Opinie

GGD’s hebben geld en crisisstructuur nodig voor pandemie

Bestrijding infectieziekten

Commentaar

De Gemeentelijke Gezondheidsdiensten (GGD’s), die als 25 eilandjes functioneren, zullen bij een volgende crisis allemaal naar één baas moeten luisteren. Die aanbeveling deed de voorzitter van de koepel, André Rouvoet, vorige week en daar heeft hij gelijk in. Als er één overheidsorgaan (25 orgaantjes) is dat tekortschoot de afgelopen vijftien maanden, dan was het de GGD.

De GGD’s waren niet voorbereid op bestrijding van het Covid-19-virus, dat begin 2020 Nederland bereikte. Er was dan ook jarenlang op de diensten bezuinigd. Ze hadden begin 2020 te weinig personeel en materiaal om besmette mensen te testen en goed bron- en contactonderzoek te doen. Dat had harde gevolgen: verpleeghuizen die opbelden naar hun GGD omdat oude bewoners besmet leken, kregen geen gehoor. De ict faalde en moest compleet opnieuw worden opgezet. Later kwam de grootschalige vaccinatie van de bevolking traag op gang.

Het was al met al een enorme klus voor de GGD’s naast hun gewone taken – zuigelingen inenten, peuters meten, hiv en andere ziektes bestrijden. Daar komt bij dat het ministerie van Volksgezondheid weinig grip had op de 25 diensten en dus maar moeizaam kon bijsturen.

Beleidsmakers hadden het kunnen weten. Al sinds 2000 waarschuwen directeuren van GGD’s dat ze niet goed zijn toegerust om een echt besmettelijke infectieziekte in te dammen en te bestrijden als die zou komen. Na de uitbraak van SARS in China en Canada in 2003, waar tien procent van de besmette patiënten aan overleed, wisten virologen, microbiologen en epidemiologen dat het een kwestie van tijd was voor er wéér zo’n virus zou komen. Niet één Nederlands kabinet luisterde in die negentien jaar naar de zorgen.

De ziekenhuizen lieten in maart vorig jaar vrij snel hun afzonderlijke belangen varen en richtten al op 21 maart het Landelijk Centrum Patiëntenspreiding op. De concurrentie tussen ziekenhuizen werd even opgeheven – coronapatiënten werden vanuit één centraal punt verspreid over de ziekenhuizen in het land. Dat werkte goed.

Ook nu er 140.000 uitgestelde operaties voor andere patiënten moeten worden ingehaald, gaan de ziekenhuizen die landelijk verdelen, kondigde minister Van Ark (Medische Zaken, VVD) donderdag aan.

De schade van de coronacrisis is kolossaal. Ruim 17.000 doden, nog eens duizenden patiënten die wekenlang in het ziekenhuis lagen en anders zouden zijn overleden, tientallen duizenden operaties die zijn uitgesteld, uitgeputte zorgmedewerkers, miljarden aan overheidsgeld die naar steunpakketten zijn gegaan voor ondernemers én een hele groep burgers die vindt dat de indammingsmaatregelen juist te lang hebben geduurd.

Nederland kan het zich niet permitteren om onvoorbereid een volgende pandemie in te gaan. Er moet een soepele opschalingsstructuur, en budget, worden bedacht voor de 25 GGD’s, zoals die snel voor de ziekenhuizen uit de grond werd gestampt. Het gezag van de lokale directies moet in een crisis tijdelijk, en snel, naar één directeur in Den Haag kunnen gaan.

De uitspraak van André Rouvoet dat „centrale aansturing in GGD-kringen niet heel warm wordt ontvangen”, is veelzeggend. In normale tijden is dat heel begrijpelijk, maar in een crisis heeft een land geen boodschap aan zulke gevoelens.