Filmmaker Lodewijk Crijns: rechtse plannen in een linkse hobbywereld

Galgenhumor Lodewijk Crijns (50) is misschien wel het grootste talent van zijn generatie, maar heeft maar één filmhit: ‘Alleen maar nette mensen’.

Lodewijk Crijns.
Lodewijk Crijns. Foto Joke Schut / ANP

Hoe hij als Nederlandse regisseur de lockdowns beleefde? „Ach, ik zit al tien jaar in quarantaine”, zegt Lodewijk Crijns. „Met script schrijven. Het nadeel is wel dat je weinig input krijgt.”

Zijn meest actuele filmplannen? Een: een thriller over het slavernijverleden. Crijns: „Ben ik daar als Brabander medeschuldig aan? Je kan stellen: ik profiteer er als Nederlander economisch nog steeds van. Maar dat doet een Antilliaan die hier komt studeren ook.” Dus waarom geen thriller waarin iemand bloedig afrekent met het slavernijverleden? Echt van deur tot deur. En ja, ook die Antilliaanse student moet eraan geloven. Een woke slasher? „Zoiets ja.”

Twee: een pre-historisch drama. „Of een film die door Romeinse ogen naar de Friezen op hun terpen kijkt. Een beetje zoals wij later naar Afrikaanse inboorlingen keken.” Drie: een ex-militair die in dienst van Defensie terugkerende Syriëgangers over de kling jaagt, denkt hij. „Maar echt iedereen hè, inclusief vrouwen en kinderen.” De echte opdrachtgever blijkt dan van extreemrechtse huize. Crijns: „Maar het meest serieus is nu een thriller over misbruik in de modellenwereld.”

Regisseur Lodewijk Crijns, inmiddels 50, heeft de reputatie van dwarsligger. Iemand met rechtse filmplannen in een linkse hobbywereld die tegenstellingen uitvergroot waar het Nederlandse instinct is ze klein te maken. Hij behoort tot een lichting Filmschoolstudenten die medio jaren negentig op zoek gingen naar een publiek: niemand ging toen naar Nederlandse films. Jean van de Velde en Johan Nijenhuis vonden dat met komedies en romkoms, Crijns niet, hoewel hij vermoedelijk het grootste talent van zijn generatie is. Hij maakte indruk met geestige fake-documentaires, een genre dat toen in trek was. Maar na zijn New Age-satire Jezus is een Palestijn (1999) – met Hans Teeuwen als een van piercings rinkelend sektelid – werd het relatief stil. Crijns verloor jaren aan een actiefilm over Carlo Picornie, de Ajax-hooligan die in 1997 stierf in een veldslag met Feyenoord-supporters. Toen alles rond leek, dreigde de Picornie-clan met geweld en haakten geldschieters af. Het bleef bij korte films en sterke Telefilms als Loverboys (2003) en Hitte/Harara (2008).

Ik wil gewoon dat mensen zich aan de regels houden

Lodewijk Crijns

Geen geld voor marketing

De filmpers koos Crijns Met grote blijdschap (2001) en Bumperkleef (2019) als film van het jaar. Maar zijn enige echte hit is Alleen maar nette mensen (2012). Crijns: „Ik liftte toen wel mee op de brede rug van Robert Vuijsje, zijn boek was al een bestseller.” In zijn bewerking valt Geza Weisz als Joods elitezoontje uit Zuid voor de vlezige en hardhandige Surinaamse Rowena (Imanuelle Grives) en volgt een excursie door de krochten van de Bijlmermeer, met kelderboxorgieën en al. Zo’n hilarische verkenning van seks, ras en kaste in de hoofdstad zou nu niet meer kunnen, vermoedt Crijns. Jammer, want daar is dus wel publiek voor. „Er was indertijd geen geld voor een première, dus zag ik mijn film in Pathé de Munt met publiek. Al die Surinaamse meiden en moslimmeiden zaten van begin tot eind te gieren van het lachen. En witte mensen zo van: nou nou, dit gaat wel ver zeg!”

Bij zijn achtervolgingsthriller Bumperkleef was er in 2019 al evenmin geld voor marketing. Crijns: „Het Filmfonds en de omroepen steken ergens twee miljoen belastinggeld in en accepteren daarna dat er niks aan marketing wordt uitgeven.” In Bumperkleef provoceert een opgefokt Vinex-mannetje een moordzuchtige ongediertebestrijder met bumperkleven. Ondanks enthousiaste kritieken vond Bumperkleef geen publiek - wel op Netflix trouwens. Dat de film in het buitenland goed verkocht is een schrale troost.

Toch is het de vraag wat er over een halve eeuw beklijft: al onze geruststellende, tandeloze multiculti-komedies of Crijns hilarische zedenschets Alleen maar nette mensen? Kille arthousefilms over vervreemding in de Vinexwijk of Bumperkleef? Lodewijk Crijns maakt het zichzelf niet gemakkelijk, dat is helder. Toen ik hem in 2019 sprak, leurde hij al een tijd met een plan voor een film waarin een winkelier zich na drie overvallen bloedig wreekt op Marokkaanse straatcriminelen. Charles Bronson in de Pijp? Kansloos: voor zo’n PVV-film vind je geld, acteurs noch bioscopen. Crijns: „Maar moet film niet ook een weerslag zijn van de maatschappij? Is de opkomst van Pim Fortuyn, PVV en FvD los te zien van de overdaad aan allochtone criminaliteit?” Anderhalf jaar later blijkt het plan van de baan. De ‘onderliggende irritatie’ is weg. „Ik besef nu dat het bij 2000-2005 paste, Job Cohen en ‘de boel bij elkaar houden’. Marokkaanse straatjeugd is niet echt meer zo’n issue.”

Waarom hij überhaupt zulke films wil maken? „Het is mijn rechtvaardigheidsgevoel, ik wil gewoon dat mensen zich aan de regels houden. Dat wordt met het klimmen der jaren alleen maar erger.” Crijns komt uit een rechtlijnige familie, zegt hij. Dat hij als twaalfjarige niet ingreep toen vriendjes snoep stalen – erger nog: gestolen snoep van ze aannam – ziet hij als een ernstige jeugdzonde. Hij hielp in 2003 een winkelier een overvaller uit zijn winkel te werken, achtervolgt zakkenrollers en autodieven soms door de halve stad.

Op de keper beschouwd maakt Crijns zwarte komedies, zoals Paul Verhoeven, Alex van Warmerdam en Dick Maas. Maar onder Crijns galgenhumor schuilt diep moralisme. Zo zou hij nooit DePalma’s Scarface op zijn geweten willen hebben, in zijn ogen de schadelijkste film ooit. „Ik haat films die misdadigers verheerlijken, en Scarface is het ergste. Generaties criminelen willen Gucci, Ferrari, een blonde stoot en sterven met je neus in een berg coke. Je wordt niet oud, maar je hebt geleefd zeg.”