Opinie

Slaafgemaakt

Stephan Sanders

Onuitroeibaar is het verlangen om zo snel mogelijk het onderscheid vast te stellen tussen vriend en vijand. Probleem: het staat bijna nooit in blokletters op iemands voorhoofd geschreven, die mede- of tegenstander moet je zelf opsporen. In mijn studententijd hadden we daar het volgende op gevonden: de button. Tegen apartheid, voor de Roze Driehoek, tegen kernenergie. In een oogopslag kreeg je zo een idee.

De button is niet meer zo populair, en nu bestaat het gebruik om iemands taalgebruik te fouilleren.

Schrijfster Nelleke Noordervliet zegt het scherp in haar column in Trouw: „Gebruik je de juiste woorden en de juiste grammatica, dan ben je ‘goed’. Doe je dat niet, dan ben je ‘fout’. Het taalgebruik is je paspoort, niet je innerlijke houding.”

Zo’n ‘innerlijke houding’ laat zich ook niet een, twee, drie bepalen. Wanneer je woorden als buttons gebruikt, gaat het een stuk sneller.

De grote slavernijtentoonstelling in het Amsterdamse Rijksmuseum heeft nu al veel media-aandacht getrokken, en de makers kozen ervoor consequent te spreken, niet over ‘slaven’ maar over ‘slaafgemaakten’.

Daar is iets voor te zeggen: niemand zou als ‘slaaf’ geboren moeten zijn, er bestaat geen ‘slavenras’, en bovendien was er altijd een actieve partij die mensen tot slaaf maakte.

Er is ook iets tégen te zeggen: zelfs de ongeboren of net geboren kinderen van slaven/slaafgemaakten werden volautomatisch tot de slavenpopulatie gerekend door de eigenaren. Zo kon er een geschiedenis ontstaan van zwarte en gekleurde mensen die in slavernij geboren werden, generaties achter elkaar.

De ‘slaafgemaakt’-zegger benadrukt de principiële menselijkheid van de geknechten, de ‘slaaf’-zegger wil uitdrukken, niet hoe het had moeten zijn, maar hoe het eraan toeging, toen en daar in de slavernijtijd.

Noordervliets ‘goed’ en ‘fout’ vallen daarom niet samen met het taalgebruik van ‘slaafgemaakt’ en ‘slaaf’, maar onderhand hebben de ‘slaaf-zeggers’ iets uit te leggen, want de verdachtmaking is dat ze vergoelijken en bagatelliseren.

Deze week interviewde ik historicus Niels Mathijssen, die voor De Groene Amsterdammer schreef over de wording van die slavernijexpositie in het Rijks. Hij spreekt over ‘slaafgemaakt’, hij geeft zijn argumenten en ik zet me schrap. Dat blijkt niet nodig, want als ik ervoor kies ‘slaaf’ te zeggen, snapt hij dat ook. Liberaal. En dan toch dat wantrouwende stemmetje: ‘Maar die Mathijssen is wit. Makkelijk praten.’

Er valt geen paradijs te vergeven, maar ook dan kan de slang spreken. Gevolg: welwillende witte, gekleurde en zwarte mensen zetten in op wat Freud ‘het narcisme van de kleine verschillen’ noemde. Velen van hen behoren zelf tot de ‘nazaten’ van de slavernijperiode. Maar toch komen we niet voorbij het in-buttons-spreken.

In eigentijds lingo: niet ‘goed’.

Stephan Sanders schrijft elke maandag op deze plek een column.