Reportage

Japanners zien weinig in Spelen, maar protesten slaan niet aan

Tokio 2020 De roep om afgelasting van de Olympische Spelen, die op 23 juli in Tokio moeten beginnen, wordt wegens een vierde coronagolf steeds luider in Japan. Maar wat het IOC betreft gaat het evenement door.

Een demonstrant tegen de Olympische Spelen in Tokio deelt op 23 mei pamfletten uit in de Japanse hoofdstad.
Een demonstrant tegen de Olympische Spelen in Tokio deelt op 23 mei pamfletten uit in de Japanse hoofdstad. Foto Kimimasa Mayama / EPA

„Blijf weg Spelen, blijf weg IOC!”, roept een vrouw door een megafoon. Ze staat met twintig andere demonstranten pal tegenover de ingang van het station in Shinbashi, het grootste zakendistrict van Tokio. Honderden mensen passeren, slechts een enkeling kijkt om. Al kan dat ook te maken hebben met de passerende treinen die de demonstranten overstemmen.

Een vrouw met een paraplu in haar hand zegt uit te kijken naar de olympische onderdelen zwemmen, volleybal en gymnastiek. „Maar wat als met al die mensen uit het buitenland het virus zich verder verspreidt?”, waarschuwt ze. „Dat vind ik een enge gedachte.”

De roep om afgelasting van de Olympische Spelen, die op 23 juli na een jaar uitstel in Tokio moeten beginnen, wordt steeds luider in Japan. Vrijdag verlengde de Japanse regering zoals verwacht de noodtoestand wegens Covid-19 in Tokio en een aantal andere regio’s met drie weken. De noodtoestand geldt nu tot 20 juni, een maand voor het begin van de Olympische Spelen. Japan zit in een vierde golf van coronabesmettingen, de druk op de ziekenhuizen is groot.

Eerder al lieten oppositiepartijen, een belangrijke artsenvakbond en de gouverneurs van twaalf naburige regio’s zich kritisch uit over het voornemen de Spelen doorgang te laten vinden. En ook belangrijke binnenlandse sponsors, waaronder dagblad Asahi en invloedrijke bedrijven als Rakuten en SoftBank, keerden zich tegen de Spelen.

Maar het contract tussen Japan en het IOC is helder: het IOC kan de stekker uit de Spelen trekken, Japan niet. En het IOC lijkt niet van plan het lucratieve evenement te annuleren. Gevraagd of de Spelen onder alle omstandigheden door zouden gaan, zei IOC-vicevoorzitter John Coates onlangs: „Zeker, absoluut. Alle plannen die we hebben om de veiligheid van de atleten en het Japanse volk te waarborgen, gaan uit van de slechtst mogelijke omstandigheden.” Afgelasting, zei Dick Pound, een ander vooraanstaand IOC-lid, recentelijk, is „van tafel”.

De mening van het gastland

Een meerderheid van de Japanners, zo’n 70 procent, wil graag dat de Spelen worden uitgesteld of afgelast, bleek in april uit een peiling van Kyodo News. Toch zijn er geen signalen dat de Japanse regering onder leiding van premier Yoshihide Suga druk uitoefent op het IOC het evenement af te gelasten.

Al eerder tijdens de pandemie bleek dat Suga geen voorstander is van interveniëren. Telkens als hij maatregelen aankondigde, benadrukte hij dat deze de economie niet moesten schaden. Het verklaart ook waarom de noodtoestand in de praktijk een papieren tijger is. De horeca moet om acht uur dicht en mag geen alcohol serveren, dat is het ongeveer.

Dit is geen tijd om Spelen te houden

Ichimura Misako Initiatiefnemer protest

Eén verklaring voor die relatieve nonchalance is het feit dat corona tot nu toe minder impact had in Japan dan in andere rijke landen. Er vielen in totaal 12.967 coronadoden en hoewel de besmettingsaantallen de voorbije weken opliepen, komen ze niet in de buurt van de pieken in andere welvarende landen.

Nu de noodtoestand is verlengd, is het waarschijnlijk dat de toestand min of meer onveranderd zal zijn wanneer de vlam in het Olympisch Stadion aankomt. Temeer omdat het vaccinatietempo in Japan laag ligt. Pas zo’n 5 procent van de bevolking heeft de eerste prik gehad. Als de overheid bij haar plannen blijft, is eind juli, als de Spelen beginnen, zo’n 30 procent van de bevolking ingeënt.

