Opinie

Geslachtsverandering is meer dan grammatica

Maxim Februari

Waar is het woord sekse gebleven? Ooit hadden we voor het gemak twee begrippen voor je geslachtelijkheid. Sekse: het materiële, biologische aspect, je primaire en secundaire geslachtskenmerken, je hormonen, chromosomen, je lichaam. Gender: het immateriële, psychologische en sociologische aspect, hoe je jezelf ziet, wie je van binnen bent, hoe je wordt gezien door anderen, wat je plaats in de maatschappelijke context is.

Opeens heet nu alles gender. De wereld is uitsluitend druk met taal en lifestyle en met de opgewonden vraag hoe je een transgender moet noemen. Alle lijfelijkheid is uit het gesprek verdwenen. Als je de serieuze pers en alle intellectuelen moet geloven zijn borstoperaties en hormooninjecties een kwestie van grammatica. Vergeten wordt dat een lichaam echt is, reëel, dat het kan genezen, dat het kapot kan, dat je ervoor moet zorgen.

In 1998 schreef Max Wolf Valerio een essay over zijn geslachtsverandering. Why I am not transgender. Het uitermate reële en vitale biologische proces dat hij had ondergaan kon niet worden gevangen in het woord transgender, schreef hij. „Hoewel gelieerd aan genderexpressie en geworteld in het mysterie van genderidentiteit, gaat transseksualiteit werkelijk over het grotere wonder van het veranderen van geslacht – the larger miracle of changing sex.”

Wat je ook van Valerio’s essay mag vinden: het onderscheid tussen gender en sekse heeft een duidelijk analytisch voordeel. Mediasocioloog Peter Vasterman maakte dit onderscheid onlangs ook in een opiniestuk in de NRC: hij vroeg aandacht voor de grote toeloop bij medische klinieken van pubers met twijfels aangaande hun gender. Vastermans terminologie rammelde, maar de basisvraag was interessant genoeg. Voelen huidige kinderen en pubers druk van de samenleving om vanwege problemen met hun gender de stap te zetten naar een medische behandeling die ingrijpt in hun sekse?

Het was tekenend voor het negeren van het lichaam dat de krant naast een reactie op dit stuk twee dagen later een foto plaatste van een jonge transman die, in afwachting van een borstoperatie, zijn bovenlichaam had afgebonden met ducttape. Want wat is de eerste regel als je wilt ‘binden’? Bind Niet Met Ducttape! Het kan je beschadigen. De aanpak van de jongen op de foto was een teken van armoede, ongeïnformeerdheid of achterstelling. Alsof je bij een tekst over coronabeleid een foto plaatst van iemand die gorgelt met chloor.

Hoewel het trans-thema in de media volop leeft, denkt dus niemand eraan pubers te waarschuwen dat ze voorzichtig moeten doen met hun lichaam. Aardige ingezondenbrievenschrijvers dringen erop aan de kinderen zelf te vragen of ze medische ingrepen willen. Jawel, inderdaad, dat zou een uitermate goed idee zijn, als de context maar wat informatiever en zorgzamer was. It takes a village to raise a child, en als het dorp al niet precies is, hoe moeten de kinderen dat dan worden?

De puberteit is een roerige tijd voor het gender: een tijd voor het uitdagen van sociologische stereotypen, maar ook een tijd voor psychische problemen. Wees transgender, wees gender-non-conforming, pangender, genderqueer, zou je tegen pubers willen zeggen: je kunt nooit voldoende experimenteren met rollen en expressie. Er is iets met je, je hebt zorgen en problemen, doe er iets aan, praat erover, maar ga er niet voetstoots vanuit dat je voor puberteitsremmers naar het ziekenhuis moet.

Ga natuurlijk wel naar het ziekenhuis als je een probleem hebt waarmee je wel naar het ziekenhuis moet. Hoe kunnen jij en het ziekenhuis dat verschil dan herkennen? Wanneer wel medisch ingrijpen? Wanneer niet? Wanneer is ten onrechte niet behandelen schadelijk? Wanneer ten onrechte wel behandelen schadelijk? Tja, dat zijn duivels moeilijke vragen, maar als je die ooit hoopt te beantwoorden, moet je ze als maatschappij toch echt eerst stellen.

Het is allemaal niet nieuw, dat met de transgenders, zoals de media in hun zucht naar sensatie en amusement wel denken. De garçonne, de boi, de butch, het jongensmeisje, de androgyne lesbische vrouw, de androgyne heterovrouw: alleen al in de laatste decennia buitelden de masculiene ‘trans’-identiteiten over elkaar heen. Nieuw is hooguit de zichtbaarheid ervan. Alles wat vroeger subversief was en een subcultuur, is in dit millennium mainstream geworden.

Het is nu onze opdracht de huidige jongeren niet onze eigen transfobe of transfiele identiteit op te dringen, maar te vragen: wat hebben zij elk individueel nodig? Dat vraagt om grotere ernst. Ik vrees dat we voorlopig nog wel vastzitten aan de lollige stukjes over terminologie, want gender is nu eenmaal deels een gezelschapsspel. Maar sekse is dat niet.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.