Boete NS om aanbesteding Limburg definitief van tafel

Railvervoer De toezichthouder vond het concurrentievervalsing, de bedrijvenrechter niet. NS hoeft een boete wegens overtredingen in 2014 niet te betalen.

Arriva voorziet tot 2031 in regionaal railvervoer in Limburg.
Arriva voorziet tot 2031 in regionaal railvervoer in Limburg. Foto Peter Hilz/HH

NS hoeft definitief geen boete van 41 miljoen euro te betalen voor zijn rol bij de aanbesteding van het openbaar vervoer in Limburg in 2014. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb), de hoogste bestuursrechter in Nederland, heeft dat dinsdagochtend bepaald.

De miljoenenboete was in 2017 opgelegd door de Autoriteit Consument en Markt (ACM). De toezichthouder stelde dat NS de Mededingingswet had overtreden. Het spoorbedrijf misbruikte volgens de ACM zijn economische machtspositie bij de aanbesteding van het vervoer per stoptrein in Limburg. Zo deed NS volgens de toezichthouder een verlieslatend bod om de concurrentie te dwarsbomen. Het bedrijf heeft dat altijd betwist. Ook zou NS oneigenlijk gebruik hebben gemaakt van vertrouwelijke informatie over concurrenten.

Het CBb stelt nu dat de ACM niet voldoende heeft bewezen dat NS een machtspositie heeft. Het College twijfelt of NS wel zo dominant is en heeft daarom het besluit van de ACM vernietigd. Het CBb is niet toegekomen aan de vraag of NS zijn positie heeft misbruikt om te voorkomen dat een andere vervoerder de lijnen Maastricht/Heerlen-Roermond zou overnemen. NS exploiteert de belangrijkste spoorlijnen in Nederland, het zogenoemde hoofdrailnet, en kan vanuit die positie druk zetten op andere vervoerders.

Concurrentie

Volgens het College van Beroep is er wel degelijk concurrentie van „grote en kapitaalkrachtige buitenlandse spoorwegbedrijven”. Arriva, dat nu de concessie in Limburg heeft en tot 2031 de bewuste stoptreinen exploiteert, is onderdeel van het Duitse openbaarvervoerbedrijf Deutsche Bahn (DB).

Verder wijst het College op Europese regels die bepalen dat het hoofdrailnet openbaar moet worden aanbesteed. Dat is overigens nog niet de praktijk in Nederland. Staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat, D66) meldde in juni 2020 dat NS vanaf 2025 opnieuw tien jaar het hoofdrailnet mag exploiteren. Die opdracht was niet openbaar aanbesteed, maar onderhands gegund, net als in de periode ervoor. Andere vervoerbedrijven vinden dat de staatssecretaris daarmee Europese regelgeving schendt.

Met het vonnis van dinsdag bevestigt het CBb de uitspraak van de rechtbank in Rotterdam. Die schrapte de boete aan NS in 2019.

Reacties

Een woordvoerder van NS stelt dat het bedrijf „tevreden en opgelucht is over de uitspraak”. Na eigen onderzoek, zegt hij, had NS in 2015 zelf al geconcludeerd dat bij de aanbesteding in Limburg „onacceptabele gedragingen” hadden plaatsgevonden. „NS heeft daar nadrukkelijk afstand van genomen en direct hard ingegrepen in de eigen organisatie”. Zo zijn destijds twee bestuurders van NS-dochters Qbuzz/Abellio Nederland op non-actief gesteld.

De ACM is „teleurgesteld” in de uitspraak, reageert een woordvoerder. „Het CBb overweegt dat het 100 procent marktaandeel van NS doet vermoeden dat NS een machtspositie heeft. Maar het CBb is van oordeel dat er voldoende concurrentie was ten tijde van de concessieverlening voor het hoofdrailnet. Het CBb weegt daarmee de feiten anders dan de ACM. Daarmee komt een eind aan de procedure.”