Liesbeth Lagemaat krijgt De Grote Poëzieprijs voor ‘Vissenschild’

Poëzie „Bombastisch, gedurfd, lyrisch en episch”, zo roemt de jury van De Grote Poëzieprijs de bundel Vissenschild van Liesbeth Lagemaat. Aan de prijs is een bedrag van van 25.000 euro verbonden.

Dichter Liesbeth lagemaat.
Dichter Liesbeth lagemaat. Foto Annelies Verhelst

Dichter Liesbeth Lagemaat heeft voor haar dichtbundel Vissenschild De Grote Poëzieprijs 2021 ontvangen, de grootste jaarlijkse prijs voor Nederlandse poëzie. Dat werd maandagavond bekendgemaakt in radioprogramma Opium. De jury verkoos de bundel van Lagemaat boven vier andere genomineerden, onder wie Paul Demets (De hazenklager) en de laatste P.C. Hooft-prijswinnaar Alfred Schaffer (Wie was ik). Lagemaat ontvangt een bedrag van 25.000 euro, waarvan 5.000 euro bestemd is voor een poëzieproject naar keuze van de winnaar.

Liesbeth Lagemaat (1962) schreef met Vissenschild haar zevende dichtbundel. „Veel van wat Lagemaats poëzie altijd al kenmerkte, valt in haar zevende bundel echt op z’n plek”, oordeelde de jury. „Bombastisch, gedurfd, lyrisch en episch – maar alles in dienst van het verhaal van deze bundel.” Die taalacrobatiek is inderdaad het eerste dat Lagemaats winnende bundel kenmerkt: beschrijvingen tuigt ze op met uitbundige metaforen en onalledaagse synesthesieën, die een onwereldse, duistere, omineuze sfeer creëren: ‘Het is de gevorkte lucht van de kievit,/ en hoe hij de koolzaadhemel aan gort krijst. […]/ Een adem gruizelde van stastok en bedwing’.

Vissenschild, dat in de ondertitel al wordt aangeduid als ‘een episch gedicht’, vertelt in ruim twintig gedichten van meerdere pagina’s, telkens vervat in tweeregelige coupletten, één doorlopend verhaal. Dat draait om een schrijver (‘kalligrafist’) die zich voor de taak gesteld ziet om het mythische verhaal te vertellen van het meisje Elpis, die in een tijdloos, sprookjesachtig verleden in de herberg van haar tante werkt. Zij draagt de naam van de verpersoonlijking van de hoop in de Griekse mythologie, maar is voornamelijk gebaseerd op de Vlaamse volkslegende van de Fiere Margriet, die in een bos verkracht en vermoord werd, en in het water geworpen. Maar zinken deed zij niet: een schild van vissen tilde haar boven het wateroppervlak uit. Zo kwam de waarheid over haar ontering en dood alsnog aan het licht.

‘Gruwelijke fragmenten’

Die legende is het raamwerk voor Vissenschild, met als extra laag daarbovenop de schrijfarbeid van de kalligrafist, die Elpis nu wakker kust en het heden in trekt, maar tegelijk niets uit kan halen: het noodlot heeft al beslist. Tegelijk bevraagt de schrijver ook de schuld van de samenleving: hoe om te gaan met dit soort feiten en dit soort verhalen, die zich eeuwig herhalen? De jury herkent een uitweg voor dat probleem in de lyrische manier waarop Lagemaat erover vertelt: „De gruwelijke fragmenten van het sprookje worden door Lagemaat zo raak beschreven dat de lezer niet anders kan dan ze meevoelen, en huiveren. Dat maakt van deze bundel, in deze tijd, haast ook een manifest.”

Lees ook de bespreking van Lagemaats tweede bundel, door Ilja Leonard Pfeijffer

Liesbeth Lagemaat debuteerde op 42-jarige leeftijd met de bundel Een grimwoud in mijn keel. Ze ontving er de C. Buddingh’-prijs 2005 voor, voor het beste poëziedebuut. Daarna volgden nog zes bundels, en ook de roman Lizzie (samen met Martin Michael Driessen onder het pseudoniem Eva Wanjek). Bombastische lyriek en de epische traditie bleven altijd belangrijke kenmerken van haar werk – haar bundel Nachtopera (2013) kreeg ook al de ondertitel ‘een episch gedicht’ mee – dat intellectualistisch is vanwege de verwijzingen, uitdagend vanwege de woordkunst. Zangerig is haar poëzie als de taal van een libretto: Vissenschild werd afgelopen najaar bij de presentatie voorgedragen als een operatekst. De tijdloos ogende gedichten hebben ook altijd een link met het heden, zoals in Vissenschild het narratief over geweld tegen vrouwen – overigens zonder expliciet maatschappelijk geëngageerd te willen zijn.

Dat beviel de jury: „Met deze poëzie toont de dichter grote ambitie en lef, maar ook het vermogen om een grote belezenheid te koppelen aan de huidige tijdsgeest.” De Grote Poëzieprijs is sinds drie jaar de opvolger van de VSB Poëzieprijs, en werd in de afgelopen jaren gewonnen door Radna Fabias (Habitus, 2019) en Vrouwkje Tuinman (Lijfrente, 2020).

Lees ook een interview met Vrouwkje Tuinman, bij het winnen van de Grote Poëzieprijs