Is mode een wapen in een milieucampagne?

Het eindexamen NRC bespreekt deze weken de eindexamens na met deskundigen. Vogue-redacteur, curator, maker en presentatrice Stephanie Afrifa over het vwo-examen kunst.

‘Toen ik de eerste vraag over Ballet du Temps uit 1654 zag, dacht ik: typisch, het examen bestaat vooral uit klassieke, westerse kunst en hoge cultuur. Als het vooral dit soort vragen zijn, is het logisch dat weinig mensen van kleur iets met kunst gaan doen, naar de academie gaan of in de kunst gaan werken. Maar het examen werd gaandeweg steeds leuker, het laatste gedeelte van het examen vond ik heel leuk. De vragen waren meer filosofisch, cultuurtheoretisch en maatschappelijk. Er zaten vragen in over social media en de film Blade Runner en Metropolis. Er kwam ook een mediawetenschapper aan bod die bijvoorbeeld schrijft en spreekt over hoe racisme doorwerkt in de filmcultuur.

„Ook was er een vraag over modeontwerper Vivienne Westwood, die bekendstaat om haar activistische houding. Leerlingen moesten de vraag beantwoorden of ze mode een geschikt ‘wapen’ vonden in milieucampagnes, zoals in de Greenpeace-campagne Save the Artic gebeurt. Dat vergt best wel wat analytisch vermogen.

„Toen ik zelf op school zat en studeerde, miste ik dat soms. Ik kreeg bijvoorbeeld op de universiteit het vak podiumcultuur. In de lesstof werd een apart hoofdstuk aan multiculturele podiumcultuur besteed. Terwijl dat geen apart genre is, wat mij betreft. De rest, allemaal westerse kunst, werd neergezet als: dit is de canon, dit is kunst, dit is hoge cultuur. Ik vind het veel interessanter om je af te vragen wat kunst eigenlijk is, en hoe je daarmee kan reflecteren op de maatschappij. Je ziet dat er nu een hele jonge generatie is die daar ook mee bezig is. Ze kijken series van Netflix en laten daar een maatschappelijke analyse op los, het is niet alleen maar vermaak.

„Ik deed zelf ooit examen op het vmbo. Na mijn mbo-opleiding studeerde ik verder, uiteindelijk deed ik Algemene Culturele Wetenschappen aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Wat daar bijvoorbeeld ook niet aan bod kwam, was waarom Afrikaanse kunst vaker als craft of ambacht wordt gezien. Inmiddels zijn deze vragen wel onderdeel van de opleiding geworden.

„Van jongs af aan kom ik veel in New York, waar mijn oom woont. Daar zag ik als tiener al dat het dat het narratief van Afro-Amerikanen terugkwam in de kunst en dat de galerieën volhingen met kunstenaars van verschillende culturele achtergronden, zonder dat het werk daarover hoefde te gaan.

„Als ik het vak kunst algemeen vorm zou mogen geven, zou ik meer Amerikaanse, maar bijvoorbeeld ook Zuid-Amerikaanse en Aziatische kunst en cultuur toevoegen aan het curriculum. Kunst uit andere werelddelen draagt ook bij aan populaire cultuur. Het is belangrijk om met een open blik naar de geschiedenis te kijken . Kunnen we het vaker hebben over roofkunst bijvoorbeeld? Dat is kunst die naar Europa meegenomen werd, in de koloniale tijd.

„Het examen ging ook veel over intellect en het rationele, terwijl kunst ook over gevoel gaat. Toen ik ooit voor een schilderij van Mark Rothko stond, begon ik te huilen, omdat de kleur rood zo intens was. Je zou het gevoelsleven en emoties ook mee kunnen nemen in een analyse.”