Opinie

Omslachtige methode Hamer brengt nog geen vaart in formatie

Formatie

Commentaar

Meer vaart maken met de formatie, dat was de wens van verschillende fractievoorzitters toen Mariëtte Hamer (PvdA) twee weken geleden begon als informateur. Een terechte wens, want er is in de twee maanden na de verkiezingen veel tijd verloren gegaan door het uitlekken van de notulen van het eerste verkennersduo. Hoog tijd dus om eindelijk te beginnen met het echte formatiewerk.

Maar Hamer lijkt deze urgentie niet te voelen. De afgelopen twee weken nodigde zij alle achttien partijen die in de Kamer zitten tweemaal uit voor een gesprek. Daarnaast trok er een eindeloze stoet aan belangenverenigingen en andere clubjes bij haar langs van zeer uiteenlopende snit: van jongerenorganisaties en natuurclubs tot aan de Efteling. Voor de voorzitter van de Sociaal-Economische Raad – Hamers eigenlijke baan – is dat niets bijzonders, maar voor een informateur wel. Gesprekken als deze worden normaal gesproken in een later stadium gevoerd door de formerende partijen zelf, niet vooraf door de informateur.

Het leidde tot bevreemding bij partijen die dachten dat zij bij het eerste gesprek hun wensen al wel duidelijk genoeg op tafel hadden gelegd. En tot gemor bij kleinere partijen, zoals JA21, die meenden dat Hamer stiekem allang een kopgroep geformeerd had van VVD, CDA, D66, PvdA en GroenLinks, maar dat niet wereldkundig wilde maken. De verwarring werd alleen maar groter doordat de informateur iedereen telkens verzekerde dat alles nog open lag.

Ook na de persconferentie die Hamer vrijdag hield om vragen over haar omslachtige aanpak te beantwoorden, bleef veel onduidelijk. Zelf zei zij dat de parade van partijen en lobbyclubjes nodig was om draagvlak te zoeken voor een ‘herstel- en transitieplan’. Ze liet doorschemeren dat het hersteldeel daarvan mogelijk al kan worden uitgevoerd door het demissionaire kabinet, in de begroting van volgend jaar, als er voldoende draagvlak voor is in de Kamer.

Voor het opstellen van zo’n plan heeft de Kamer haar zelf opdracht gegeven, zei Hamer, en daar heeft ze gelijk in. De coronacrisis vraagt daar ook om. Partijen die zich ergeren aan de volgorde waarin de informateur werkt moeten de hand in eigen boezem steken. Sterker nog: zij kreeg ook nog opdracht om uit te zoeken welke urgente, grote thema’s moeten worden uitgewerkt in een regeerakkoord. En ze moet en passant uitzoeken hoe de democratische rechtsorde kan worden hersteld, een verzoek dat voortvloeit uit de Toeslagenaffaire. Geen geringe opdrachten.

Tegelijkertijd voert deze informateur haar werk wel érg grondig uit. Je zou denken dat zij als SER-voorzitter al wel voldoende kennis in huis heeft voor de inhoudelijke grondslagen van zo’n plan en niet al die clubjes die zij al dagelijks spreekt nogmaals hoefde te horen. Die tijd had zij misschien beter kunnen steken in het smeden van een mogelijke coalitie.

Uiterlijk zondag moet de informateur haar eindverslag inleveren. Na twee weken praten in ‘clusters’ weten we slechts dat een nieuw kabinet aan de slag moet met duurzaamheid, digitalisering en de inclusieve samenleving, thema’s die Hamer als urgent heeft aangemerkt. Er rest nu wel erg weinig tijd om te bepalen welke partijen met elkaar de volgende fase van de formatie willen ingaan. Nu nog geen enkele partij zekerheid heeft gekregen, is het voor partijen lastig om te peilen of er in eigen gelederen voldoende steun is voor deelname aan een nieuw kabinet.

Hamer zei dat zij deze week met haar ‘derde oog’ op zoek gaat naar een mogelijke coalitie. Het is te hopen dat er daarna echt vaart komt in de formatie.