te willen doen, wordt Excelsior Recordings opgezet. Het album Daryll-Ann Weeps is de eerste uitgave. Het wordt een fijnproeverij. Niks dozen schuiven om maar wat te kunnen verkopen. „We wilden muziek delen die we zelf heel goed vonden. Dit werd een plek waar getalenteerde mensen zich vrij konden ontwikkelen”, denkt Roseboom terug. Zonder opgelegd stramien, met een gelijkwaardige houding naar de artiesten en zeker geen exploitatie van hun mastertapes. Hij hekelt de nieuwsberichten over hoe artiesten klem zijn komen te zitten in juridisch conflicten met grote internationale labels.

Excelsior 25 jaar, Spinvis, de band Johan en rockband Daryll-Ann.
Foto’s: Annabel Oosteweeghel, Yani en Marc Driessen

Musis sacrum

„Mooie dingen maken. Verder niet. Dat een labelbaas zo kon denken, dat was voor mij een eyeopener”, zegt singer-songwriter Bertolf. Vorige week kwam zijn derde album (Happy in Hindsight) uit. „Musis sacrum, het motto van Excelsior, vat het mooi samen. Bij Excelsior is de muziek heilig, gewijd aan de muzen, en aan niks anders.”

Geen bemoeienis dus? Nee, zegt Erik de Jong, alias Spinvis. „Ik heb nooit bij een ander label gezeten, dus ik weet niet hoe het bij de buren is, maar tot het moment ik mijn mastertape met liedjes bij Ferry op zijn bureau leg, meestal te laat, is er niemand van het label die zich met mijn werk bemoeit. Men heeft gewoon vertrouwen in een goede afloop. Dat lijkt klein, maar is werkelijk onbetaalbaar. Er worden sowieso weinig woorden besteed aan dingen en zaken.”

Kwaliteit doorbreekt genres, zag Excelsior met de artiest Spinvis. Terwijl Erik de Jong ’s nachts post stond te sorteren werd zijn lot bepaald op een feestje in een caravan waar zijn demo uit de stapel werd gepikt. Hij was de vreemde eend met een atypische zangstem en verhalende liedjes. Een beetje ‘buitenaards’ in een tijd dat Nederlandstalige indiepopmuziek niet populair was, vond Excelsior. De eigenzinnigheid en originaliteit van zijn liedkunst is minstens zoveel geprezen als bekritiseerd, maar Spinvis groeide uit tot een van de grootste namen.

Bont gekleurd

Het palet van Excelsior is bont gekleurd. Van veel op Amerikaanse leest gestoelde indiepop van succesvolle Nederlandse bands als Daryll-Ann met Anne Soldaat, Johan en Caesar, was ook Bauer met progachtige synthpop een naam van het eerste uur. Terwijl muzikant en schrijver Meindert Talma mijmerde in het Fries kon The Kik er met Nederlands in sixtiesstijl doorbreken. Tim Knol ontwikkelde zich van singer-songrookie tot rootsartiest met een visie, én een eigen label binnen Excelsior. Zijn buitenschoolse activiteit De Wandelclub trok dit pandemiejaar flink de aandacht.

Ontdekkingen, stijlen kwamen uit alle windstreken. Bij dit label gaat het niet om wat en vogue is, al is een opleving van een muziekstijl voor kenners soms wel aan te voelen. Soms raakt muziek precies aan breed gevoelde melancholie, zoals Danny Vera met zijn ‘Rollercoaster’ in de pandemie. Die schreef overigens weer mee aan het pas verschenen singletje van André van Duin, ‘Voor Altijd’ - ook weer een onverwachte uitgave.

Zo’n twee dozijn muzikanten zijn er actief. Ze zijn niet vaak in het ‘clubhuis’ van Excelsior, sinds zeven jaar het huisje net na het pontje richting Tolhuis in Amsterdam Noord. Er wordt weinig tot ultrakort vergaderd bij Excelsior, merken artiesten. Spinvis: „De meeste grote beslissingen doen we met appjes van drie zinnen.” De diesel loopt op een handvol medewerkers, leunend op loyaliteit van vaste distributiepartners als Bertus en V2. Maar ook, al tien jaar, vijfhonderd supporters die – crowdfunding avant la lettre – maandelijks elf euro doneren voor speciale projecten. In ruil voor exclusieve waar.

Die verbondenheid kan labeldirecteur Roseboom, ook mede-organisator van festival Into The Great Wide Open op Vlieland, ontroeren. Dit coronajaar richtte hij een bond voor Meindert Talma op, ,,zodat hij met net iets meer armslag kan scheppen.” Daar zijn nu 120 mensen lid van. Gelijkgestemden die kunst vieren. Dát is nou wat hij bedoelde.

Excelsior Recordings 25 Jaar viert 17 november feest in Paradiso, met onder meer Tim Knol en Danny Vera.