Opinie

De 13 dingen die je nooit tegen je baas moet zeggen

Japke-d. denkt mee

Het lijkt soms of je in Nederland alles tegen je baas kunt zeggen. Dat is niet zo, ondervond . „Uitschelden en flirten – ik zou het niet doen.”
Illustratie Tomas Schats

Vorige week schreef ik over vrouwen en mannen op het werk, dus deze week was ik wel toe aan een iets minder, euh, beladen onderwerp, namelijk: de relatie met je baas.

Hoewel, minder beladen. Die relatie is natuurlijk ook een mijnenveld, zegt Bram Peper, arbeidssocioloog aan de Universiteit Tilburg, als ik hem erover bel. Vooral in Nederland. Dat komt omdat we hier de neiging hebben de relatie met onze baas nogal eens te bagatelliseren, of beter gezegd: te amicaliseren – als dat een woord zou zijn.

Want we zijn toch allemaal gelijk in Nederland, je baas is vooral je vriend, hoezo een gezagsrelatie – zo zien we het. Een beetje zoals ouders tegenwoordig veel meer dan vroeger de relatie met hun kinderen beschouwen en hoe Mark Rutte meer een toffe peer zonder visie is dan de baas van dit land – het moet vooral gezellig blijven. Wat nogal verschilt, zegt Peper, met veel van de ons omringende landen waarin een baas gemiddeld vaker meer op afstand staat.

Dat bleek ook al toen ik op Twitter de vraag stelde wat je beter niet tegen je baas kunt zeggen. „Baas?!” „Zo’n ouderwets woord”, „ik zeg liever leidinggevende” (alsof dat iets anders is), „of manager”, waren een aantal reacties. En natuurlijk de dooddoener: „Een hond heeft een baas.”

Kijk, daar beginnen de problemen dus al, zegt Peper. „Want uiteindelijk komt toch altijd weer het moment dat er moet worden afgerekend. En dan krijg je die promotie niet, krijg je kritiek – daar begint de verwarring: ik was toch zulke goede vriendjes met m’n baas?”

Lees ook: Ik heb het stuk niet gelezen, maar ik wil er wél graag iets over zeggen

En dus leek het me nuttig eens een lijstje te maken van dingen die je beter kunt inslikken. Want het mag dan lijken of je alles in Nederland tegen je baas kan zeggen, dat is allerminst het geval, zegt Peper. Voor mij is het te laat, maar jij kunt je carrière misschien nog redden. Komen ze.

1 „Ik heb geen tijd om morgen naar mijn werk te komen.” Het is wat ik zelf zei, op m’n eerste werkdag bij de Volkskrant, en het is daarna nooit meer goed gekomen. Tuurlijk, ik had de afspraak dat ik ‘flexibel’ mocht beginnen. Maar „ik heb geen tijd voor je” is strijdig met zo’n beetje alle beginselen van de relatie baas-werknemer, zegt Peper. „Jij wordt betaald en in ruil daarvoor geef je je vrijheid op, zo simpel is het. Niet uit te leggen aan de collega’s ook, als jij op je eigen voorwaarden mag komen.”

2 „Ik zou met jou wel eens een beschuitje willen eten.” Flirten met je baas zou ik ook niet doen, zegt Peper, tenzij je de bruiloft al gepland hebt. En laat je al helemaal niet discriminerend of racistisch uit tegen je baas. Niet eens zozeer omdat bazen er niet tegen zouden kunnen, maar ook omdat ze het zich vanuit hun positie niet kunnen veroorloven het over hun kant te laten gaan, hoe aardig ze je ook vinden.

3 „Klootviool”, „welke idioot heeft dit verzonnen” en „ongelooflijke zak hooi.” Kun je je baas verrot schelden? Nee, helaas, zegt Peper. Het ligt er nog wel aan of je dit in het openbaar of in een ‘bila’ doet, met de deur dicht – maar (ook) voor schelden geldt dat het idee van een baas vooral is dat je er uiteindelijk mee verder moet.

4 „Ik vind jou een heel slechte baas.” Is echt zinloos als je vervolgens niets constructiefs te melden hebt, vindt Peper. Wat je nog wel zou kunnen proberen, is draagvlak bij je collega’s zoeken en dan kritiek geven, zegt hij.

Het gevaar daarvan is echter dat mensen die bij de koffieautomaat zeggen dat ze het met je eens zijn, dat vaak ‘vergeten zijn’ in de vergadering waarin jij het aan de orde stelt. Vervolgens houdt iedereen z’n mond en bungel jij – de baas stapt zelden op.

