Beeld NRC

Interview

Van de straat naar de smartphone: wat het internet met activisten doet

Online actievoeren Activisme verschuift van de straat naar de smartphone. NRC sprak met vier activisten over wat het internet te bieden heeft. En wat niet.

Ze wordt ook wel de moeder, of zelfs grootmoeder van het Nederlandse activisme genoemd. Anja Meulenbelt (76) staat al vijftig jaar bij tal van grote activistische bewegingen vooraan, onder andere de tweede feministische golf en de demonstraties tegen racisme en voor Palestina.

Als ze de barricades op gaat dan meestal van het ‘fysieke’ soort. „De lange mars door instituties maak je niet alleen op sociale media”, zegt ze daarover. Maar ze erkent ook het belang van internet vandaag de dag. „De #MeToo-beweging zou nooit hebben plaatsgevonden zonder een ‘reuze-uitvinding’ als sociale media”, stelt ze. „De massaliteit van #MeToo heeft ervoor gezorgd dat mannen met geld en macht voor het eerst geconfronteerd werden door zó veel vrouwen. En daardoor hebben er koppen gerold: ook mannen bleken strafbaar te zijn.”

Ook sympathisanten van de Palestijnse zaak maken gretig gebruik van deze ‘reuze-uitvinding’, wat verschillende media al deed spreken van een ‘TikTok-intifada’. Van solidariteitsbetuigingen op dat platform tot de schokkende beelden van het conflict op Instagram, sociale media worden breed ingezet in het protest. Nu is internetactivisme natuurlijk niet nieuw. Al in 2009 kleurden twitteraars over de hele wereld hun profiel groen om zich solidair te tonen met de Iraanse bevolking die streed voor meer democratie in het land. De Arabische lente werd ook wel de ‘Twitterrevolutie’ genoemd.

Nieuw is wel dat er onder online actievoerders steeds meer discussie is over dat activisme. Kun je met je socialemediaprofiel wel zomaar ‘meebewegen’, van #MeToo via #BlackLivesMatter naar #FreePalestine, of eigen je jezelf dan kwesties toe die jou eigenlijk niet toebehoren? Is het delen van schokkende beelden geen inbreuk op de privacy van de slachtoffers? En, kun je als activist solidair zijn met een beweging die dat misschien niet met jou is?

NRC nodigde vier actievoerders uit verschillende generaties uit voor een rondetafelgesprek over online activisme anno 2021. Behalve Anja Meulenbelt schoof ook studente Jade Joosten (18) aan. Zij spreekt zich via sociale media veel uit over maatschappelijke onderwerpen als feminisme, antiracisme en intersectionaliteit. Haar korte, vaak rake tweets ontvangen vaak in luttele minuten honderden likes. Haar volgeraantal passeert ondertussen de achtduizend.

Diana Khader (31) is ex-gemeenteraadslid van Vlaardingen en intercultureel empowermenttrainer. Al sinds haar twaalfde loopt ze mee met demonstraties voor de Palestijnse zaak. Met de eerste generatie Palestijnen in Nederland voerde zij actie tegen de Israëlische bezetting.

Jerry Afriyie (40), als hekkensluiter, stond met zijn stichting Nederland Wordt Beter aan de basis van bewegingen als Zwarte Piet is Racisme en Kick Out Zwarte Piet (KOZP). Hij is een van ‘s lands bekendste gezichten in de antiracismediscussie.

Valt online activisme te zien als alternatief voor ‘offline’ activisme?

In feite is dat online activisme begonnen als een vorm van mediakritiek, stelt Afriyie. „Toen ik in 2009 begon met actievoeren was Facebook nog een peuter. We besloten sociale media in te zetten als middel, omdat we geen toegang hadden tot de redacties van de gevestigde media zoals NRC. We wisten niet eens waar jullie zaten.”

Behalve een gebrek aan agendamacht had Afriyie ook inhoudelijk een en ander aan te merken op de wijze waarop media verslag deden. „Hoe kun je doen alsof wat er in de Gazastrook gebeurt een gelijke strijd is tussen Palestina en Israël? Zulke dingen leiden ertoe dat mensen een nieuw medium gaan ontwikkelen, op het internet.”

