Foto Janerik Henriksson/EPA

Interview

Vattenfall-topvrouw Anna Borg: ‘Nederland is een belangrijke markt voor ons’

Anna Borg Topvrouw Vattenfall

Vattenfall plant een elektrische waterboiler voor inwoners van Amsterdam, Almere en Diemen. „De klant is nu meer bereid te betalen voor verduurzaming.”

Bij energieconcern Vattenfall weten ze hoe fel energiediscussies soms worden gevoerd. Vorige zomer liep de spanning over een biomassacentrale in Diemen zo hoog op dat Vattenfall besloot de plannen op te schorten. Na protesten van omwonenden, actiegroepen en lokale politici die grote zorgen hadden over de luchtkwaliteit, liet het bedrijf geschrokken weten geen centrale te willen bouwen „waar niemand op zit te wachten” en alternatieven te onderzoeken.

Maandag kwam Vattenfall met het alternatief, al is het slechts een deel van de puzzel: een zogeheten E-boiler van liefst 150 megawatt, die 15.000 mensen kan bedienen. De installatie gaat water voor het warmtenet in de regio Amsterdam verwarmen met elektriciteit uit zon en wind. Voordeel is dat de warmte niet met biomassa wordt opgewekt, nadeel is dat de installatie voorlopig waarschijnlijk niet meer dan 15 procent van de benodigde warmte kan leveren, omdat die alleen aan kan „als de elektriciteitsmix duurzaam is”, aldus het bedrijf.

Als alles meezit, valt midden volgend jaar een definitief besluit te nemen. De E-boiler kan dan in 2024 draaien. Voor de overige 85 procent zijn nog steeds andere oplossingen nodig. Momenteel komt de warmte uit gascentrales van Vattenfall in Diemen, die over een jaar of vijftien op waterstof moeten kunnen draaien. Een beslissing over de biomassacentrale staat gepland voor voorjaar 2022.

Gezamenlijke inspanning

De snelheid moet nu echt omhoog, vindt Vattenfalls bestuursvoorzitter Anna Borg. Het Zweedse bedrijf behoort, met een omzet vorig jaar van 15,7 miljard euro en een winst van 760 miljoen euro, tot de grotere duurzame energieconcerns in Europa. Borg hoeft tijdens het videogesprek geen seconde na te denken als haar wordt gevraagd wat het grootste probleem is van de transitie naar duurzame energie. „Het is een zeldzaam fenomeen in onze geschiedenis dat je van zoveel partijen zoveel gezamenlijke inspanningen ziet. Van politici, bedrijven, maar ook van klanten.”

Toch lijken de ontwikkelingen te langzaam te gaan om de opwarming van de aarde voldoende tegen te gaan. Borg: „Laten we nu geen ruzie maken over hoe we het precies gaan doen, in het hier en het nu. We moeten de lange termijn echt in de gaten houden. De klant is, vergeleken met vijf jaar geleden, meer bereid om te betalen voor verduurzaming.”

Volgens Borg (1971), die sinds een half jaar de hoogste post bij het concern bekleedt, kan juist de milieubewuste klant de transitie stimuleren. „Je ziet dat grote bedrijven die bij ons klant zijn ook weer aan hun klanten willen laten zien dat zij met duurzaamheid op de goede weg zijn. Ik heb een tijd in Nederland gewerkt en mij viel op hoe centraal de klant bij jullie staat. ‘Klanten’ was eigenlijk het eerste Nederlandse woord dat ik leerde.”

Lees ook: Vattenfall plant elektrische waterboiler bij Diemen, mogelijk in plaats van biomassa

Borg benadrukt niet principieel voor of tegen een specifieke technologie te zijn, „als het maar fossielvrij is”, dus zonder gebruik van kolen, olie of gas. Het hoeft van Borg ook zeker geen biomassa te zijn, als dat maatschappelijk onacceptabel is. Dat kan per land verschillen. Borg wijst erop dat biomassa in Zweden een geaccepteerde technologie is, die al jaren breed wordt gebruikt.

„Wij willen er graag aan bijdragen om emissies te beperken, zoals nu in Nederland is afgesproken”, zegt Borg. „Dus met 49 procent in 2030. Hoe dan ook moeten we dan het gebruik van gas terugbrengen. Wij zouden graag van de Nederlandse regering willen horen welke alternatieven acceptabel zijn.”

U spreekt van ‘guidance’ die u vanuit Den Haag zou willen. Wat betekent dat in de praktijk?