5 Dat geldt ook voor: „Dat hebben we al honderd keer geprobeerd.” Ten eerste omdat je daarmee bazen misgunt hun eigen fouten te maken, maar vooral omdat het bij uitstek de uitspraak is van de collega die al halverwege z’n burn-out zit – de oude zeikerd, de nachtkaars – veel succes ermee.

Maar er speelt hier nog iets mee, zegt Peper: macht corrumpeert, dus veel bazen denken dat ze heel wat voorstellen, zeker als ze de nieuwe agile strategie aan het „uitrollen” zijn. Dat ga jij niet veranderen. Zeg dus liever „goh, interessant idee” en ga zoveel mogelijk je eigen weg.

6 Pas ook op met practical jokes, waarschuwt Peper. Hartstikke leuk om een keer de foto van je baas in een Russische vlaggenparade te fotoshoppen en die op z’n deur te plakken, maar realiseer je wel dat je de overige 364 dagen van het jaar weer in de pas moet lopen.

7 „Dan zijn we uitgepraat” en „hier scheiden onze wegen.” Dit kun je echt alleen in de Tweede Kamer zeggen, zegt Peper. In de échte wereld zal één van de twee de afstand moeten overbruggen en dat is zelden de baas. Zeg liever: „Dan zijn we voorlopig uitgepraat.”

8 „Wat doe jij hier eigenlijk de hele dag?” Ja, dit vragen we ons allemaal wel eens af van onze baas, toch? Maar het zeggen? Nee, vindt Peper.

Niet alleen omdat het bazen rechtstreeks in hun bestaansrecht aantast, maar vooral omdat je die vraag dan ook aan jezelf moet stellen, en dan moet je ook eerlijk zijn.

Beetje met collega’s mailen, beetje tikken, beetje interessant doen in de Zoom – dat is het meestal wel. Of je moet politieagent zijn, vuilnisman, docent in het onderwijs of in de zorg werken, ja toch?

„De belangrijkste functie van betaald werk is toch ervoor te zorgen dat we niet allemaal tegelijk op straat elkaar in de weg lopen”, zegt Peper. En als je dan zo graag evenveel wil verdienen als je baas, word dan lekker zelf de baas, of ga mondkapjes importeren.

9 „Jij eruit of ik eruit.” „Dat vind ik altijd zo kinderachtig om te zeggen als je een vast contract hebt”, zegt Peper. „In de VS sta je na zo’n uitspraak binnen een kwartier op straat met je kartonnen doos, in Nederland weet dat je minstens een half jaar verder bent voor ze van je af kunnen, áls je al hoeft te vertrekken.”

10 „Nee.” Kun je nee zeggen tegen je baas? Ja, sterker nog: dat zouden we veel vaker moeten doen, vindt Peper. Zeg in ieder geval nooit altijd „ja”. Maak liever duidelijker afspraken met je baas, zegt Peper. „De meeste problemen op het werk ontstaan doordat niet goed wordt besproken wat je van elkaar verwacht.”

11 „Ik heb het eigenlijk helemaal niet zo druk.” Dat tegen je baas zeggen is echt je doodvonnis, zegt Peper lachend. „Want die kan vervolgens niets anders doen dan je meer werk geven. Zeg liever: ik kan wel wat schuiven en dan kan ik donderdagmiddag misschien een paar uurtjes vrijmaken.”

12 Maar wat je nooit, maar dan ook écht nooit tegen je baas moet zeggen, is: „Ik vertrouw je niet.” Daarna komt het nooit meer goed.

Want, en dat is misschien wel het belangrijkste in de relatie met je baas: je moet ze altijd een muizengaatje laten om door te kunnen ontsnappen. Zonder zo’n escape is het over en uit.

Theoretisch zou je het op je laatste dag kunnen zeggen. Als trap na, als dolk in de rug, maar zelfs dat is niet handig, daar schreef ik eerder al een column over, hoe je met een opgeheven hoofd moet vertrekken.

„Je mag ook niks meer zeggen”, je hoort het de laatste tijd steeds vaker (nummer 13).

Maar dat geldt misschien nog wel het meest voor de relatie met je baas.

Hoe was jouw week? Tips voor Japke-d. Bouma via @Japked op Twitter.

Dit waren de Jeuktweets van de week

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.