Lees ook: IOC biedt Japan medici aan in strijd tegen het beeld van de Spelen als ‘zelfmoordmissie’

Toch vormen de Spelen geen extra risico, benadrukte IOC-man Coates. De sporters zullen elke dag worden getest. Sporters en staf komen Japan alleen binnen met twee negatieve tests. Er mag alleen gereden worden in vervoer van de organisatie, en overal wordt temperatuur gemeten. Sporters en staf moeten een contact tracing-app op hun telefoon zetten. Als een atleet positief test, moet die in quarantaine en waarschijnlijk is voor diegene het toernooi dan afgelopen.

In Japan mogen op dit moment vijfduizend toeschouwers een sportwedstrijd bijwonen. Later in juni wordt bekend of dat aantal ook geldt voor de Spelen.

‘Het gaat niet om sport, maar om geld’

Alle voorzorgsmaatregelen kunnen de Japanners niet overtuigen. Alleen: het fysieke protest tegen de Spelen is ook de afgelopen weken niet echt van de grond gekomen. Op een demonstratie voor het hoofdkantoor van het organisatiecomité van de Spelen zijn op een vrijdagavond in mei bijvoorbeeld slechts enige tientallen demonstranten afgekomen. De werkdag zit er bijna op als initiatiefnemer Ichimura Misako (49) naar de bovenste etages van het grote gebouw wijst. „Ik ben hier vandaag om de stem van het Japanse volk aan het IOC te laten horen.”

Het gebrek aan belangstelling komt door het slechte weer, legt ze uit, „maar ook doordat men bang is voor het virus”. Op hetzelfde moment lopen honderden kantoormedewerkers zonder onderling afstand te houden achter Ichimura langs, van wie een groot aantal de nabijgelegen restaurants induikt voor een maaltijd.

Ichimura legt uit dat ze voor de pandemie al tegen de komst van de Spelen was. Veel demonstranten zeggen daar hetzelfde over te denken. „Het gaat allemaal om geld, niet om de mensen. We leven in een zware tijd waarin we onze levensstijl drastisch moesten veranderen. Er zijn mensen die hun baan verloren, dit is geen tijd om Spelen te houden.”

De 23-jarige Kanaka kijkt nieuwsgierig vanachter een bushokje naar Ichimura en haar mededemonstranten. Ze heeft pauze, haar bedrijf zit in hetzelfde gebouw als het Japanse organisatiecomité van de Spelen. „Waarom het zo rustig is? Japanners houden niet van demonstreren”, vertelt ze. „En veel mensen hebben een dubbel gevoel over de Spelen. Enerzijds is er een pandemie, aan de andere kant hebben veel mensen hier jarenlang naar toe gewerkt. In dat licht vind ik dit protest eigenlijk niet kunnen.”

Het restaurant induiken

Bij een andere demonstratie is de opkomst al even laag. Ditmaal verzamelt zich een groep van zo’n 150 demonstranten voor het splinternieuwe Olympisch stadion. Uit het stadion klinkt de speaker die tussentijden doorgeeft bij een testevenement hardlopen. Yuka (53) is de Spelen nu al spuugzat, zegt ze. „Ik wil dat ze voorgoed worden opgedoekt, geen Spelen, waar dan ook ter wereld. Het gaat niet om sport, maar om geld. Geld dat gebruikt had moeten worden voor het bestrijden van de pandemie.”

Lees ook het commentaar: Japan heeft iets anders aan het hoofd dan de Olympische Spelen

Shioka Hosojima valt met haar 33 jaar op tussen de andere demonstranten, die meestal de 65 ruim zijn gepasseerd. „Het is eigenlijk triest dat er zo weinig jonge mensen in opstand komen. Mijn vrienden zeggen allemaal dat ze tegen de Spelen zijn, maar niemand wil mee naar demonstraties”, treurt ze. Ze wijst naar de hypermoderne gebouwen naast het stadion. „Allemaal nieuwbouw, de afgelopen jaren uit de grond gestampt. Daar stonden voorheen betaalbare woningen, maar die moesten wijken voor hotels en dure appartementencomplexen, terwijl de huren al zo hoog zijn in Tokio.”

De meeste zorgen maakt Hosojima zich echter om de pandemie. „De overheid zou zich bezig moeten houden met het virus, in plaats van met een toernooi waar niemand op zit te wachten.”

Ondertussen moet nog maar blijken of de organisatie genoeg vrijwilligers bereid kan vinden mee te helpen. Chen Yujou (33) bijvoorbeeld, moet in juli een groep vrijwilligers onder haar hoede nemen, maar zij twijfelt nu. Vorige week ontving ze haar vrijwilligerskleding. „Ik kreeg een katoenen mondkapje, terwijl ik had gehoopt op een medisch mondkapje”, zegt ze. „Het zou gek zijn als de Spelen doorgaan als de regio over twee maanden nog altijd moeite heeft het aantal besmettingen terug te dringen.”