Diana Khader valt Afriyie bij. Ze houdt liever zélf de regie in handen dan deze uit te besteden aan een krant. „Op dit moment ben ik solliciterend ambtenaar. Laatst werd ik gevraagd om een discussie te modereren bij een demonstratie op de Dam. Ik heb gepast, omdat ik niet durf. Stel dat daar een mafketel rondloopt die ‘alle joden aan het gas’ roept, of rondwandelt met een IS-vlag? Dat kost me m’n kop. Op sociale media ben ik veiliger, omdat ik er meer grip heb op mijn gedeelde teksten en beelden.”

Lees ook: ‘Actievoeren is een andere wereld, het is mijn tweede familie’

Meulenbelt: „Dat is waar. Als ik word aangevallen, dan word ik aangevallen om mijn eigen woorden en niet die van een ander. Maar helemaal veilig is het internet ook niet.” Meulenbelt kent het ‘emmertje met vuil’ dat je op internet over je heen kunt krijgen. Ze ontving meer dan eens serieuze bedreigingen en heeft daarom meerdere malen aangifte moeten doen.

Actievoeren betekende voorheen het bezoeken van demonstraties, stickeren en posters plakken. Tegenwoordig betuig je met een Facebook-bericht of story op Instagram al solidariteit. Is dat niet wat ‘makkelijk’?

De toegankelijkheid en de reikwijdte van het internet maken het als middel zeer geschikt om actie te voeren, weet ook Jade Joosten. „Wanneer het kan, ga ik naar KOZP-demonstraties, maar ik moet ook gewoon naar school, daarom is het internet zo fijn. Bijna iedereen kan meedoen. De wereld ligt écht aan je voeten. Als ik iets tweet kan de hele wereld daarnaar kijken. Ik maak er dan ook gretig gebruik van door mijn mening te delen over onderwerpen die me aan het hart gaan.”

Toch blijft Meulenbelt erbij dat het beter is de ‘échte’ wereld in te gaan. „Ik zie mijn community op Facebook als ondersteuning, maar ze vervangen niet wat ik doe. Demonstreren alleen is ook niet voldoende. Je moet de instituties in.”

Maakt online actievoeren gemakzuchtig?

Online actievoeren mag dan sterk verschillen van hoe het er vroeger aan toeging, dat maakt het internet niet minder effectief als middel, vindt Joosten. „Ik denk wel dat socialemediagebruikers druk kunnen uitoefenen op bepaalde mensen, want mensen hebben vaak systeemkritiek. Als iets dagenlang trending is, dan wordt daar wel degelijk wat mee gedaan, zoals met #MeToo.”

Er moet awareness komen. Als daarvoor de foto van een bloedende baby gepubliceerd moet worden, dan moet dat maar

Toch zie je ook wel gemakzucht onder de demonstranten, bijvoorbeeld influencers die makkelijk willen scoren. „Je ziet nu op sociale media en bij protesten een groep mensen die ‘Free Palestine’ roepen om erbij te horen”, beklaagt Khader zich. „Er zijn een aantal influencers die snel likes willen scoren door naar demonstraties te gaan, terwijl ze niet weten wat zich afspeelt in Palestina.”

Gelegenheidsactivisten zullen er altijd zijn als je actievoert, en die kunnen evengoed in je voordeel werken, reageert Afriyie. „Soms stuur ik ze dingen zodat ze die kunnen delen met hun netwerk. Ik laat me niet afleiden door mensen die een foto maken en het gevoel hebben dat hun werk erop zit. Die zijn net als de personen die naar Afrika gaan, daar een foto maken met een kindje om vervolgens te zeggen dat ze daar hebben geholpen.”

Internet leent zich goed voor het delen van gruwelijke beelden. Waar ligt de grens?

Het internet maakt het niet alleen makkelijk om standpunten te delen, maar ook om heftige beelden te verspreiden om die standpunten kracht bij te zetten. In de golf van activistische berichten op sociale media raak je al snel overspoeld door schokkende beelden. „Dat is nodig!” roept Khader. „Er moet awareness komen voor het geweld in de Gazastrook. Als daarvoor de foto van een bloedende baby gepubliceerd moet worden, dan moet dat maar.”

