Opinie

Dit is háár moment

Na drie weken braaf in de weer geweest te zijn met gieters en plantenspuiten, stonden mijn moestuinbakken en de potjes in mijn vensterbank er nog precies hetzelfde bij: gewoon helemaal zwart van de aarde. „Haastige spoed is zelden goed”, zei mijn buurman. „Maar kom je te laat, is iedereen kwaad”, zei ik, want op zich had ik een levensteken toch wel leuk gevonden, na alles wat ik voor mijn planten overhad.

De enige plant die niet hard to get speelde, leek in eerste instantie meer op een ding: een mysterieuze bol, verpakt in krantenpapier. „Deze plant doet wél wat je wilt”, zei de kennis die haar cadeau gaf. Ze had gelijk.

Ik stopte de bol in een pot en binnen een paar dagen stak er een soort groene piemel uit. „Wat een potente plant is dat”, zei een vriend die op bezoek kwam. Het was duidelijk dat de stengel van alles van plan was. De vraag was: wat?

Na een week barstte de dikke ronde knobbel aan de bovenkant open, daaruit kwamen vier knoppen, die op hun beurt weer openbarstten en veranderden in vier enorme, grandioze rood-witte bloemen. Ik had er niets voor gedaan, alleen een startseintje gegeven.

Volgens mijn tante was deze plant een amarillys, vernoemd naar een herderin uit de Griekse mythologie, die, om een leuke jongen te veroveren, een druppel bloed veranderde in een bloem. Maar volgens het internet komt de échte amaryllis uit Zuid-Afrika en werd de voorouder van mijn plant ‘ontdekt’ op een heuvel in Chili. In 1828, door een Duitse botanicus. Een Engelse dominee gaf haar een naam: hippeastrum, van hippeus (ridder) en astron (ster).

De plant had natuurlijk al een naam lang voordat ze werd ‘ontdekt’ door Europeanen, maar de geschiedenis wordt geschreven door de winnaars, dus die naam is nergens te vinden. In dat opzicht hebben deze plant en ik veel met elkaar gemeen. Ook een aantal van mijn voorouders kregen nieuwe namen nadat ze werden ‘ontdekt’. Net als deze plant werden ze weggerukt uit hun omgeving en op schepen over oceanen naar vreemde werelden vervoerd, zodat ik – nazaat van onder andere ‘slaven’, ‘contractarbeiders’ en ‘indianen’ – hier vandaag kan zitten in een studio in Rotterdam, kijkend naar de nazaat van een Zuid-Amerikaanse plant waarvan iedereen de werkelijke naam vergat.

Wat wil de plant?, moest ik steeds vragen van een lezeres. Het wetenschappelijke antwoord zal zoiets zijn als ‘zich voortplanten’. Maar kijkend hoe stralend ze er nu bijstaat (haar schaduw werpend over de iele stengeltjes die inmiddels voorzichtig uit de andere potjes omhoog komen), zou ik zeggen: fantastisch zijn. Omdat het kan. Al haar voorouders hebben naar dit moment toegewerkt en deze madame wéét dat. Dit is háár moment en ze is vastbesloten om eruit te halen wat erin zit.