„We zijn in Europa het energiesysteem aan het herbouwen, en dat betekent dat we technologieën gebruiken die allemaal hun voors en tegens hebben. Gascentrales stoten CO2 uit, windmolens en zonneparken hebben gevolgen voor het landschap, en bij biomassa wil je natuurlijk weten waar die vandaan komt. Wat accepteert de maatschappij? Dat willen we weten en daarover zijn we met de Nederlandse regering in overleg. We investeren om CO2-emissies te reduceren, maar het is wel belangrijk die investeringen terug te verdienen en dus lang genoeg te mogen blijven produceren. Dat is belangrijk voor ons, maar ook voor de klant die een redelijke prijs wil betalen.”

Biomassa is controversieel in Nederland. Dat geldt ook voor de ondergrondse opslag van CO2. Ziet u toekomst in deze opslag?

„Ik denk dat CCS [carbon capture and storage, opslag van CO2] een belangrijk stukje is van de puzzel om de uitstoot te beperken. Het neemt natuurlijk het ontstaan van emissies niet weg. We kijken zelf naar CCS bij onze Zweedse warmtenetten. We doen er nog onderzoek naar, en krijgen daarvoor subsidie. De kosten van CCS gaan snel naar beneden, en het wordt ongetwijfeld vaker toegepast, maar ik geloof niet dat het de silver bullet voor de transitie is. Het zal een puzzel worden met verschillende methoden.”

Welke stukje in de puzzel gaat de belangrijkste rol spelen?

„Duurzame productie van stroom, zoals met windparken op zee. Nederland is daarom een belangrijke markt voor ons; we bouwen nu het windpark Hollandse Kust Zuid. Als bedrijven afstappen van fossiele energie en gaan elektrificeren, moet de stroom natuurlijk wel duurzaam zijn. Anders heeft zo’n stap geen impact.”

Vattenfall heeft vijf jaar geleden zijn bruinkoolactiviteiten in Duitsland verkocht – niet gestaakt. Dat draagt niets bij aan de oplossing van het klimaatprobleem.

„Dat is waar. Maar je moet wel de context respecteren van zo’n besluit. Niemand wil immers op korte termijn zonder elektriciteit zitten. In Duitsland is het nationaal beleid om te stoppen met kolen, en dat moet in 2038 een feit zijn. Wij stappen nu dus ruim vóór die tijd geleidelijk ook uit steenkool, door verkoop, door het verbouwen van een centrale of door sluiting [zoals van de Amsterdamse Hemwegcentrale in 2019].”

Het motto van Vattenfall luidt ‘fossielvrij in één generatie’. Het concern legt daarmee veel nadruk op de snelheid van de energietransitie. Zo neemt het, onbedoeld, een voorschot op de uitspraak die de Haagse rechtbank vorige week heeft gedaan in de zaak van Milieudefensie tegen Shell. Volgens de rechter is meebewegen met de samenleving door een groot energieconcern niet langer genoeg. En met alleen het stellen van een einddoel, zoals Shell heeft gedaan (netto nul in 2050) kom je er niet. De rechtbank eist ook duidelijke stappen op weg naar dat einddoel.

Wat betekent ‘fossielvrij in één generatie’ voor Vattenfall in de praktijk?

„Allereerst moeten we zelf stoppen met het gebruik van fossiele brandstoffen voor al onze activiteiten. Daarnaast stellen we eisen aan de toeleveranciers. Het belangrijkste is dat we onze afnemers helpen hun bedrijfsvoering fossielvrij te maken. Bijvoorbeeld door met grote klanten te kijken naar bestaande bedrijfsprocessen. Met verschillende partners heeft dat bijvoorbeeld in Zweden geleid tot de fossielvrij productie van staal.”

Is ‘binnen één generatie’ dan wel snel genoeg? Met de huidige uitstoot is die kans om de opwarming binnen de 1,5 graden te houden mogelijk in tien jaar verkeken. Hoe ver is Vattenfall in 2030?

„Dan zijn we sowieso gestopt met het gebruik van kolen. We willen met onze uitstootreductie echt op het pad van maximaal 1,5 graden opwarming blijven. U heeft gelijk, er moet vóór 2030 heel veel gebeuren, maar er moet ook heel veel na 2030 gebeuren om in 2050 klimaatneutraal te zijn. De toekomst is niet iets voor over twintig of dertig jaar. De toekomst wordt nu gecreëerd.”