Rapper Fresku: ‘In Tokio is iedereen pas echt stijlvol’

Rentreereis Als het weer kan, gaat rapper Fresku terug naar Japan. „De stilte, de efficiëntie, de beleefdheid.”

Illustratie Anne Caesar van Wieren

‘Vakantie is supereng”, zegt Roy Reymound (34), beter bekend als Rapper Fresku. Alles is onbekend, vliegen is vreselijk, en al helemaal als je vliegangst hebt, zoals hij. Maar dat maakt reizen voor hem alleen maar interessanter. Hij heeft namelijk een theorie, over het leven, en hoe dat te verlengen. „Comfort moet je vermijden”, zegt hij. „Je eerste schoolvakantie lijkt superlang te duren, toch? De volgende schoolvakantie gaat al wat sneller voorbij.

En op een gegeven moment denk je: was het altijd al zo kort?” Nieuwe ervaringen laten de tijd langer duren, bedoelt hij. Daarom besloot hij ‘ja’ te zeggen, toen een vriend in 2018 hem vroeg om samen naar Japan te gaan. Zijn eerste echte reis – daarvoor ging hij altijd bij familie langs op Curaçao, waar hij in zijn jeugd een paar jaar bij zijn Antilliaanse vader heeft gewoond. Het kostte hem twaalf uur hyperventileren in het vliegtuig, maar spijt kreeg hij niet. Het was alsof hij een ander universum instapte. De stilte, de efficiëntie, de beleefdheid. Hij ervoer het al in de trein, waar de conducteurs een buiging maakten als ze de coupé binnenkwamen en verlieten.

In zijn rode Chicago Bulls-shirt en op zijn nieuwe Nikes liep hij door de brandschone straten van Tokio. „Ik dacht dat wat ik droeg fashion was. Maar de mensen daar waren echt stijlvol. Ze droegen veel crème en wit, heel minimalistische kleren.” Intimiderend, vond hij, maar ook inspirerend. Net als de „non-conformistische kunst” waarmee hij in aanraking kwam. Hyperschattige animefilms bleken hem tot tranen te kunnen roeren.

Elke dag riep hij wel een keer ‘wow’. Over kommetjes met rubberen haartjes bijvoorbeeld, waarop de kassières geld leggen zodat een klant het makkelijk kan oppakken. En de wc’s met verwarming en sproeiers. „Al na een week dacht ik: hoe moet ik nou terug naar onze toiletten.” Hij was nog niet thuis, of hij had al heimwee. Daarom wil hij zodra het weer kan naar Japan.

Hij heeft twee voornemens. Hij wil zich niet meer „een olifant in een porseleinkast” voelen en dit keer voorkomen dat een Japanner op zijn deur klopt of hij wat stiller kan zijn. En hij wil nog een keer naar het eiland Miyajima varen, via een felrode toegangspoort midden in de zee, een torii. Vanwege de regen lukte het de laatste keer niet om met de kabelbaan naar de top van het eiland te gaan, zegt hij. Niet dat hij zich daar enorm op verheugde, hij was er nerveus voor, maar juist dáárom moet hij terug.