Meulenbelt verkiest verhalen boven de gruwelijkheid van de beelden ervan: „Ik hou er niet van om dode Palestijnse kindjes te delen. Ik doe dat dus niet.”

Soms is het delen van dergelijke beelden wel nodig, vindt Afriyie. Activisten gaan er soms gemakshalve vanuit dat het grotere publiek bekend is met het geweld dat zich elders afspeelt, omdat zij zelf nog heel erg in het onderwerp zitten, denkt hij. Het zijn juist die beelden die maken dat men de straat opgaat voor mensenrechten in Palestina.

Is het mogelijk je uit te spreken over een conflict waarin je geen partij bent?

Ook onder activisten is er veel discussie, zoals het recente debat over intersectionaliteit. Is het wel mogelijk om je uit te spreken over kwesties die jou niet vanzelfsprekend toebehoren? Joosten weet daar alles van. De biseksuele student spreekt zich op Twitter uit voor burgerrechten voor Palestijnen. „Waarom kom jij op voor de Palestijnen? In Palestina zouden ze je van het dak gooien”, krijgt ze dan soms te horen. „Er bestaan ook lhbtqi’ers in Palestina en daar doe ik het ook voor”, is doorgaans Joostens repliek.

Voor haar betekent activisme automatisch dat je een intersectionele houding aanneemt, uitgaat van het idee dat verschillende vormen van onderdrukking en discriminatie zijn verknoopt. Joosten vindt het juist belangrijk dat activisten zich breder inzetten, en niet alleen de ‘causes’ steunen die direct betrekking op hen hebben. „Stel je bent voorstander van het feminisme, maar hebt wel iets tegen transvrouwen. Dat klopt dan niet in mijn hoofd.”

Je moet niet alleen je eigen straat schoon willen krijgen. Dan is het een kwestie van tijd voordat het vuil van andere straten jou bereikt

Khader kan zich daarin niet vinden. „Ik als moslima vind de strijd voor lhbtqi-rechten niet passen binnen mijn cultuur en geloof.” Khader vindt dat iedereen een eigen opvatting over seksualiteit en oriëntatie mag hebben, maar zal niet snel meelopen met een demonstratie voor biseksuelen of homo’s. „Maar als er een online inzamelingsactie is voor een bepaalde stichting doe ik met alle liefde mee.”

Het standpunt van Khader raakt een gevoelige snaar bij Afriyie. Hij is van mening dat verschillende bewegingen voor elkaar open moeten staan. Het is voor hem daarom ondenkbaar dat zwarte mensen vrij kunnen zijn wanneer anderen dat nog niet zijn. „Je moet niet alleen je eigen straat schoon willen krijgen. Dan is het een kwestie van tijd voordat het vuil van andere straten jou bereikt.”

Lees ook: Met de Sint online verandert ook het actievoeren

Ook Meulenbelt benadrukt het belang van solidariteit met andere bewegingen en bondgenootschappen in de activistische gemeenschap. Ze vindt het lastig voor te stellen dat mensen zich met één vorm van ongelijkheid bezig willen houden en andere vormen terzijde laten. „Met de Black Lives Matter-protesten was ik verrast en blij om te zien dat zo veel jonge witte mensen meeliepen. Dit is het begin van het besef dat wij als witte mensen het probleem zijn en deel willen uitmaken van de oplossing.”

Volgens ‘grootmoeder’ Meulenbelt sluit intersectionaliteit gericht actievoeren niet uit. De vrouwenbeweging liet mannen lange tijd buiten de gelederen. „Maar met mannen erbij waren we nooit op pijnlijke thema’s gekomen, waar mannen niet zo’n fraaie rol in spelen, zoals; zoals geweld tegen vrouwen, seksualiteit en het huishoudelijke werk.”

De megafoon lijkt ingeruild voor een story op Instagram. De straat voor de smartphone. Toch ziet Meulenbelt hoe het internet vooral een opmaat naar ‘het echte leven’ is. Het goedgevulde Haagse Malieveld en het Museumplein in Amsterdam laten zien dat ze gelijk heeft.