De eregalerij van dwarsliggers en buitenbeentjes in de film

Filmgeschiedenis De dwarsliggers, buitenbeentjes en provocateurs stuwen de filmkunst voort. Zij zijn niet altijd succesvol, maar weten wel de cinema telkens een nieuwe wending te geven.

Foto’s ANP, Getty Images, Petr Novák, Gorup de Besanez

Dorothy Arzner (1897-1979)

De eerste vrouwelijke regisseur die lid werd van de Directors Guild of America (DGA) was openlijk lesbisch. Arzner begon haar carrière in de zwijgende filmperiode en in de jaren dertig was zij de enige regisseuse in Hollywood. Haar beste films – Christopher Strong (met een jonge Katharine Hepburn) en Dance, Girl, Dance – worden verteld vanuit vrouwelijk perspectief en zijn kritisch over het patriarchaat. De rollen in haar films zijn bovendien niet alleen sterk bezet, maar gaan ook expliciet over sterke vrouwen. Zij zijn even eigengereid als Arzner zelf.

Bertrand Blier (1939)

De Franse filmmaker Bertrand Blier gaat al decennia onverstoorbaar zijn eigen gang, al stamt zijn beste werk uit de jaren zeventig. Toen maakte hij een reeks komedies die op vrolijke en licht provocatieve wijze de traditionele Franse maatschappij op de hak nam. Denk aan de vrijbuiters uit Les valseuses die met hun capriolen het gezapige burgerdom flink opschudden of de kloof tussen mannen en vrouwen in Préparez vos mouchoirs. Beau-père, waarin een 30-jarige pianist een verhouding krijgt met zijn 14-jarige stiefdochter, zou nu niet meer gemaakt kunnen worden.

Charles Burnett (1944)

Burnett is een representant van de L.A. Rebellion, een groep filmmakers die begin jaren zeventig een betere representatie van Afro-Amerikanen voor ogen stond. Hij debuteerde in 1978 met Killer of Sheep, een rauw portret van een arbeider die in een abattoir werkt. To Sleep with Anger (1990) is een mooi portret van een zwarte familie in LA die door de komst van een vreemdeling (Danny Glover) uit balans raakt. En in The Glass Shield (1994) gaat het over racisme en corruptie bij het LA politiekorps. Burnett maakte weinig speelfilms: zijn oeuvre is klein maar fijn.

Vera Chytilová (1929-2014)

Als het over de Tsjechische regisseur Vera Chytilová gaat, wordt meestal meteen Daisies geroepen, de titel van haar bekendste film uit 1966. Het is een anarchistische en absurdistische komedie over twee brutale jonge vrouwen – Marie I en Marie II – die alles ontregelen en niets serieus nemen. De film is al even vrij en brutaal, waarbij Chytilová experimenteert met allerlei stijlmiddelen. De autoriteiten verbieden de dadaïstische film en tot 1976 staat zij op de zwarte lijst. Haar werk is te subversief. Daisies smaakt naar meer, het wordt tijd dat haar andere films ook te zien zijn.

Adriaan Ditvoorst (1940-1987)

Ook Nederland kent zo zijn buitenbeentjes, mensen als René Daalder of Frans Zwartjes. Adriaan Ditvoorst vond nooit echt zijn weg in de Nederlandse filmwereld. Hij was een eigenzinnig talent die in de jaren zestig de Nederlandse film een stoot energie gaf met door de nouvelle vague geïnspireerde korte films als Ik kom wat later naar Madra en De blinde fotograaf, naar W.F. Hermans (met camerawerk van Jan de Bont). Even sfeervol waren zijn eveneens door De Bont gedraaide speelfilm Paranoia en zijn zwanenzang De witte waan. Die trok slechts 1700 bezoekers.

Marguerite Duras (1914-1996)

Marguerite Duras is vooral bekend als schrijfster en als scenariste van de klassieker Hiroshima mon amour. Dat zij zelf ook een aantal buitengewoon boeiende films maakte is helaas minder bekend. Ze zijn licht experimenteel, zo is een deel van de handeling in India Song (1975), met de fascinerende actrice Delphine Seyrig, slechts te zien via spiegels. De locatie, een ambassade, wordt vrijwel nooit verlaten; de actie speelt zich af buiten beeld en wordt duidelijk via voice-overs. In Le camion (1977) lezen Duras en Gérard Depardieu haar filmscript, de beelden moet de kijker grotendeels zelf verzinnen.

Marco Ferreri (1928-1997)

Vier succesvolle heren die zich dood eten (La grande bouffe), een man die zijn geslachtsdeel afknipt (La dernière femme/L’ultima donna), weer een andere man die wil terugkruipen in de baarmoeder (Tales of Ordinary Madness). Het werk van de Italiaanse dwarsligger Marco Ferreri is altijd subversief. Het verhaal gaat dat hij heerlijk zat te tafelen in Cannes precies op het moment dat het publiek en de pers uit zijn schandaalfilm La grande bouffe (1973) kwam. Wel jammer dat zijn reputatie van provocatieve sater Ferreri danig in de weg zit: zijn films verdienen meer.

Alejandro Jodorowsky (1929)

Het filmische werk van de Chileense striptekenaar/kunstenaar Alejandro Jodorowsky behoort tot het pantheon van de cultfilms: de surrealistische spaghettiwestern El topo, de spirituele queeste The Holy Mountain (favoriet van menig hippie) en Santa Sangre, over een verknipte zoon die de ‘moordarmen’ wordt van zijn armloze moeder. Het is een uniek oeuvre. Geen wonder, want Jodorowsky is medeoprichter van het panisme: „In het ‘panische’ lopen alle genres door elkaar: poëtisch, humoristisch, episch, grof en vulgair, pornografisch, stijlloos. Mijn genre is een mix van alles.”

Barbara Loden (1932-1980)

Barbara Loden speelde enkele bijrollen voordat ze met de 23 jaar oudere regisseur Elia Kazan trouwde. Ze kreeg de kans Wanda te schrijven en regisseren, met zichzelf in de titelrol, en daar bleef het bij. Gelukkig wordt het voor een zeer laag budget gemaakte en onafhankelijk geproduceerde Wanda, over een passieve, stuurloze vrouw in een armoedige wereld, op gezette tijden herontdekt, voor het laatst in 2019 toen hij gerestaureerd werd. Om met Kelly Reichardt te spreken, wier First Cow binnenkort uitkomt: „Waarom wordt Barbara Loden niet meer gevierd in de filmgeschiedenis?”

Lina Wertmüller (1928)

Haar achternaam is Duits maar Lina Wertmüller is toch echt Italiaans. In 2020 kreeg de vrouw met altijd witte brilmonturen een ere-Oscar voor haar oeuvre. Veelal zwarte komedies over de klassenstrijd of de strijd der seksen, waarbij sekserollen opeens kunnen omdraaien, zoals in de film waarvan Madonna een beroerde remake maakte: Travolti da un insolito destino nell’azzurro mare d’agosto (Swept Away, 1974). Wertmüller castte vaak acteur Giancarlo Giannini als typisch Italiaanse macho en onderwerpt haar vaderland aan een sardonische maar ook liefdevolle blik.