Opinie

Ik bid dat onze helden zich gedragen

Ellen Deckwitz

Dus zaterdag ging ik met de neven (15 en 12) in de achtertuin eindelijk gourmetten (van hun moeder mag dat niet binnenshuis en om met Kerst nou buiten te dineren, is ook niet ideaal). De jongste had wat muziek opgezet en toen kwam er een nummer van Lil’ Kleine voorbij.

„Afzetten!”, brulde de oudste, „hij slaat zijn vrouw!”

„Maar ik vind dit zo’n leuk liedje”, piepte de jongste. Tja. Tegenwoordig moet je als artiest niet alleen meer geweldig werk afleveren, maar ook nog eens van onbesproken gedrag zijn. Conflictvrije kunst wordt, nu het in deze tijden steeds moeilijker wordt om als bekend figuur nog iets geheim te houden, steeds zeldzamer. Wat een contrast met vroeger, toen men nog geloofde dat artistieke hoogstandjes alleen uit duisternis konden voortkomen. Lord Byron hoefde maar een kind bij zijn halfzus te verwekken en hop, hij had er meteen drie herdrukken bij.

Terwijl mijn neefje vermoeid Roel van Velzen opzette, dacht ik terug aan wat eens mijn lievelingsboek was, Nevelen van Avalon van Marion Zimmer Bradley. Op mijn tiende maakte ik kennis met deze hervertelling van het Koning Arthurverhaal en ik was zo onder de indruk, dat ik het sindsdien ieder jaar herlas. Het riep de lezer op zelf na te denken, te gaan voor de eigen vrijheid en vooral lak te hebben aan de hokjes waarin kerk en samenleving je proberen te proppen.

Maar toen kwam in 2014 het nieuws naar buiten dat Bradley niet alleen haar echtgenoot had geholpen om talloze minderjarige jongens te misbruiken, maar zich zelf ook had vergrepen aan diverse kinderen, waaronder haar eigen dochter.

Veroordelingen van lezers en collega-auteurs volgden (niet dat Bradley daar iets van meekreeg, want ze overleed al in 1999). Aanvankelijk probeerde ik me toen ik de roman herlas, van deze kennis, hoe onthutsend en verwerpelijk ook, niets aan te trekken, want het werk was niet de auteur, nietwaar?

Maar toch. Ik kon de personages en gebeurtenissen in Nevelen van Avalon niet meer los zien van Bradleys misdaden. Elk pleidooi dat hoofdpersoon Morgaine, het alter ego van Bradley, afstak voor persoonlijke vrijheid, deed me walgen. De daden van de maker hadden een roman – die eens door Isaac Asimov werd geroemd als een van de beste Arthurvertellingen ooit – voor mij voor altijd verpest.

Sindsdien bid ik iedere avond niet alleen voor het welzijn van mijn helden, maar ook dat zij zich gedragen. Ze zijn het niet alleen aan hun omgeving verplicht, maar ook aan hun personages, fans en nalatenschap. Een verhaal bestaat blijkbaar niet alleen meer op zichzelf, maar ook bij gratie van de handel en wandel van de auteur.

En ergens steekt dat.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.