Voelen hoe het was

IJselijk verhaal Twee vrienden bewonderen zuidpoolliteratuur. Zelf wandelen ze door Zuid-Holland. Het was best koud, schrijft .
Groep wetenschappers op expeditie in Antarctica.
Groep wetenschappers op expeditie in Antarctica. Foto Felipe Trueba / EPA

Twee vrienden, de een fotograaf, de andere musicus, praten veel met elkaar over de boeken die ze aan het lezen zijn. Allebei zijn ze gek op, zoals ze het noemen: de zuidpoolliteratuur.

Pas hebben ze elkaar helemaal gek gemaakt met een boek van de Engelse schrijver Apsley Cherry-Garrard: The Worst Journey in the World. Het boek verscheen in 1922 en is nooit in het Nederlands vertaald. Het is een heroïsch verhaal waarvan de rillingen over je lijf lopen.

In het kort: een groep moedige Engelse mannen, onder wie Cherry-Garrard die dan 24 jaar is, gaan van 1910 tot 1912 op expeditie naar de Zuidpool. Hun kleding wordt gesponsord door Burberry en door Patriabiscuit. Ze dragen vijf paar sokken over elkaar. Alles staat in het teken van de wetenschap. Vanaf hun schip lopen ze de oneindige witte vlakte in. Het is ijs- en ijskoud. Meestal min 40 graden. Er zijn geen dieren, geen planten, alleen ijs en ijsbergen. In tentjes moeten ze acclimatiseren. De slaapzakken raken doorweekt van het zweet en bevriezen daarna. Elke dag moeten ze die ontdooien, wat niet meevalt. De mannen maken in het begin gebruik van sledehonden en pony’s. Maar dat werkt niet. Later doen ze het anders. De slee waar hun bepakking op ligt trekken ze met twee of drie tegelijk aan touwen om hun lijf gebonden. Vaak zijn er sneeuwstormen en moeten ze in hun tentje blijven om te overleven.

Drie mannen vertrekken halverwege de tocht naar een plek waar een koningspinguinkolonie schijnt te wonen. Na weken lopen in het pikkedonker vinden ze de kolonie en de begeerde pinguineieren voor onderzoek. Het zijn er vijf. Maar Cherry-Garrard glijdt uit en er sneuvelen twee eieren. Als ze later eindelijk bij de Zuidpool aankomen, zien ze daar een vlag staan. De Noor Roald Amundsen is hen voor geweest. Een maand eerder.

De mannen gaan teleurgesteld terug. Er is nauwelijks meer eten, ze krijgen scheurbuik, en worden ziek van de uitputting. Een man zakt door het ijs, anderen komen om van de kou. En een man gaat bewust de sneeuwstorm in, zijn ondergang tegemoet, en zegt: „I’m just going outside and may be sometime.” Hij is nooit teruggevonden. De achterblijvers maken kruizen van skistokken.

Apsley Cherry-Garrard overleeft en gaat bij thuiskomst zijn drie pinguineieren naar het Natuurhistorisch Museum in Londen brengen. In eerste instantie weigert de portier ze aan te nemen. Hij zegt: het is hier geen eierwinkel.

Dezelfde twee Rotterdamse vrienden, in de herfst van hun leven, besluiten dit voorjaar een tochtje te lopen om een beetje te voelen hoe het was in 1910, en om onderweg te praten over het boek. Ze willen een daad stellen. Vanuit Rotterdam gaan ze op weg. Het doel is Schipluiden, ongeveer 15 kilometer verder. Beiden hebben volledige bepakking bij zich. Ongeveer 14 kilo. Naast hun tentje hebben ze ook boeken, een fles wijn en wat blikjes bier en een kookstelletje bij zich. Lopend langs de Schie, door de Broekpolder, komen ze aan bij Natuurcamping De Grutto. Er is niemand. Later komt een vrijwilliger die hun de weg wijst en ze meteen lid maakt van de Nederlandse Natuurcampings. Daarna vertrekt hij weer. Ze gaan op tijd in hun tentjes liggen. In de nacht is het 1 graad. Het is best koud. De lekkere douche werkt op zonne-energie.

De volgende dag lopen ze terug naar Rotterdam. Hun bewondering voor de zuidpoolreizigers is tot grote hoogte gestegen. Soms rusten ze uit op een bankje, en vinden dat al heel bijzonder. In het riet zien ze een blauwborst. Het is een geweldige tocht. Tot vandaag heeft de een nog last van zijn voet, en de ander pijn aan zijn lies als hij zijn voet optilt. ​